Reumatoïde artritis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Reumatoïde artritis
Boven: normaal gewrichtonder: door R.A. aangedaan gewricht
Boven: normaal gewricht
onder: door R.A. aangedaan gewricht
ICD-10 M05-M06
ICD-9 714
OMIM 180300
DiseasesDB 11506
MedlinePlus 000431
eMedicine med/2024emerg/48 pmr/124
NHG-standaard M41
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde
Vergroeiingen t.g.v. Reumatoïde artritis

Reumatoïde artritis of R.A. is een ontsteking van het synovium (= slijmvlies) in gewrichten, die bij 1 à 2% van de bevolking voorkomt. Regelmatig zijn ook peesscheden en slijmbeurzen bij het ontstekingsproces betrokken. De term reuma omvat in de volksmond, en in de terminologie van het Reumafonds, vele ziekten. Reumatoïde artritis, artrose, fibromyalgie, de ziekte van Bechterew en jicht zijn een paar voorbeelden. Voor artsen is 'reuma' echter meestal specifiek een aanduiding voor reumatoïde artritis.

Een algemene etiologische of pathogenetische factor die a priori aanleiding geeft tot het ontstaan van RA is nog niet gevonden[1]. De klachten worden veroorzaakt door de vorming van lysosomale enzymen (afbrekende enzymen oftewel hydrolytische enzymen) die ter plekke worden geproduceerd door cellen van het immuunsysteem, dus het betreft een auto-immuunproces. Dit lijkt op een type IV overgevoeligheidsreactie, vanwege de betrokkenheid van CD4 T-cellen (TH1 en TH2 cellen) en die van CD8 cytotoxische T-cellen bij de bevordering van macrofagen van het immuunsysteem en vernietiging door B-cellen in apoptose (geprogrammeerde celdood). Hoewel zeer velen in de bevolking gewrichtsklachten hebben die ze met 'reuma' aanduiden, is R.A. in strikte zin relatief zeldzaam, en gaat zij gepaard met alle ontstekingsreacties: pijn/zwelling/warmte/roodheid en functieverlies tot en met vergroeiing van de aangedane gewrichten. Naast gewrichten kan R.A. echter vrijwel alle orgaansystemen aantasten. De meeste mensen met R.A. kunnen met de huidige stand van behandeling een redelijk normaal leven leiden. Er is echter een kleine groep patiënten die op den duur ernstig geïnvalideerd raakt of zelfs komt te overlijden.

Diagnose[bewerken]

Reumatoïde artritis is (nog) een klinische diagnose, die wordt gesteld op de klachten en verschijnselen van de patiënt, zonder dat laboratoriumonderzoek daar een grote rol bij speelt. De Amerikaanse reuma-associatie hanteert de volgende criteria[2]:

5 van de volgende moeten ten minste 6 weken aanwezig zijn:

  • ochtendstijfheid
  • pijn in ten minste 1 gewricht bij beweging;
  • zwelling door verdikking van weke delen in ten minste 1 gewricht;
  • ten minste een ander gewricht met zwelling van de weke delen;
  • slechte mucine(= slijmstof)-neerslag uit synoviale (= gewrichtssmerende) vloeistof;
  • karakteristieke histologische veranderingen in het synovium(= slijmvlies);
  • karakteristieke histologie van noduli (= bobbel op spier of pees);

Daarbij mogen er geen andere aandoeningen zijn die de klachten verklaren.

In 2000 is een test ontwikkeld die antistoffen ontdekt die alleen bij mensen met reumatoïde artritis lijken voor te komen, de anti-CCP test. (CCP = cyclic citrullinated peptide). Anti-CCP in het bloed betekent meestal dat iemand R.A heeft of R.A zal krijgen. Dit is een veel specifiekere test dan de al veel langer bekende reumafactor (RF) bepaling. RF kan namelijk ook gevonden bij gezonde oudere personen en patiënten met andere auto-immuunziekten en infectieziektes[3]. RF-bepaling en latexfixatietest kunnen worden gebruikt als uit het lichamelijk onderzoek blijkt dat slechts ten dele aan de criteria voor de diagnose RA is voldaan[4].

Voor het stellen van de diagnose reumatoïde artritis is röntgenonderzoek in de regel niet noodzakelijk. Alleen indien de patiënt op basis van gegevens verkregen door middel van anamnese en lichamelijk onderzoek niet geheel voldoet aan de criteria voor het stellen van de diagnose reumatoïde artritis én de latexfixatietest een negatieve uitslag oplevert, kunnen röntgenologisch vastgestelde erosies de doorslag geven bij het stellen van de diagnose. Röntgenonderzoek blijft in dit geval beperkt tot de handen/polsen en de voorvoeten, omdat erosie van bot op die plaatsen het eerst optreedt. Erosies vroeg in het ziektebeloop wijzen op gewrichtsschade en zijn een teken van de ernst en de progressie van de reumatoïde artritis. Weliswaar correleert hun aanwezigheid niet altijd goed met de klachten en functionaliteit, maar ze vormen wel een belangrijke maat voor de progressie van de ziekte.

Reumatoïde artritis is niet erfelijk, hoewel het in sommige families vaker voorkomt. Echter, polymorfismes in de genen PTPN22, MHC2TA en PADI4 worden met RA in verband gebracht. Bij personen die roken, die tevens drager zijn van HLA-DRB1 SE allelen, zou deze combinatie aanleiding kunnen geven tot het ontstaan van RA.[1]

Reumatoïde artritis kan op iedere leeftijd debuteren. Tot de leeftijd van 45 jaar is de man/vrouw verhouding 1:3; op hogere leeftijd worden de verschillen tussen beide geslachten geringer. Onder de leeftijd van 16 jaar spreekt men van juveniele artritis.

Er blijkt een omgekeerd verband te bestaan tussen voorkomen van reumatoïde artritis en tuberculose[5] Er schijnt ook een verband te bestaan met herpes-virussen.[6]

Behandeling[bewerken]

Een droog en mild klimaat doet de klachten vaak wat afvlakken.

Geneesmiddelen[bewerken]

Voor alle DMARDs geldt dat zij meestal alleen door een reumatoloog worden voorgeschreven[11]. Naast methotrexaat moet in principe ook foliumzuur gebruikt worden om de negatieve effecten van methotrexaat zo veel mogelijk tegen te gaan. Dit mag echter niet op dezelfde dag als methotrexaat gebruikt worden.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Klareskog L et al.Genes, environment and immunity in the development of rheumatoid arthritis.Curr.Op.Immunol.2006;18:650-655.
  2. American Rheumatism Association Diagnostic Criteria for R.A - Wheeless' Textbook of Orthopaedics
  3. Nishimura K et al.Meta-analysis: diagnostic accuracy of anti-cyclic citrullinated peptide antibody and rheumatoid factor for rheumatoid arthritis.Ann.Int.Med.2007;146:797-808.
  4. http://nhg.artsennet.nl/upload/104/standaarden/M41/start.htm. Geraadpleegd op 080907.
  5. Pubmed - Unified theory of the origins of erosive arthritis - J Rheumatol. 2003]
  6. Potential relationship between herpes viruses and rheumatoid arthritis: analysis with quantitative real time polymerase chain reaction - Álvarez-Lafuente et al. 64 (9): 1357
  7. a b c O'Dell JR.Therapeutic strategies for rheumatoid arthritis.NEJM 2006;350:2591-2602.
  8. O'Dell JR.Therapeutic strategies for rheumatoid arthritis. NEJM 2006;350:2591-2602.
  9. Geneesmiddelenbulletin 2005 (nov); 39: 121-129
  10. http://www.pubmedcentral.nih.gov/articlerender.fcgi?tool=pmcentrez&artid=1520676
  11. NHG-standaard artritis Geraadpleegd op 13-10-2009.