Erytrocytbezinkingssnelheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De erytrocytbezinkingssnelheid, ook wel bezinking (sedimentatie) of BSE en soms onjuist ook bloedbezinksel genoemd, is de snelheid (mm/uur) waarmee de rode bloedcellen in een buisje bloed onder invloed van de zwaartekracht naar beneden zakken.

Een rek met tien buisjes BSE

Meting van de bezinkingssnelheid[bewerken]

De bezinkingssnelheid van de erytrocyten in het plasma wordt gemeten door een buisje bloed af te nemen dat onstolbaar is gemaakt. In de door het CLSI (Clinical and Laboratory Standards Institute) in 2011 gepubliceerde Procedures for the Erythrocyte Sedimentation Rate Test: H02-A5 en de in 2010 door de ICSH (International Council for Standardization in Haematology) gepubliceerde ICSH review of the measurement of the erythrocyte sedimentation rate is de enig toegelaten referentiemethode (Westergren) beschreven. Conform daarmee wordt het bloed verdund met natriumcitraat (4+1) en opgebracht in een pipet met een standaardlengte van ten minste 200 mm en een diameter van 2,55 mm.

84 Westergren pipetten in StaRRsed ESr analyzer

De pipet blijft 1 uur onder trilvrije omstandigheden staan en wordt na 1 uur afgelezen. In dit uur zijn de rode bloedcellen naar beneden gezakt en is een heldere kolom plasma ontstaan. De lengte van deze kolom wordt in millimeter gemeten. De bezinking is verhoogd als deze hoger is dan 15 mm voor mannen en hoger dan 20 bij vrouwen. Tegenwoordig wordt de bezinking na 30 minuten afgelezen en omgerekend naar een uur.

Interpretatie[bewerken]

Normaliter zakt een erytrocyt niet zo snel naar beneden onder de invloed van de zwaartekracht aangezien het soortelijk gewicht bijna gelijk is aan dat van plasma. Er zijn echter 4 belangrijke factoren die de bezinking beïnvloeden:

  • Oppervlaktelading:

Erytrocyten zijn negatief geladen en zullen elkaar afstoten waardoor de aggregatie minimaal is. In aanwezigheid van positief geladen eiwitten, bijvoorbeeld acute fase eiwitten, zal de bezinking toenemen.

  • Aggregatie/geldrolvorming:

Aggregatie zorgt ervoor dat het soortelijk gewicht verhoogd is en dus de bezinkingssnelheid verhoogd is. De aanwezigheid van antilichamen (bijvoorbeeld IgM) of antilichamen gebonden op de erytrocyt zullen de bezinking verhogen.

  • Botsingsfrequentie:

De bezinking wordt verminderd als erytrocyten tegen elkaar botsen. Als het aantal rode bloedcellen is verminderd, zoals bij bloedarmoede, neemt de bezinkingssnelheid toe.

  • Wrijving:

Bij een verhoogde wrijving, zoals bij vormafwijkingen van de erytrocyt en polycythaemia vera, neemt de bezinking af.

De BSE is verhoogd bij ziekteprocessen waarbij er een toename is eiwitten (met name fibrinogeen en immunoglobulines). Voorbeelden hiervan zijn infectieziekten en infarcten waarbij de BSE meestal niet boven 100 mm is. Ook bij een verminderde botsingsfrequentie zoals bij bloedarmoede is er een toename in de BSE te zien. Bij reumatische aandoeningen of maligniteiten kan de bezinking toenemen tot boven de 100 mm. Een ongewoon lage bezinking kan wijzen op toegenomen stroperigheid van het bloed (polyglobulie), bijvoorbeeld door een toename in rode bloedcellen of door een vormverandering van de rode bloedcellen.

Invloed van ontstekingen[bewerken]

Het bezinkings-getal wordt door vele parameters beïnvloed, maar is een vrij goede maat voor de activiteit van ontstekingsprocessen in het lichaam. Bij ontstekingen zijn bepaalde eiwitproducten ook wel acutefase-eiwit genoemd (in het bijzonder fibrinogeen) in het bloed te vinden. Deze zorgen er voor, dat de afstoting van de erythrocyten (rode bloedcellen) vermindert of de aggregatie verhoogd wordt en sneller naar beneden zakken. De BSE zegt echter weinig over de oorzaak van die ontsteking: het kan evengoed om een zere keel gaan, als om een reumatoïde artritis of een blindedarmontsteking. De BSE wordt in Nederland per jaar miljoenen malen uitgevoerd aangezien het een eenvoudige en goedkope bepaling is.

Externe link[bewerken]