Vorstendom Palts-Simmern-Zweibrücken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fürstentum Pfalz-Simmern-Zweibrücken (de)
Land in het Heilige Roomse Rijk Wapen Heilige Roomse Rijk
 Paltsgraafschap aan de Rijn
 Graafschap Veldenz
1410 – 1459 Vorstendom Palts-Simmern (1459-1598) 
Hertogdom Palts-Zweibrücken 
Symbolen
Arms of the Palatinate (Palatinate-Bavaria).svg
Algemene gegevens
Hoofdstad Simmern, Meisenheim
Talen Duitse dialecten
Religie Rooms-katholicisme
Politieke gegevens
Regeringsvorm Wereldlijk Rijksvorstendom
Staatshoofd Vorst (Paltsgraaf, Hertog)
Dynastie Wittelsbach (Palts-Simmern)

Het Vorstendom Palts-Simmern-Zweibrücken (Duits: Fürstentum Pfalz-Simmern-Zweibrücken) was een land in het Heilige Roomse Rijk dat bestond tussen 1410 en 1459. Het territorium van het vorstendom bestond uit verschillende niet aaneengesloten delen tussen de Rijn en de Moezel. De hoofdstad was Simmern. Het vorstendom ontstond toen het Paltsgraafschap aan de Rijn werd verdeeld tussen de vier zoons van Rooms-koning en keurvorst Ruprecht van de Palts. De derde zoon, Stefan, kreeg Simmern-Zweibrücken. In 1459 werd het vorstendom zelf verdeeld in Palts-Simmern en Palts-Zweibrücken.

Geschiedenis[bewerken]

Portret van Stefan van Simmern-Zweibrücken uit een latere periode.

Deling van de Palts[bewerken]

De Palts was aan het begin van de 15e eeuw een van de invloedrijkste gebieden in het Heilige Roomse Rijk. Ruprecht III van de Palts werd in 1400 zelfs tot Rooms-koning gekozen. Ruprecht bepaalde in mei 1410 in zijn testament dat zijn erfenis onder zijn vier nog levende zonen verdeeld moest worden. Toen Ruprecht op 3 oktober 1410 stierf hielden zijn zoons zich aan het testament en verdeelden de Palts onder elkaar.

Stefan, de derde zoon, kreeg een aantal verspreid van elkaar liggende gebieden aan de linkerzijde van de Rijn. Het grootste deel lag rond de hoofdstad Simmern. Ook kreeg Stefan het recht om het in 1393 aan het hertogdom Lotharingen verpande Zweibrücken terug te kopen. In 1416 loste Stefan het pand in en verdubbelde zo de oppervlakte van zijn vorstendom.

Vereniging met Veldenz[bewerken]

Stefan trad in 1410 in het huwelijk met Anna van Veldenz, de enige erfgename van graaf Frederik III van Veldenz. Hierdoor zou het graafschap Veldenz op den duur met het vorstendom Palts-Simmern-Zweibrücken verenigd worden. In 1437 erfden Frederik III van Veldenz en de Markgraaf van Baden het graafschap Sponheim. Daarmee werd Stefan dus niet alleen de uiteindelijke erfgenaam van eldenz, maar ook van het graafschap Sponheim. Het graafschap Sponheim moest hij overigens wel delen met Baden en de Palts.

Stefan werkte zeer nauw samen met zijn schoonvader Frederik III. Vanaf 1442 resideerden ze samen in Kasteel Landsberg en bestuurden ze hun gebieden gemeenschappelijk. Omdat de kosten van de hofhouding op het kasteel te hoog werden, besloten Stefan en zijn schoonvader om hun residentie naar Meisenheim te verplaatsen.

Opdeling in Simmern en Zweibrücken[bewerken]

Na de dood van zijn schoonvader Frederik III in 1444 erfde Stefan het graafschap Veldenz en een deel van Sponheim. In zijn testament had Frederik III geadviseerd om de graafschappen te verdelen. Stefan bevestigde op 16 september in een oorkonde dat zijn gebieden onder zijn twee wereldlijk gebleven zoons verdeeld zouden worden. Wanneer deze deling plaats zou vinden had hij echter niet vastgelegd. Voorlopig kreeg Stefans oudste zoon Frederik het bestuur over Sponheim toegewezen terwijl Lodewijk het kasteel Lichtenberg kreeg.[1] In 1543 trad Stefan af en droeg hij het bestuur over aan Lodewijk.

Toen Stefan zes jaar later overleed werd de deling uitgevoerd. Behalve Sponheim erfde Frederik zijn vaders gebieden in de Hunsrück rond Simmern, Stormberg en Bolanden. Lodewijk kreeg Zweibrücken, het graafschap Veldenz en een aantal kleinere gebieden in de Elzas.[2]

Heerser[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. (de) Volker Rödel (1987): Ludwig, der Schwarze, von Veldenz in: Neue Deutsche Biographie 15.
  2. (de) Benjamin Müsegades (2016): Pfälzische Teilungen, Historisches Lexikon Bayerns, informatie verkregen op 14 april 2016.