Gijzeling in Enspijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De gijzeling in Enspijk in 1973 is bekend geworden als de eerste niet-politieke gijzeling die in Nederland plaatsvond.[bron?]

Aanleiding[bewerken]

Op 29 januari 1973 wordt door de uit de Scheveningse gevangenis ontsnapte Daan Denie en Jan Brouwers een overval gepleegd op een sigarenwinkel annex postagentschap in 's-Hertogenbosch. Met de buit, bestaande uit 16.000 gulden in contanten, 10.000 gulden aan postzegels en 50 sigaren, vluchtten de overvallers over de A2 weg van 's-Hertogenbosch. Ter hoogte van het Verkeersplein bij Deil komt de vluchtauto zonder brandstof te staan. Hierop lopen de overvallers met jerrycans naar een nabijgelegen tankstation, terwijl ze de complete buit op de achterbank laten liggen. Na de jerrycans gevuld te hebben, zien de overvallers een politiewagen bij de vluchtauto staan.

Met een vuurwapen dwingen Denie en Brouwers een automobilist tot stoppen en nemen zijn wagen over. Ze vluchten richting Enspijk, waar ze een doodlopende straat inrijden. Hierop stappen Denie en Brouwers uit de auto en lopen richting een woonhuis. Het woonhuis wordt binnengedrongen en de aanwezige bewoners, een man, vrouw en dochter, worden in gijzeling genomen.

Verloop[bewerken]

Onderhandeling door de moeder van een van de overvallers

Al snel krijgt de zaak veel aandacht van de autoriteiten, media en omwonenden. De politie is van oordeel dat zij onvoldoende capaciteit hadden tegen de zwaarbewapende overvallers, en leenden van het 48e Pantserinfanteriebataljon Regiment van Heutz gelegerd op de Koning Willem I Kazerne twee YP-408 pantserwielvoertuigen. De media neemt via de telefoon contact op met het huis en spreken de gijzelaars en gijzelnemers. Pas enige uren later wordt dit telefoonnummer afgesloten. Denie en Brouwers willen een snelle vluchtauto en twee uur voorsprong op de politie. De politie schakelde uiteindelijk familie van Denie en Brouwers in om de gijzelingsactie tot een einde te brengen. Uiteindelijk had een poging van de moeder van Denie succes. Ze kregen een vrijgeleide met de moeder en reden richting Den Haag. In deze woonplaats van Denie werden beide heren 30 uur na aanvang van de gijzeling aangehouden.

Gevolg[bewerken]

De bestaande structuren en capaciteiten van de autoriteiten bleken onvoldoende voorbereid op dergelijke criminele acties. Naar aanleiding van deze actie, in combinatie met een gijzeling in München in 1972, wordt drie weken later de Bijzondere Bijstands Eenheid van de politie opgericht.

Bij de rechtszaak wordt 10 jaar celstraf geëist, 7 jaar wordt in hoger beroep gegeven. Uit de telefonische gesprekken door media met de familie Smits tijdens de gijzelingsactie, uit een interview met dezelfde familie in Panorama en tijdens de rechtszaak komt naar voren dat deze familie al snel empathie had ontwikkeld voor de overvallers en gijzelnemers. Ze hadden meer kritiek op het gedrag van de autoriteiten, mede door bij het huis geplaatste tanks.[1] Dit gedrag wordt verklaard als stockholmsyndroom, vernoemd naar het gedrag van gijzelaars tijdens en na een gijzeling in Stockholm een halfjaar ná de gijzeling in Enspijk.