François Daniël Changuion

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

(jhr.) mr. François Daniël Changuion (Demerary, 16 februari 1766 - Offenbach am Main, 15 juni 1850) was een Nederlands bestuurder en diplomaat.

Familie[bewerken]

Changuion stamde uit een van oorsprong Franse familie van wie zijn grootvader zich in 1718 te Amsterdam vestigde. Hij was de zoon van François Changuion (1727-na 1776), raad in het Hof van politie en justitie, en Anna Geertruida (van) Gelskerke (†1787). Hij trouwde in 1800 Henriëtte Wilhelmina Hartingh (1775-1860) uit welk huwelijk vier kinderen werden geboren.

Levensloop[bewerken]

Changuion studeerde af in de rechten in Leiden in 1788. Vanaf 1788 was hij vroedschap en schepen van Leiden maar werd in 1795 uit zijn bestuurlijke functies ontslagen waarna hij naar het buitenland vertrok. In 1803 keerde hij naar Nederland terug en vestigde zich te 's-Gravenhage. Daar raakte hij betrokken bij het Driemanschap van 1813 en sloot zich bij hen en hun ideeën over de inrichting van het land aan. In januari 1814 werd hij door de soeverein vorst aangesteld als gezant in de Verenigde Staten en in mei vertrok hij met zijn familie daarnaartoe. Gezien de oorlogsomstandigheden waarin de VS verkeerden, kon hij echter verder weinig doen daar. In mei 1815 ontving hij door die omstandigheden pas de brief waarin hij in december 1814 bleek te zijn aangesteld tot gezant in Constantinopel. Hij werd daar echter niet meer heengezonden en werd in 1818 op pensioen gesteld.

In 1815 was hij in de Nederlandse adel verheven en kregen hij en zijn nakomelingen het recht het predicaat jonkheer of jonkvrouw te voeren.

Rond 1818 werd uit brieven van hem duidelijk dat zijn financiën ernstig in de war waren. Hij ging er vervolgens toe over om wissels ten laste van oude kennissen te vervalsen en te innen, ten bedrage van 44.000 gulden. Na de inning van het geld in Nederland vluchtte hij naar Duitsland. Vergeefs werd om uitlevering van hem gevraagd waarop hij op 27 februari 1823 bij verstek veroordeeld werd tot onder andere tien jaar gevangenisstraf en een geldboete van 11.000 gulden.

Bovendien werd hij op 25 juli 1825 geroyeerd uit de Nederlandse adel, met de bepaling dat de eerder verleende adeldom alleen zou overgaan op voor 27 februari 1823 geboren afstammelingen. Hij overleed in 1850 in Duitsland op de leeftijd van 84 jaar; zijn vrouw overleed tien jaar later.