Gijzeling lagere school in Bovensmilde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De school in Bovensmilde na de aanval; muur waardoor een tank reed.

De gijzeling van een lagere school in Bovensmilde begon op maandag 23 mei 1977 om 9 uur. Toen drongen vier Zuid-Molukse jongeren de lagere school De Meenthe in het Drentse Bovensmilde binnen. Deze actie vond tegelijkertijd plaats met de treinkaping bij De Punt, eveneens in de provincie Drenthe.

Op de school werden 105 kinderen en vijf leerkrachten vastgehouden. Televisiebeelden van kinderen die, uit een raam hangend, op last van de gijzelnemers, "Van Agt, wij willen leven..." riepen, maakten diepe indruk. Op 27 mei 1977 om 6.45 uur werden alle gegijzelde schoolkinderen, die ziek waren, en een leerkracht vrijgelaten. Later bleek dat het bofvirus er heerste. De gijzelnemers wilden ook niet de dood van leerlingen op hun geweten hebben. Vier leerkrachten bleven gegijzeld.

Bijna drie weken na het begin van de gijzeling, op zaterdagmorgen 11 juni, gaven de kapers in de school zich over nadat de school was aangevallen met pantserwagens, op hetzelfde moment waarop door militair ingrijpen de treinkaping bij De Punt werd beëindigd.

In 2006 lanceerde Laurà Gerards, die in 1977 in de eerste klas van de school zat, het plan om een herdenkingsteken te plaatsen waar destijds het schoolgebouw stond. De gemeente Midden-Drenthe stond aanvankelijk positief tegenover haar idee, maar het bleek tot gemengde reacties in Bovensmilde te leiden.

In 2007 werd voor het eerst in dertig jaar een herdenking gehouden, er werden o.a. witte ballonnen opgelaten.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]