Elisabeth Charlotte van de Palts (1597-1660)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Elisabeth Charlotte van de Palts.

Elisabeth Charlotte van de Palts (Neumarkt in der Oberpfalz, 19 november 1597 - Crossen an der Oder, 26 april 1660) was van 1619 tot 1640 keurvorstin van Brandenburg en hertogin van Pruisen. Ze behoorde tot het huis Palts-Simmern.

Levensloop[bewerken]

Elisabeth Charlotte was een dochter van keurvorst Frederik IV van de Palts en Louise Juliana van Nassau, dochter van prins Willem van Oranje. Op 24 juli 1616 huwde ze met George Willem van Brandenburg (1595-1640), die in 1619 zijn vader Johan Sigismund opvolgde als keurvorst van de Palts en hertog van Pruisen.

Hoewel ze eigenlijk niet echt geïnteresseerd was in politieke zaken, speelde ze een belangrijke rol in de interne aangelegenheden van het keurvorstendom. Zo verzette ze zich samen met de protestantse hofpartij zonder succes tegen de pro-Habsburg en katholieke minister van haar man, Adam von Schwarzenberg. Omdat haar man George Willem gold als een zwakke en wankelmoedige heerser, kon ze ervoor zorgen dat haar broer Frederik V van de Palts, die tijdens de Boheemse Opstand tot koning van Bohemen verkozen werd en zo mee de Dertigjarige Oorlog veroorzaakte, na diens nederlaag in de Slag op de Witte Berg aanvankelijk bescherming kreeg in het Brandenburgse Küstrin. Hierdoor ging Brandenburg toenemend in oppositie tegen het huis Habsburg.

Na het overlijden van haar echtgenoot in 1640 trok Elisabeth Charlotte zich terug in haar weduwegoed in Crossen an der Oder. Het was daar dat ze in april 1660 op 62-jarige leeftijd stierf. Ze werd bijgezet in de crypte van het huis Hohenzollern in de Dom van Berlijn.

Nakomelingen[bewerken]

Elisabeth Charlotte en George Willem kregen vier kinderen: