Egodocument

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een egodocument is een schriftelijke bron, maar het kan ook een ander medium zoals een film zijn, waarin iemand een persoonlijke getuigenis aflegt.

Een belangrijke categorie egodocumenten zijn de autobiografieën. Maar ook memoires en sommige gedichten zoals Hadrianus' Animula vagula blandula zijn egodocumenten. In bredere zin kan men soms ook een kunstwerk of een oeuvre als egodocument beschouwen.

Achtergrond[bewerken]

De historicus Prof. Dr. Jacob Presser introduceerde het begrip 'egodocument' in de jaren vijftig van de 20e eeuw. Jacob Presser was een pleitbezorger van het persoonlijke element in de geschiedenis, hij verwierp het anekdotische element in de geschiedschrijving niet en bepleitte meer aandacht voor persoonlijke getuigenissen. In de definitie van Presser zijn egodocumenten "die historische bronnen waarin de gebruiker zich gesteld ziet tegenover een "ik" als schrijvend en beschrijvend subject". Het woord egodocument werd al snel opgenomen in de Nederlandse taal[1].