Gebruiker:Upsilomega/Kladblok

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Park Vliegbasis Soesterberg
Natuurgebied
Upsilomega/Kladblok (Utrecht)
Upsilomega/Kladblok
Situering
Land Nederland
Locatie Utrecht
Coördinaten 52° 8′ NB, 5° 16′ OL
Dichtstbijzijnde plaats Soesterberg
Informatie
Oppervlakte 5 km²
Opgericht 2009
Beheer Het Utrechts Landschap
Foto's
Landingsbaan van Vliegbasis Soesterberg
Landingsbaan van Vliegbasis Soesterberg

Beheer[bewerken | brontekst bewerken]

Het beheer van Park Vliegbasis Soesterberg is gebaseerd op drie heldere deelvisies, die zijn vastgesteld toen Het Utrechts Landschap het beheer van het park overnam in juni 2009 [1]. Dit zijn het teruggeven van de basis aan de natuur, het behoud van de cultuurhistorische elementen en het openstellen van het gebied voor recreatieve benutting.[2] Vanaf de overname zijn er verdere onderzoeken gedaan, waaronder een gedetailleerde nulmeting Flora en Fauna in 2010, en de resultaten hiervan zijn betrokken bij de uitwerking van het inrichtings- en beheerplan in 2011.[2] Met behulp hiervan is er gezorgd dat het beheer binnen het kader zou werken van onder andere de EHS saldotoets, het gebiedsontwikkelingsproject Hart van de Heuvelrug en de Flora- en faunawet (sinds 2017 de Wet natuurbescherming).[2]

Geschiedenis van het terreinbeheer[bewerken | brontekst bewerken]

Al vanaf de jaren '80, toen het park nog militair terrein was, is de natuur van het park een belangrijkere rol gaan spelen. Dood hout werd niet meer weggehaald maar bleef liggen, staand dood hout werd gecreëerd door bomen te ringen en er werd met opzet open plekken in het bos gemaakt, dat toen nog voornamelijk uit douglassparren bestond die voor de houtkap bestemd waren. [2] Ook werd er toen aandacht besteed aan juist de inheemse boom- en struiksoorten, zoals de trosvlier, boswilg, kardinaalsmuts, wilde lijsterbes, wintereik, vogelkers, eenstijlige meidoorn, taxus, hulst, egelantier, jeneverbes en esp. [2] Het vroegere beheer, gericht op de vliegveiligheid, heeft een belangrijke rol gespeeld in de vorming van het park. Bos werd gekapt om de aansluitingen op de vliegroutes, zogenaamde funnels, vrij te houden. Voor de vliegtuigen is het terrein op grote schaal afgevlakt. Grotere vogels zoals kauwen en zwarte kraaien vormden een aanvaringsgevaar en daarom werden ze verjaagd en werd de voedselarme bodem in stand gehouden. Omdat losliggend materiaal de straalmotoren ingezogen kon worden moest de gehele bodem begroeid zijn en moest gemaaid materiaal snel worden weggevoerd. Vogels woelden ook het gras om op zoek naar engerlingen waardoor het gras op de hectares waar de overlast groot was werd geplagd en ingezaaid met heide. [2] Naaldbomen mochten niet groeien vanwege brandgevaar. Diverse soorten hebben op deze militaire voorwaarden mee kunnen liften, maar er was ook sprake van speciale aandacht voor niet-storende soorten. Zo zijn de bosranden vanaf 1993 niet meer gemaaid om uitkijkposten voor roodborsttapuiten te behouden, is er vanaf 1998 gestopt met het inzaaien van graszaad en werden er geen werkzaamheden uitgevoerd rond roofvogelnesten. [2] Ook mocht dood out zo veel mogelijk blijven staan en zijn diverse schuilplaatsen en kelders afgesloten en geschikt gemaakt voor vleermuizen. [2]

Natuurbeheer[bewerken | brontekst bewerken]

De zeldzame soorten en habitats van het park zijn te danken aan het vroegere militaire beheer, in combinatie met de speciale ondergrond (grind, leem en grof zand) karakteristiek voor de Utrechtse Heuvelrug. [2] De ambitie van het beheerplan is om dit type natuur in stand te houden en daarnaast verder te ontwikkelen, door bijvoorbeeld bebouwing en verharding te verwijderen of te laten overwoekeren om zo de natuur meer ruimte te geven. In overeenstemming met de eisen van de natuurwetgeving wordt het park ook ontwikkelt als verbindende schakel op de Utrechtse Heuvelrug, en er zijn doelsoorten opgesteld die de boscorridor tussen ecoduct Beukbergen en ecoduct Op Hees moet gaan faciliteren, zoals reeën, boommarters, hazelwormen en loopkevers [3].

Grasland- en heidebeheer[bewerken | brontekst bewerken]

Grasland is een pioniervegetatie en zonder beheer zal deze biotoop van nature verdwijnen. Om alle aanwezige typen grasland te behouden is het nodig om het gebied schraal te houden door middel van hooien of grazen. Omdat het hooien tijdens het militaire beheer gunstig is gebleken voor de biodiversiteit is dit op ongeveer 50 hectare voortgezet, namelijk op het zweefvliegterrein waar het nodig was voor de vliegveiligheid, en waar bronpopulaties van zeldzame soorten voorkwamen. [2] Het hooien vindt plaats tussen half augustus en eind september waarbij er rekening wordt gehouden met de vliegperiodes van vlinders en de zaadzetting van kruiden. [2] Om insecten die in de vegetatie overwinteren en ook zadenetende dieren te faciliteren is besloten om jaarlijks een tiende van het grasland onaangetast te laten. [2]

De andere beheeroptie is om een gescheperde kudde het terrein te laten begrazen. Dit zou onder andere de biodiversiteit moeten verhogen, meer structuur en dynamiek toevoegen en de strooisellaag openmaken. [2] Ook zou dit een aantrekkelijk beeld vormen voor recreanten. [2] De omschakeling van hooien naar grazen kwam echter met onzekerheden, zoals de invloed op de vegetatie, insecten en in het bijzonder op de grond broedende vogels. [2]

Ook van belang voor veel soorten op de Vliegbasis is de aanwezigheid van zandige plekjes, pollen of dwergstruikjes en zowel structuurarme als structuurrijke vegetaties. [2] Dit wordt gehandhaafd door konijnen en gele weidemieren, die lokaal de zandige plekjes al maken, hun gang te laten gaan, de vegetatie niet hoger te laten groeien dan heidestruiken en struweelvorming selectief op plekken wel en niet toe te staan. [2] Door de verschraling van het gebied gaat steeds meer zeldzame bloemrijke en heischrale graslanden over in het minder zeldzamere heide, en om dit te voorkomen zal er ook worden geëxperimenteerd met lichte bemesting. [2]

Wolf's bane (Arnica montana).
Valkruid (Arnica montana), een belangrijke plantensoort van heischrale graslanden.

Bosbeheer[bewerken | brontekst bewerken]

Het doel van het bosbeheer is om inheems en oud bos te handhaven, waarbij het nodig is om op de bodem een bosmilieu te creëren voor mieren, loopkevers en (oud)bosplanten. [2] Om ondergroei mogelijk te maken en de eikenstrubben te behouden vinden er elke zes jaar dunningen plaats, waarbij gelet wordt op het behoud van een diverse gemeenschap van inheemse boom- en struiksoorten. [2] Exoten zoals de Amerikaanse eik en de Amerikaanse vogelkers worden verwijderd. Op grote schaal wordt er getracht de overgangen tussen grasland en bos geleidelijker te maken met behulp van een gescheperde kudde schapen. [2]

Beheer van objecten en verhardingen[bewerken | brontekst bewerken]

  1. (March 2009). Ruimtelijk plan Vliegbasis Soesterberg: p. 1-72. Geraadpleegd op 28 June 2018.
  2. a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u (07-06-2011). Inrichtings- en beheerplan voormalige Vliegbasis Soesterberg maatregelen voor natuur, cultuurhistorie en recreatie: p. 1-76. Geraadpleegd op 28 June 2018.
  3. (18-01-2008). INRICHTINGS- EN BEHEERPLAN WESTELIJKE CORRIDOR HART VAN DE HEUVELRUG: p. 1-36. Geraadpleegd op 28 June 2018.