Godfried de Noorman

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Godfried de Noorman, ook wel Godfried de Zeekoning (onbekend - Spijk, 885) was een Deens Vikinghoofdman. Hij was één van de zeekoningen, of jarls, die met zijn mannen plunderend rondtrokken. Onder koning Karel de Dikke kreeg Godfried het hertogdom Frisia toebedeeld.

Geschiedenis[bewerken]

De Noorman Godfried doet voor het eerst van zich horen in 880 als hij (waarschijnlijk) overgekomen uit Engeland vanuit Gent plundertochten in Vlaanderen organiseert en daarna de Maas- en Rijn-gebieden doorkruist. De Frankische keizer Karel de Dikke omsingelde hem in Asselt met een groot leger van Longobarden, Beieren, Alemannen, Thuringers, Saksen en Friezen, maar sloot in 882 uiteindelijk vrede met Godfried en beleende hem in een bovengrafelijke positie als hertog van Frisia, het voormalige gebied van Rorik, op voorwaarde dat hij zich zou bekeren tot het christendom. Daarnaast vormde het huwelijk van Godfried met Gisela van Lotharingen, dochter van Lotharius II, de eerdere koning van Lotharingen en zijn favoriete vrouw Waldrada een onderdeel van de vrede. Het achterliggende idee zou zijn geweest dat Godfried plunderingen van andere Vikingen zou voorkomen, maar dit bleek al snel ijdele hoop.

In 885 betrok Hugo, de broer van Gisela, Godfried in een poging om de rechten die zijn vader Lotharius II had gehad te verkrijgen. Mogelijk is het huwelijk van Godfried met Gisela ook pas op initiatief van Hugo tot stand gekomen, want Karel ontbood Gisela in Worms en verbood haar terug te keren naar haar man. Godfried stuurde de onder hem vallende Friese graven - comités Fresonum - Gerulf en Gardulf, mogelijk broers, naar de keizer met de eis om wijngebieden rond Koblenz, Andernach en Sinzig in ruil voor zijn trouw.

Dit ging Karel te ver en hij liet Godfried naar Herispich, het huidige Spijk, komen onder het voorwendsel van onderhandelingen met zijn gezant graaf Hendrik van Babenberg. Volgens Regino van Prüm zou graaf Everhard Saxo een aanklacht indienen tegen Godfried en de eerste slag toebrengen. Toen dit gebeurde, doodden de mannen van Hendrik Godfried, waarna de andere Vikingen een gelijk lot trof, waarmee een einde kwam aan de Deense heerschappij in Frisia. Hugo werden de ogen uitgestoken. Een deel van Godfrieds gebied kwam in leen van Gerulf.

Zie ook[bewerken]