Filmkeuring

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bioscoop in Australië

Met filmkeuring wordt bedoeld dat er voorafgaand aan de verschijning van een film wordt aangegeven welke kenmerken een rolprent vertoont, waardoor die mogelijk ongeschikt is voor bepaalde groepen kijkers.

Nederland[bewerken]

Zie ook Kijkwijzer en Centrale Commissie voor de Filmkeuring.

Filmkeuring bestaat sinds het begin van de twintigste eeuw. Vertegenwoordigers van kerken en maatschappelijke organisaties beoordeelden alle rolprenten. In het verzuilde Nederland betekende dat dat ook een priester uit de katholieke kerk en een gereformeerd lid, jarenlang was dat Henriëtte Kuyper, deel van de commissie uitmaakten. De katholieken kenden een kerkelijke lijst van afgeraden en verboden films, vergelijkbaar met de Index librorum prohibitorum, een lijst van films die zij niet mochten gaan zien.

De Bioscoopwet (Wet van 14 mei 1926, Stb. 118, tot bestrijding van de zedelijke en maatschappelijke gevaren van de bioscoop) maakte een einde aan alle lokale bioscoopcommissies die ieder hun eigen criteria hadden. Als uitvloeisel van die wet werd begin 1928 door de overheid de Rijksfilmkeuring oftewel de Centrale Commissie voor de Filmkeuring (CCF; vanaf 1977 De Nederlandse Filmkeuring) ingesteld waarin o.a. Johan August van Thiel werd benoemd. Een jaar later stelde de CCF een 'commissie van advies' in. De keuringsuitslag kon zijn alle leeftijden, 14 jaar en ouder, 18 jaar en ouder, of niet toegelaten.

Daarnaast kon een burgemeester op basis van het toenmalige artikel 221 van de Gemeentewet in het belang van de openbare orde of goede zeden een film verbieden, zoals in de jaren '60 die van Gorkum, Mr. Louis Rudolph Jules van Rappard, deed.

Vervolgens kwam er de Wet op de filmvertoningen (Wet van 5 januari 1977, Stb. 170, tot afschaffing van de filmkeuring voor volwassenen, invoering van een nieuw systeem van keuring voor jeugdigen, en intrekking van de bevoegdheid van de burgemeester ex artikel 221, lid 2, van de Gemeentewet).

In 1986 volgde wijziging van artikel 240 Sr, nl. afschaffing van het verbod op pornografie voor volwassenen.

Tenslotte kwam er de Wet van 14 december 2000 tot wijziging van de Mediawet en van het Wetboek van Strafrecht, alsmede intrekking van de Wet op de filmvertoningen. Vanaf 22 februari 2001 worden films, video's, tv-programma's en computerspelletjes door distributeurs zelf gekeurd: zelfregulering dus. Bij falen worden er wel boetes gegeven. De keuring richt zich met name op ouders, maar er wordt dus wel op toegezien dat bioscopen en verkooppunten van bijvoorbeeld DVD's de regels naleven. In artikel 240a Sr (voor jongeren ongeschikt materiaal aan een jongere vertonen) werd ook het verstrekken van een gegevensdrager strafbaar en werden de straffen verhoogd.

België[bewerken]

De Wet van 1 september 1920 waarbij aan minderjarigen beneden 16 jaar toegang tot de bioscoopzalen wordt ontzegd laat uitzonderingen toe, te bepalen door een commissie.

Er is op basis van het Samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad betreffende de oprichting, samenstelling en werking van de intergemeenschapscommissie voor de filmkeuring een Intergemeenschapscommissie voor de Filmkeuring die oordeelt voor welke film toch geldt "kinderen toegelaten" (KT). De rest valt in de categorie "kinderen niet toegelaten" (KNT). In een arrest van 18 november 2004 oordeelde de Raad van State echter dat de Intergemeenschapscommissie voor de Filmkeuring daarvoor niet bevoegd is. Bij Koninklijk Besluit van 27 april 2007 is nu een Commissie voor de Filmkeuring opgericht die films kan toelaten voor allen of voor minderjarigen vanaf de leeftijd van 12 jaar.[1][2][3]

In 2009 is de nieuwe commissie nog niet van start gegaan, maar intussen heeft de oude commissie wel de nieuwe categorie "KT vanaf 12" ingevoerd.[4]

Verenigde Staten[bewerken]

Zie filmkeuring in de Verenigde Staten.

Bronnen, noten en/of referenties