Garen (koken)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Garen is het zolang verhitten van een gerecht totdat het gaar is. Doorgaans gebeurt dat op een getemperde verwarmingsbron over een langere tijd. Gaar betekent dat eiwitten van structuur veranderd zijn en bij plantaardige voedingsmiddelen uit zich dat in een verlies aan stijfheid van het materiaal. Voedsel kan gaar gemaakt worden door bijvoorbeeld koken, bakken, braden, wokken, frituren of stoven.

Veel groentes kunnen rauw gegeten worden. Gare groentes smaken echter vaak beter of zijn makkelijker verteerbaar. Voedsel te lang verhitten maakt het 'overgaar', waardoor de smaak en voedzaamheid afnemen doordat de smaakstoffen en de vitaminen en mineralen oplossen of vernietigd worden.

Ook vlees of vis kan rauw gegeten worden, maar bevat bacteriën die ziekte of aandoeningen kunnen veroorzaken. Het garen is dan (preventief) gezonder, maar door de verhitting verandert wel de smaak en textuur. Om ziekteveroorzakende bacteriën te doden moet het voedsel tot meer dan 70 °C worden verhit. Het bereiken van deze temperatuur in het voedsel betekent niet dat het dan ook 'gaar' is.

Vis kan ook op een andere manier gegaard worden, namelijk door de rauwe vis met citroensap in te smeren. Het zure sap verandert de structuur van de eiwitten waardoor het visvlees net zo gegaard lijkt als bij verhitting, maar zonder de smaakverandering die daarbij optreedt. Ook andere zure vruchtensappen hebben dat effect, zoals sap van limoen, kiwi of ananas. Dit proces vernietigt echter niet de parasieten die in het rauwe visvlees kunnen voorkomen. Het bevriezen van een pas gevangen vis en eventueel tijdelijk bij 0°C bewaren in een koelkast is dan belangrijk.[1] Een zo bereide visschotel heet ceviche.

Terzijde[bewerken]

  • Iemand die zegt zich 'gaar' te voelen is moe en uitgeput
  • De uitdrukking 'niet goed gaar' of 'een halve gare' betekent: niet goed wijs
  • Een allegaartje is een mengelmoes, van alles wat.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties