Autobiografie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een autobiografie (Grieks: αὐτός zelf, βίος leven, γράφειν schrijven) is de beschrijving die iemand geeft van zijn of haar eigen levensloop, of van belangrijke periodes daaruit. De autobiografie toont vaak de geestelijke ontwikkeling van de schrijver en kan ook geschreven zijn als een meer of minder zakelijk verslag waarin met externe gebeurtenissen een tijdsbeeld wordt gegeven van de periode waarin de auteur heeft geleefd.[1]

De meeste schrijvers beginnen pas op gevorderde leeftijd aan hun autobiografie, die dan ook terugblikt op hun hele leven. De autobiografie wordt daardoor onderscheiden van het dagboek, dat direct op de gebeurtenissen reageert. Wanneer autobiografische teksten slechts bestaan uit een reeks losse aantekeningen, of slechts een bepaalde periode uit het leven van de schrijver beslaan, wordt veelal gesproken over memoires of herinneringen. Bij memoires staat de eigen persoonlijkheid vaak ook minder centraal en ligt de nadruk meer op personen die de auteur heeft gekend en gebeurtenissen die hij/zij heeft beleefd.[1]

De schrijver van een autobiografie kan gebruikmaken van een ghostwriter, die het boek een betere vorm geeft. Soms wordt deze expliciet vermeld en heeft de autobiografie de ondertitel zoals verteld aan. Er blijft echter altijd een duidelijk onderscheid bestaan met de biografie, die door een ander geschreven wordt en in de derde persoon is gesteld. Het aantrekkelijke van de autobiografie is de persoonlijke toets die de schrijver aan de gebeurtenissen geeft. Daar staat tegenover dat niet iedereen die een interessant leven heeft geleid ook goed kan schrijven en dat schrijvers maar al te vaak een sterk vertekend beeld van de gebeurtenissen in het verleden geven.

Sinds de jaren vijftig van de 20e eeuw spreekt men in dit kader van egodocumenten, als overkoepelende term voor autobiografische werken.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Bladzijde van een handschrift van de Confessiones

In de Griekse oudheid was er nauwelijks onderscheid tussen de autobiografie en geschiedschrijving. Xenophon verwerkte bijvoorbeeld elementen uit zijn eigen leven in zijn Anabasis, een verslag van zijn tocht door Perzië met de Perzische koning Cyrus. Een van de eerste pogingen tot autobiografie is Marcus Aurelius' Ta eis heauton, een verzameling filosofische aantekeningen die hij aan zichzelf richt. Tot de voorlopers van de autobiografie behoort met name de Confessiones (Belijdenissen) van Aurelius Augustinus (397-398 na Chr.), een autobiografisch werk over Augustinus' zondige jeugd en zijn bekering tot het christendom. Het is een van de belangrijkste autobiografische werken uit de vroeg-christelijke periode. Ook in de middeleeuwen schreven auteurs autobiografische werken, zoals de Historia calamitatum (Geschiedenis van mijn rampspoed) van Petrus Abaelardus, Dante's Vita nuova (eind 13e eeuw) en The Book of Margery Kempe van de Engelse mystica Margery Kempe. Dit laatste boek wordt beschouwd als de eerste autobiografie in de Engelse taal. Pas in de renaissance verschijnen de eerste "echte" autobiografieën, zoals die van Benvenuto Cellini, Girolamo Cardano en Theresia van Ávila. Een bekend voorbeeld uit de 17e eeuw is de berijmde autobiografie van Jacob Cats.[1]

Voorbeelden[bewerken | brontekst bewerken]

Veel gepubliceerde autobiografieën van Nederlanders zijn geschreven door politici. Daarnaast hebben ook wetenschappers en mensen uit het zakenleven en de mediawereld bijgedragen tot de autobiografische literatuur. De laatste tijd zijn ook een aantal biografieën van "gewone mensen" gepubliceerd, vooral door toedoen van de socioloog Ger Harmsen.

Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

Politici

Wetenschappers

Mediamensen

Mensen uit het zakenleven

  • Ernst Hijmans - Zestig jaar organiseren
  • Bram van Leeuwen - Vecht voor je geluk, zoals ik
    Voorbeeld van een memorie. Fragment uit het manuscript "Gedenkschriften over Napoleon's veldtochten, meegemaakt als soldaat bij het 2e regiment carabiniers te paard". Geschreven door Joseph Abbeel, 1805-1815.[2]

Schrijvers

Andere bekende personen

Gewone mensen

  • Harmen van Houten - Anarchisme in Drenthe, levensherinneringen van een veenarbeider
  • Siep Adema - Wie het geweten heeft
  • Bas Langereis - Alles kan kapot
  • Imke Klaver - Herinneringen van een Friese landarbeider. Enkele opgetekende zaken uit het jongste verleden tot 1925 (Oantinkens fan in Fryske lanarbeider. Inkele oanteikene dingen út de jonge tiid oan 1925)
  • Frans Houben - Nr 21

Autobiografische boeken over een deel van het leven van de schrijver

Andere landen[bewerken | brontekst bewerken]

Egodocumenten[bewerken | brontekst bewerken]

Men schat dat in Nederland circa een miljoen mensen op enigerlei wijze over het eigen leven schrijft, maar dit soort schattingen moet kritisch worden bekeken, omdat er geen enkel hard cijfer over bekend is en het overgrote deel niet gepubliceerd is. Een dergelijke beschrijving wordt een egodocument genoemd. Dit woord werd rond 1955 bedacht door de Nederlandse historicus Jacques Presser, die er teksten mee definieerde waarin de schrijver in de 'ik'-vorm door de hele tekst aanwezig is als schrijvend en beschreven onderwerp.[4] Tot egodocumenten worden onder andere autobiografieën, alba amicorum, dagboeken, brieven, films, fotoalbums, memoires, reisverslagen, e-mails, video-opnames en weblogs gerekend.[5] In dergelijke teksten kan de auteur een inkijk geven in zijn eigen karakter, leefwijze en leefomstandigheden en die van andere personen rondom hem. Ze kunnen daarmee van groot belang zijn voor de studie van de sociale geschiedenis, al moet door onderzoekers wel rekening worden gehouden met het erin verwerkte zelfbeeld en stilering.[5]

Autobiografische fictie[bewerken | brontekst bewerken]

Veel schrijvers verwerken in fictie ervaringen uit hun eigen leven. Wanneer dat evident is spreken we van 'autobiografisch proza' of 'autobiografisch getoonzet proza', maar terughoudendheid bij dat soort etiketten is geboden, omdat een schrijver in fictie toch altijd autobiografische elementen herarrangeert tot een verhalend geheel, dat sterk kan afwijken van de werkelijkheid.

Als (deels) autobiografische fictie zijn te beschouwen:

Autobiografische strips[bewerken | brontekst bewerken]

Zie autobiografische strip voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Sinds de opkomst van het literaire beeldverhaal, worden er ook veel autobiografische strips gemaakt. Enkele voorbeelden in het Nederlands zijn:

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]