Emmanuel-Théodosius de La Tour d'Auvergne

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
1rightarrow blue.svg Een tijdgenoot en naamgenoot was hertog van Bouillon, zie Emmanuel Theodosius de la Tour d'Auvergne
De kardinaal van Bouillon door Hyacinthe Rigaud, 1707

Emmanuel-Théodosius de La Tour d'Auvergne, kardinaal van Bouillon (kasteel Turenne, 24 augustus 1643Rome, 2 maart 1715), was een Franse prelaat en kardinaal-deken.

Biografie[bewerken]

Emmanuel-Théodosius de La Tour d'Auvergne was de zoon van Frederik Maurits de La Tour d'Auvergne, hertog van Bouillon, en een neef van maarschalk Turenne.

In 1658 werd hij gekozen tot kanunnik te Luik en in 1667 benoemd tot doctor aan de Sorbonne. Hij werd in 1669 op vierentwintigjarige leeftijd kardinaal gecreëerd en werd begiftigd met verschillende prebendes. Zo werd hij grootaalmoezenier van Frankrijk in 1671 en hoogste abt van Cluny in 1683. Van 1689 tot 1698 was hij kardinaal-bisschop van Albano; van 1698 tot 1700 kardinaal-bisschop van Porto-Santa Rufina; van 1700 tot 1715 kardinaal-bisschop van zowel Ostia als Velletri.

Louvois, de machtige minister van Lodewijk XIV van Frankrijk, stond vijandig tegenover het huis Turenne, en blokkeerde met succes de verzoeken van kardinaal de Bouillon aan de koning voor prebendes voor zijn familieleden. Louvois verhinderde ook zijn felbegeerde benoeming tot prinsbisschop van Luik ten gunste van Jozef Clemens van Beieren. Door de harde verwijten van de kardinaal aan het adres van de koning viel hij in ongenade.

Hij herwon uiteindelijk de koninklijke gunst en werd als gezant naar Rome gezonden. Daar droeg hij in 1698 de beeldhouwer Pierre Le Gros de jonge op het grafmonument voor zijn ouders te maken, die in de abdijkerk van Cluny geplaatst zou worden. De decoratie van de tombe illustreerde zijn streven om zijn familie te vestigen als onafhankelijke vorsten. Tegen de wens van de koning steunde hij de zaak van Fénelon tegen die van Bossuet en probeerde de veroordeling van Fénelons Explication des maximes des Saints te verhinderen.

Hij werd teruggeroepen naar Frankrijk, maar negeerde het koninklijke bevel omdat hij de volgende in lijn was voor het ambt van deken van het college van kardinalen en van bisschop van Velletri, een bisschopszetel gekoppeld aan deze van kardinaal-deken. Bouillons bezittingen in Frankrijk werden geconfisqueerd. Toen hij uiteindelijk naar Frankrijk terugkeerde, werd hij verbannen naar de Abdij van Tournus. Zo kon hij zich niet verdedigen tegen de monniken van Cluny die hem in 1710 afzetten. Bouillon schreef een beledigende brief aan de koning en vluchtte naar de Nederlanden. Zijn bezittingen werden opnieuw geconfisqueerd. Bouillon vestigde zich weldra in Rome, waar hij de rest van zijn leven doorbracht als gast van de jezuïeten in de Sant'Andrea al Quirinale, waar hij uiteindelijk werd begraven.

Literatuur[bewerken]