Geert Hofstede

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Gerard Hendrik (Geert) Hofstede (Haarlem, 2 oktober 1928 - Ede, 12 februari 2020) was een Nederlands organisatiepsycholoog, die internationale bekendheid geniet op het gebied van interculturele studies. Hij was verbonden aan de Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde van de Universiteit Maastricht, waar hij de studierichting Internationaal Management opzette. Hij schreef het standaardwerk Culture’s Consequences.

Loopbaan[bewerken | brontekst bewerken]

Hij was werktuigbouwkundig ingenieur (1953, TH Delft) en promoveerde in 1967 aan de Rijksuniversiteit Groningen in de organisatiesociologie. Hofstede was hoogleraar Vergelijkende cultuurstudies van organisaties aan de Universiteit Maastricht. Het voormalige Institute for Research on Intercultural Co-operation IRIC van de Universiteit Maastricht en de Universiteit van Tilburg zette Hofstedes onderzoek voort en actualiseerde de meetgegevens.

Hofstede geniet met name bekendheid door het door hem geformuleerde cultuurmodel, dat gebruikmaakt van een aantal door hem in kaart gebrachte 'dimensies': bepalende kenmerken die een cultuur in meerdere of mindere mate bezit en aan de hand waarvan culturen met elkaar kunnen worden vergeleken. Hofstede kwam tot zijn cultuurmodel naar aanleiding van een onderzoek binnen IBM in de jaren 60. Nationale en regionale verschillen met invloed op het functioneren van institutionele organisaties (als overheden, gezinnen, bedrijven, scholen) werden door zijn werk zichtbaar en meetbaar gemaakt. Het model beoogt beter inzicht in cultuurverschillen te geven en die daarmee beter overbrugbaar te maken.

Hij ontving tien eredoctoraten; de laatste te Galati (Roemenië) in 2016 op 88-jarige leeftijd.

Hofstedes dimensies[bewerken | brontekst bewerken]

  • Machtafstand - De mate van machtafstand wordt afgeleid uit de relatieve waardering van maatschappelijke ongelijkheid en hiërarchie. Latijns-Amerikaanse en Arabische landen scoren hier hoog, België vrij hoog, Nederland en Zweden laag. Denemarken en Oostenrijk scoren extreem laag.
  • Individualisme - De mate van individualisme (vs. collectivisme) is hoog in de Verenigde Staten en laag in Guatemala. De individualisme-scores van een land lijken evenredig te lopen met het BNP van dat land; "rijke" landen zijn individualistisch en arme landen zijn in het algemeen collectivistischer. In tegenstelling tot wat men zou verwachten scoort Japan middelmatig op individualisme.
  • Masculiniteit - De mate van masculiniteit of feminiteit geeft aan in hoeverre waarde wordt gehecht aan traditioneel mannelijke en vrouwelijke kwaliteiten. Mannelijke waarden zijn onder meer competitiviteit, assertiviteit, ambitie en het vergaren van rijkdom en weelde, waartegenover vrouwelijke waarden als bescheiden gedrag, dienstbaarheid en solidariteit staan. Ook geldt dat er in "masculiene" landen een duidelijke rolverdeling is tussen man en vrouw waar dit niet het geval is in laag scorende landen, de rolverdeling tussen man en vrouw lijkt hier meer elkaar te overlappen. Hofstede bestempelde Japan als de meest masculiene samenleving en Zweden als de meest feminiene samenleving, ook de Nederlandse samenleving werd als zeer feminien bestempeld.[bron?]
  • Onzekerheidsvermijding - De mate van onzekerheidsvermijding door regelgeving, formele procedures en rituelen. Hoe hoger de score, hoe meer men geneigd zal zijn om berekenend te werk te gaan in het internationale zakendoen. Dit heeft te maken met de angst voor het onzekere, en dus voor alles wat anders is. Hoog scorende landen hebben de neiging alles onder controle te willen hebben waar laagscorende landen een natuurlijke kalmte lijken te hebben en alles op zich af laten komen. Mediterrane landen, Japan en België scoren hier hoog, Nederland en Duitsland scoren middelmatig en Engeland scoort laag.
  • Lange- of kortetermijndenken - In deze later toegevoegde vijfde dimensie wordt (oosterse) volharding in de ontwikkeling en toepassing van innovaties gesteld tegenover (westerse) drang naar waarheid en onmiddellijk resultaat.
  • Toegeeflijk vs. terughoudendheid - Toegeeflijkheid staat voor een samenleving die de bevrediging van de elementaire en natuurlijke menselijke waarde met betrekking tot het genieten van het leven en plezier maken relatief vrij laat. Terughoudendheid staat voor een samenleving die de bevrediging van behoeften onderdrukt en deze door middel van strenge sociale normen regelt.

Publicaties[bewerken | brontekst bewerken]

De twee standaardwerken van Hofstede zijn:

  • "Allemaal andersdenkenden: omgaan met cultuurverschillen". 2e druk met Geert Jan Hofstede, Contact 2005 (vertaling van de bestseller "Cultures and organizations: software of the mind". 3e druk met Michael Minkov als derde auteur verwacht voor 2010).
  • "Culture's Consequences", Sage Publications, Californië 2001 (het 'dikke boek', oorspronkelijke editie 1980).

Verwante organisaties[bewerken | brontekst bewerken]

  • Geert Hofstede Consortium, een consortium van vijf universiteiten die gericht zijn op internationale corporate communicatie; het organiseert het Geert Hofstede Symposium over het belang van interculturele samenwerking. Daarnaast biedt het een joint european master aan in International communication.
  • ITAP, een commercieel bedrijf gericht op het toepassen van het CWQ product, een persoonlijk cultuur assessment.
  • Interact Consult: Een adviesbureau dat metingen uitvoert op basis van het Hofstede model.

Archief[bewerken | brontekst bewerken]

Het Archief van Geert Hofstede is sinds februari 2020 open toegankelijk in de Universiteitsbibliotheek Groningen.[1]

Wetenswaardigheden[bewerken | brontekst bewerken]

  • Hij noemde zichzelf graag "scharrelprofessor", Of "hofnar in economenland"
  • In de citatie-index van Economisch Statistische Berichten, het vakblad van economen, domineerde Geert Hofstede in de jaren negentig terwijl hij geen econoom was.

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]