Huis Palts-Simmern

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Huis Palts-Simmern
Huis Palts-Simmern
Verheffing 1410
Stamvader Stefan van Palts-Simmern
Laatste heerser Karel II van de Palts
Uitgestorven 1685
Etniciteit Duits
Zijtakken
Titels
  • Paltsgraaf aan de Rijn
  • Hertog in Beieren

Het Huis Palts-Simmern (Duits: Haus Pfalz-Simmern) was een Duitse vorstelijke dynastie die in de 15e, 16e en 17e eeuw over een aantal vorstendommen in het Heilige Roomse Rijk regeerde, waaronder de Keur-Palts. De zijlinie Palts-Simmern was een van de verschillende takken van het Huis Wittelsbach.

Het Huis Palts-simmern werd gesticht in 1410 door Stefan van Palts-Simmern, na de verdeling van het Keurvorstendom van de Palts onder de vier zoons van Ruprecht III van de Palts. In 1559 erfde het Huis Simmern het keurvorstendom. In 1685 stierf het huis in mannelijke lijn uit, waarna de erfenis aan het Huis Palts-Neuburg viel.

Geschiedenis[bewerken]

Kaart van de Palts na de deling van 1410.

 Palts-Simmern-Zweibrücken

Simmern en Zweibrücken[bewerken]

In 1410 overleed keurvorst en Rooms-koning Ruprecht III van de Palts. Volgens de bepalingen van zijn testament moesten zijn vier zoons de erfenis onder elkaar verdelen. Lodewijk III, de oudste zoon, volgde zijn vader op als keurvorst en kreeg verreweg het grootste deel. Ruprechts derde zoon Stefan kreeg een aantal gebieden aan de westelijke rand van de Palts, waaronder Simmern en Zweibrücken, en stichtte zo de linie Palts-Simmern. Zweibrücken was in 1410 nog verpand aan het hertogdom Lotharingen. In 1416 loste Stefan het pand in. Door zijn huwelijk met Anna van Veldenz erfde Stefan in 1444 het graafschap Veldenz en een deel van Sponheim na het overlijden van Anna's vader.

Stefan trad in 1453 af. Na zijn overlijden in 1459 verdeelden zijn zoons de erfenis onder elkaar. Frederik I kreeg Simmern en Soponheim en zette de linie Palts-Simmern voort. Lodewijk I kreeg Zweibrücken en Veldenz en werd de stamvader van het Huis Palts-Zweibrücken.

De erfenis van het keurvorstendom[bewerken]

In 1559 overleed keurvorst Otto Hendrik van de Palts. Als dichtstbijzijnde familielid in mannelijke lijn erfde Frederik II van Simmern het keurvorstendom. Frederik verhuisde zijn hof naar Heidelberg en droeg Simmern over aan zijn jongere broer George. Hun jongste broer Richard erfde Simmern na het overlijden van George.

In tegenstelling tot zijn lutherse broers bekeerde Frederik zich rond 1561 tot het calvinisme, dat hij ook als staatsgodsdienst in de Palts invoerde. In zijn testament besloot Frederik om de Palts verdelen tussen zijn twee zoons, Lodewijk VI en Johan Casimir. Terwijl Lodewijk VI het lutheranisme opnieuw invoerde in de Keur-Palts werd het vorstendom van Johan Casimir, Palts-Lautern, een toevluchtsoord voor calvinisten. Frederik IV, de enige zoon van Lodewijk VI, erfde het keurvorstendom toen hij nog maar negen jaar oud was. Zijn oom Johan Casimir nam de voogdij op zich en liet Frederik IV calvinistisch opvoedden. In 1592 en 1598 erfde Frederik IV Palts-Lautern en Palts-Simmern nadat Johan Casimir en Richard zonder mannelijke erfgenamen waren overleden. Hierdoor werden alle vorstendommen van het Huis Palts-Simmern verenigd met het keurvorstendom.

De Dertigjarige oorlog[bewerken]

Frederik IV richtte in 1608 de Protestantse Unie op, een alliantie van protestantse vorsten die zich verzetten tegen de politiek van Habsburgse keizers. Na de dood van Frederik IV in 1610 werd de Palts voor de laatste keer verdeeld. Frederik V erfde het keurvorstendom, terwijl Lodewijk Filips Simmern en Lautern kreeg. In 1613 trouwde Frederik V met prinses Elizabeth Stuart, de enige overlevende dochter van koning Jacobus I van Engeland.

In 1619, aan het begin van de Dertigjarige Oorlog, werd Frederik V door de Staten van Bohemen verkozen tot koning. In de Slag op de Witte Berg werden Frederik en zijn aanhangers vernietigend verslagen door de troepen van Keizer Ferdinand II en de Katholieke Liga. Frederik en zijn familie vluchtten naar Den Haag. De Palts werd bezet door Spaanse en Beierse troepen. In 1623 ontnam Keizer Ferdinand II Frederik de keurvorstelijke titel en het zijn ceremoniële ambt als aartsseneschalk. Vervolgens benoemde de keizer hertog Maximiliaan I van Beieren met deze titels.

In 1648 werd de Vrede van Westfalen gesloten waarin de oudste zoon van Frederik V, Karel I Lodewijk, werd hersteld als keurvorst van de Palts. De prestigieuze titel aartsseneschalk bleef echter in Beierse handen. In plaats daarvan werd Karel I Lodewijk aartsschatmeester, een titel met een veel lagere rang.

Dubbelportret van Karel I Lodewijk en zijn broer Ruprecht door Antoon van Dyck.

Het einde van het Huis Simmern[bewerken]

Tijdens zijn regering zette Karel I Lodewijk zich in voor de wederopbouw van de in de oorlog verwoeste Palts. Om zijn uitgaven te beperken voerde een spaarzame hofhouding. Mede hierdoor raakte Karel I Lodewijk in conflict met met zijn familie. Elisabeth Stuart bleef in Den Haag totdat ze na de restauratie van haar neef Karel II op de Engelse troon terugkeerde naar Londen. Ook Karel Lodewijks broer Ruprecht, die tijdens de Engelse Burgeroorlog een belangrijke rol had gepeeld als aanvoerder van de royalisten, vertrok na een kort verblijf aan het Heidelbergse hof tussen 1655 en 1657 definitief naar Engeland.

Na de dood van Lodewijk Filips in 1655 werd zijn vorstendom verdeeld: zijn zoon Lodewijk Hendrik Maurits erfde Simmern, terwijl Lautern terugviel aan het keurvorstendom. Toen Lodewijk Hendrik Maurits in 1675 kinderloos overleed werd ook het vorstendom Simmern weer met het keurvorstendom verenigd. Karel I Lodewijk werd in 1680 opgevolgd door zijn enige zoon Karel II. Karel II stierf echter vijf jaar later zonder een directe erfgenaam, waarmee het huis Palts-Simmern in mannelijke lijn uitstierf.

Ondanks protesten van Leopold Lodewijk van Palts-Veldenz viel de erfenis aan de katholieke Filips Willem uit het Huis Palts-Neuburg, het dichtstbijzijnde familielid in mannelijke lijn. In naam van Elisabeth Charlotte, de enige dochter van Karel I Lodewijk, en haar man, Filips van Orléans, maakte koning Lodewijk XIV van Frankrijk ook aanspraak op een deel van de Palts en het volledige privévermogen van Karel II. De aanspraken van Lodewijk XIV vormden de aanleiding voor de Negenjarige Oorlog (1688-1697), waarin Franse legers grote delen van het Frans-Duitse grensgebied veroverden en plunderden. De Palts werd op bevel van Lodewijk XIV systematisch verwoest. Aan het einde van de oorlog was de bevolking gehalveerd en de economie was bijna volledig stilgevallen. De eerste keurvorsten uit het Huis Palts-Neuburg hadden een verwoest land geërfd, dat veel van zijn invloed binnen het Heilige Roomse Rijk verloren was.

Stamboom en positie binnen het Huis Wittelsbach[bewerken]

In de onderstaande stamboom zijn alle leden van het Huis Palts-Neumarkt opgenomen, met uitzondering van jong gestorven kinderen. Huwelijken zijn aangegeven met het huwelijkssymbool (Marriage symbol.svg) dat twee ringen voorstelt. Regerende vorsten zijn vetgedrukt weergegeven.

Stamboom van het Huis Palts-Simmern

Positie binnen het Huis Wittelsbach[bewerken]

In de onderstaande stamboom zijn alle legitieme takken van het Huis Wittelsbach opgenomen. In 1329 stelde keizer Lodewijk de Beier het Huisverdrag van Pavia op, waarin hij de Palts afstond aan de drie zoons van zijn oudere broer Rudolf I van de Palts. Hierdoor ontstonden twee linies binnen de dynastie: de oudere Paltsische en de jongere Beierse linie. In 1410 werd de Paltische linie verder verdeeld. Het Huis Palts-Simmern was de derde van de vier linies die zo ontstonden.

Linies binnen het Huis Wittelsbach
 
 
 
 
 
 
 
 
Scheyern
11e eeuw–1180
 
Meranië
1153–1182
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Beieren
1180–1255
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Opper-Beieren
1255–1329
 
Neder-Beieren
1255–1340
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Palts
1329–1410
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Beieren
1329–1349
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Keurlinie
1410–1559
 
Palts-Neumarkt
1410–1448
 
Palts-Simmern
1410–1459
 
Palts-Mosbach
1410–1506
 
Opper-Beieren
1349–1363
 
Neder-Beieren
1349–1392
 
Straubing-Holland
1349–1436
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Palts-Simmern
1459–1685
 
Palts-Zweibrücken
1459–1569
 
Palts-Veldenz
1543–1694
 
Beieren-Ingolstadt
1392–1445
 
Beieren-Landshut
1392–1503
 
Beieren-München
1392–1777
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Palts-Neuburg
1569–1742
 
Palts-Sulzbach
1614–1799
 
Palts-Zweibrücken
1569–1605
 
Palts-Birkenfeld
1569–1671
 
Palts-Bischweiler
1630–(1806)
 
Palts-Gelnhausen
1654–(1799)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Palts-Zweibrücken
1605–1661
 
Palts-Landsberg
1605–1681
 
Palts-Kleeburg
1605–1731
 
Beierse koningshuis
(1806)–heden
 
Hertogen in Beieren
(1799)-1968