Godfried van Brabant

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Godfried van Brabant
- 1302
Zegel van Godfried van Aarschot
Zegel van Godfried van Aarschot
Heer van Vierzon
Periode 1277 - 1302
Voorganger Jeanne Isabelle van Vierzon
Opvolger Maria van Brabant
Heer van Aarschot
Periode 1284 - 1302
Opvolger Alix van Brabant
Vader Hendrik III van Brabant
Moeder Aleidis van Bourgondië

Godfried van Brabant, ook wel Godevaart van Brabant genoemd (Brussel,[1] ? - Kortrijk, 11 juli 1302[2]), Heer van Vierzon (1277-1302), Heer van Aarschot (1284-1302),[3] was de derde zoon van Hendrik III van Brabant en Aleidis van Bourgondië.[1]

Leven[bewerken]

Godfried trouwde in 1277 met Jeanne Isabelle van Vierzon, waardoor hij iure uxoris ("bij rechte van zijn echtgenote") Heer van Vierzon werd.[4] Hij zou zowel politiek als militair zijn broer Jan I van Brabant, die na het aftreden van hun oudste broer Hendrik IV van Brabant hertog werd, bijstaan.

Reeds in 1280 en 1281 liet hij zich Graaf of Heer van Aarschot noemen, wat in 1283 tot een schikking met Jan, Heer van La Rivière, leidde over de aanspraken van beide heren in het Land van Aarschot.[5] Godfried zou op 29 oktober 1284 uiteindelijk door zijn broer Jan I van Brabant officieel Aarschot als apanage krijgen.[3]

Hij vocht in 1288 samen met zijn broer mee in de slag bij Woeringen, waarbij hij graaf Reinoud I van Gelre wist gevangen te nemen.[6] In 1292 bemiddelde hij een vrede tussen Frankrijk en de Graaf van Vlaanderen.

Na de dood van zijn broer zou hij voor zijn neef Jan II van Brabant de opstanden die toen opdoken de kop indrukken. In 1296 bemiddelde hij ook voor Brabant met de aartsbisschop van Keulen, Siegfried van Westerburg.[7]

Hij ontving op 9 augustus 1299 van Paus Bonifatius VIII dispensatie voor zijn verloving met Elizabeth (Isabella) van Gelre, dochter van Reinoud I van Gelre.[8]

In 1302, toen Vlaanderen in opstand kwam tegen koning Filips IV van Frankrijk, sloten Godfried en zijn enige zoon zich aan bij het Franse leger in de Guldensporenslag.[9] Beiden werden gedood, samen met verscheidene andere ridders uit Brabant.[2] Zijn goederen werden onder zijn vier getrouwde dochters verdeeld.[10]

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Hij had bij Jeanne Isabelle, dame van Vierzon (- 1296), één zoon en zes dochters:

Voorouders[bewerken]

Voorouders van Godfried van Brabant
Overgrootouders Hendrik I van Brabant
(1160-1235)

Mathilde van Boulogne
(±1161–1210)
Filips van Zwaben
(1177-1208)
∞ 1197
Irena Angela
(1177-1180)
Odo III van Bourgondië
(1166-1218)
∞ 1299
Adelheid van Vergy
(1182–1252)
Robert III van Dreux
(1185-1234)
∞.1210
Eleonora van Saint-Valery-sur-Somme
(1192-1250)
Grootouders Hendrik II van Brabant
(1207-1248)

Maria van Zwaben
(1201-1235)
Hugo IV van Bourgondië
(1212-1272)
∞ 1229
Yolande van Dreux
(1212-1248)
Ouders Hendrik III van Brabant (1231-1261)
∞ +/-1251
Aleidis van Bourgondië (1233-1273)
Godfried van Brabant (-1302)

Noten[bewerken]

  1. a b Genealogia Ducum Brabantiæ Heredum Franciæ 9 (MGH SS XXV, p. 391).
  2. a b c Oude Kronik van Brabant (= Codex Diplomaticus Neerlandicus², III.1, 1855, p. 83); Willem van Nangis, Continuatio Chronici s.a. 1302 (= RHGF XX, p. 585), Chronique Artésienne s.a. 1302 (= F. Funck-Brentano, 1899, p. 49).
  3. a b C. Butkens, Trophées tant sacrées que prophanes de la duché de Brabant, I, Preuves, pp. 205-206 (brief uit het archief van de Abdij van Averbode; brief uit de Chartres de Brabant). Vgl. C. Leyssens, Geschiedenis van Aerschot, Aarschot, 1853, pp. 19-24.
  4. Gestorum Abbatem Trudonensium Continuatio Tertia II 2 (MGH SS X, p. 409).
  5. C. Leyssens, Geschiedenis van Aerschot, Aarschot, 1853, pp. 24-26.
  6. Jan van Heelu, Rymkronyk betreffende den slag van Woeringen van het jaer 1288 (8755-8758).
  7. T.J. Lacomblet (ed.), Urkundenbuch für die Geschichte des Niederrheins, II, 1846, pp. 570-571 (nr. 965).
  8. Brief van paus Bonifatius VIII van 9 augustus 1299 (= Urkunden und Regesten zur Geschichte der Rheinlande aus dem Vatikanischen Archiv, I, 1902, p. 39 (nr. 76)).
  9. Chronique Artésienne, p. 22. Ze werden mede genoemd als verraders van Vlaanderen.
  10. Oorkonde van 2 juli 1303 (= Codex Diplomaticus Neerlandicus², I, 1853, pp. 4-10 (nr. 6)). Vgl. Oude Kronik van Brabant (= Codex Diplomaticus Neerlandicus², III.1, 1855, p. 83).
  11. a b Oorkonde van 2 juli 1303 (= Codex Diplomaticus Neerlandicus², I, 1853, pp. 4-10 (nr. 6)).
  12. Brief van paus Bonifatius VIII van 8 januari 1296 (= Urkunden und Regesten zur Geschichte der Rheinlande aus dem Vatikanischen Archiv, I, 1902, p. 8 (nr. 18)), T.J. Lacomblet (ed.), Urkundenbuch für die Geschichte des Niederrheins, II, 1846, pp. 570-571 (nr. 965), Oorkonde van 2 juli 1303 (= Codex Diplomaticus Neerlandicus², I, 1853, pp. 4-10 (nr. 6)), brief uit de archieven van de abdij van Averbode (1320) (= C. Butkens, Trophées tant sacrées que prophanes de la duché de Brabant, I, Preuves, p. 210).
  13. Obituarium van de abdij van Averbode (= C. Butkens, Trophées tant sacrées que prophanes de la duché de Brabant, I, Preuves, p. 210).
  14. Oorkonde van 2 juli 1303 (= Codex Diplomaticus Neerlandicus², I, 1853, pp. 4-10 (nr. 6)), Oude Kronik van Brabant (= Codex Diplomaticus Neerlandicus², III.1, 1855, p. 83).
  15. Oorkonde van 2 juli 1303 (= Codex Diplomaticus Neerlandicus², I, 1853, pp. 4-10 (nr. 6)), Oude Kronik van Brabant (= Codex Diplomaticus Neerlandicus², III.1, 1855, p. 83), brief uit de archieven van de abdij van Averbode (1320) (= C. Butkens, Trophées tant sacrées que prophanes de la duché de Brabant, I, Preuves, p. 210), oorkonde van 13 december 1299 (= I.A. Nijhoff, Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland, I, Arnhem, 1830, p. 77-78 (nr. 67)).
  16. a b Oorkonde van 2 juli 1303 (= Codex Diplomaticus Neerlandicus², I, 1853, pp. 4-10 (nr. 6)), Obituaires de la province de Sens I.2, Abbaye de Longchamp, pp. 661, 670.

Referenties[bewerken]