Generalisering

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Generalisering is het veralgemenen van bepaalde conclusies of onderzoeksresultaten. Hoewel slechts een deel van een groep personen, situaties, organisaties en/of gevallen individueel onderzocht zijn, worden de resultaten toegeschreven aan alle gevallen binnen de groep.

Als het onderzochte deel voldoende is voor een representatieve steekproef, dan wordt er gesproken van een statistische generalisatie. Soms is het onmogelijk om een volledige groep te onderzoeken en worden conclusies getrokken op basis van een steekproef. In zo'n geval zal de getrokken conclusie mogelijk niet voor iedereen binnen de groep gelden, maar wel voor het grootste deel. De generalisering is dan ook waarschijnlijk. Een voorbeeld kan zijn "Nederlanders spreken goed Engels". Hoewel niet alle Nederlanders zijn onderzocht, is een dusdanig grote groep onderzocht dat deze generalisatie aannemelijk is.

Generalisatie komt echter ook voor op basis van een zeer beperkte steekproef. Dit gebeurt bijvoorbeeld als de handelingen/kenmerken van één of enkele personen wordt gezien als kenmerk van een grote groep. In veel gevallen heeft dit een negatieve bijklank en wordt dit gezien als een vooroordeel. Het betreffende kenmerk is dan vaak een stereotype van de groep.

Hoewel een generalisering per definitie niet negatief hoeft te zijn, heeft dit in het dagelijks gebruik meestal wel die bijklank.