Naar inhoud springen

Gundioc

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Gundioc
? - 473
Keizer Libius Severus (461-465) op de voorkant van deze munt, op de achterkant het monogram van Ricimer.
Keizer Libius Severus (461-465) op de voorkant van deze munt, op de achterkant het monogram van Ricimer.
Koning van de Bourgondiërs
Periode 456 - 473
Voorganger eerst bekende Gundahar
Opvolger Chilperik I
magister militum per Gallia
Periode 461-472
Opvolger Chilperik I
Familie
Vader mogelijk Gundahar
Moeder dochter van Rechila
Kinderen Gundobad, Godigisel, Chilperik II en Gundomar
Bron: Sidonius Apollinaris
Gregorius van Tours
Portaal  Portaalicoon   Romeinse Rijk

Gondioc, ook wel Gundioc, Gundowech, Gunderik (? – 473) was koning van de Bourgondiërs. Onder Gondioc, die tevens generaal was in het Romeinse leger, werd de grondslag gelegd voor het Bourgondische Rijk. Hij leidde samen met zijn broer Chilperik I het Bourgondische volk.

De afkomst van Gondioc is onduidelijk. Volgens de Frankische bisschop Gregorius van Tours zou hij afstammen van de Visigotische koning Athanarik († 381)[1], maar er zijn meer redenen om aan te nemen dat hij een zoon of familielid van koning Gundahar was. Gundioc was getrouwd met een zuster van Ricimer, opperbevelhebber van het Romeinse leger in Italië. Hij had vier zonen, Gundobad, Godigisel, Chilperic II en Gundomar. Toen na zijn dood in 473 het koninkrijk onder zijn zonen werd verdeeld brak er een burgeroorlog uit.

 
 
 
Wallia
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
moeder
 
Rechila
 
 
 
 
 
 
Gundahar
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Rechiar
 
Ricimer
 
zuster
 
Gundioc
 
Chilperik I
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Chilperic II
 
Godigisel
 
Gundobad
 
Gundomar
 
 
 
 

Duaal Koningschap

[bewerken | brontekst bewerken]

Van Sidonius Apollinaris en Gregorius van Tours kennen we de vermelding dat Gundioc samen met zijn broer Chilperik het gezag uitoefende over het Bourgondisch territorium.[2] De meeste historici zien dit duaal-koningschap als een gedeelde dynastieke heerschappij, maar niet als afzonderlijke staten. Heather vermeldt dat het gezamenlijk koningschap diende om de stabiliteit van de foedus te bewaren en familiale opvolging te garanderen.[3] Dit familiaal model kwam voor bij meerdere Germaanse elities (Franken en Goten). De Romeinse administratie lijkt deze broederstructuur te hebben erkend zolang deze was ingebed in het Romeins bestuur.

Alleen Gundioc komt voor in de officiële lijsten. Dit betekent dat hij naar buiten optrad als primus inter pares. Hij voerde de federale troepen aan en droeg later de Romeinse titel magister per Gallias. Chilperik vertegenwoordigde het binnenlands bestuur. Deze collegiale heerschappij bood Ricimer een betrouwbare partner in Zuid-Gallië en garandeerde dynastieke continuïteit.

Bourgondische staat

[bewerken | brontekst bewerken]

Gondioc speelde een belangrijke rol bij het vormgeven van de opkomende Bourgondische staat. Na de verwoestende nederlaag bij Worms in 436—waarbij koning Gundahar samen met het grootste deel van de koninklijke familie werd gedood - behielden de Bourgondiërs hun status als foederati.[4][5] In 443 werden de Bourgondiërs op initiatief van de Romeinse veldheer Aetius overgeplaatst naar (Savoye), waar zij een nieuw vestigingsgebied verkregen, met Geneva als hun nieuwe centrum.[6][7] Tijdens het bewind van Gondioc namen Bourgondische politieke structuren geleidelijk vorm aan, maar bewijs van Bourgondische veroveringen gericht op het creëren van een koninkrijk ontbreekt. Historici kunnen alleen maar concluderen dat Gondioc een ambtenaar van de Romeinse staat was en dat hij zijn jurisdictie kon uitoefenen met de hulp van de Bourgondiërs.[8]

Militaire campagnes

[bewerken | brontekst bewerken]

Gundioc speelde een grote rol in het vestigen van de Bourgondische staat. Na hun hervestiging konden de Bourgondiërs nog maar een klein leger op de been brengen. Het was vooral een mobiel leger met ruiters die de noordflank van het rijk moest verdedigen tegen invallers. Ondanks hun geringe aantal vervulden zij een belangrijke militaire rol voor de Romeinen. Zij vochten aan de zijde van Flavius Aëtius tegen Attila en de 5e eeuw historcus Hydatius bericht ons dat de Bourgondiërs in 456 naast de Aquitaanse Goten campagne voerden tegen de Sueven in Spanje.[9] Hoewel Gundioc in de bron niet wordt genoemd als aanvoerder nemen historici aan dat hij de troepen in Spanje aanvoerde.[10][11]

Opstand tegen Avitus en Gotische Oorlog

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie Romeinse burgeroorlog (456) en Gotische Oorlog (457-458) voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

In de burgeroorlog of kort daarna keerde Gundioc met zijn leger terug naar Gallië en steunde de nieuwe keizer Majorianus. In ruil hiervoor ontving hij een toewijzing van land voor zijn volk.[12] Zijn rol in de Gotisch oorlog (457-458) die daarna uitbrak is onduidelijk. Sommige bronnen (Sidonius Apollinarus) suggereren dat hij niet volledig loyaal was, in contact stond met Theodorik II en de Gallische opstandelingen steunde die Marcellinus als keizer wilden. Bij het neerslaan van de opstand door Aegidius die in opdracht van Majorianus handelde waren er vijandelijkheden met Bourgondische milities die enkel steden verdedigen (zoals Lyon). Hij lijkt er meer op dat Gundioc zich in die periode pragmatisch opstelde en zijn eigen doelen voorop stelde. Volgens Drinkwater waren de Bourgonden formeel Majorianus’ bondgenoot, maar streefden zij lokaal hun eigen belangen na.[13]

Val van keizer Majorianus

[bewerken | brontekst bewerken]
Uitbreiding van het Bourgondische territorium 443-473
Zie Romeinse burgeroorlog (461) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Onder keizer Majorianus ontwikkelde Gundioc zich van een regionaal foederati leider tot een volwaardig Romeins bondgenoot met een eigen territoriale basis. Zijn kracht lag in diplomatieke behendigheid: hij steunde Marjorianus, leverde hem troepen, maar hield zich buiten riskante operaties. Daardoor overleefde hij de politieke val van Majorianus en wist door het machtsvacuüm zijn macht te verstevigen. Na Majorianus' dood domineerde Ricimer Italië en vielen de Gallische provincies in de invloedsferen van Aegidius (Soissons) en Theodorik II (Aquitanië) en Gundioc ten noorden van de Alpen.

Magister militium per Gallias

[bewerken | brontekst bewerken]

In de periode 461-472 transformeerde Gundioc van Ricimers' bondgenoot tot een autonome regionale vorst. Hij hielp actief mee om Gallië te behouden voor het Romeinse rijk en werd hiervoor beloond met een hoge positie in het Romeinse leger [14]. In 463 benoemde de keizer hem tot magister utriusque militiae, bevelhebber van het Romeinse leger in Gallie. Gundioc ontbeerde daarbij de Gallische troepen die Aegidius onder zich had. Zijn leger bestond uit een Romeins-Bourgondische coalitie waarvan de kern Bourgondische was aangevuld met restanten van het Romeinse leger dat trouw was gebleven aan Ricimer of uit de Rhône-provincies kwamen (Vienne, Lugdunum). Zijn positie werd verzekerd door zijn familieband met Ricimer.

De Romeinen slaagden er niet in hun macht in Gallië terug te winnen. Nieuwe ontwikkelingen na 468 veroorzaakten een situatie waarin Gundioc zich onafhankelijker kon gedragen. De opstand Eurik maakte een einde aan de macht van de Romeinen in Zuid-Gallië en keizer Anthemius werkte Ricimer tegen waardoor diens invloed in betekenis afnam. Met de ineenstorting van het Romeins gezag strijden diverse partijen om de heerschappij in Gallië. Gundioc is voortdurend aan het oorlog voeren, voornamelijk met de Franken, Alemannen en met de usurpator Aegidius. Niettemin slaagt hij erin zijn macht verder uit te breiden in het noorden en noordwesten, tot voorbij Langres en de omgeving van Solothurn in 469.

De sterfdatum van Gondioc blijft een onderwerp van verwarring en debat. Historicus Herwig Wolfram plaatst de sterfdatum van Gondioc rond 470,[15] terwijl Kaiser een veel breder bereik gebruikt tussen 463 en 472, postuleert dat hij waarschijnlijk vóór 467 stierf.[16] Andere bronnen plaatsen Gondioc's overlijdensjaar als eind 474, maar er is weinig bewijs in de bronnen om een dergelijke datum te bevestigen. Zijn broer Chilperic I volgde hem op.[15] Na de dood van Chilperic I werd Bourgondië verdeeld tussen de overlevende zonen, Gundobad en Godegisel.[15] De oudste onder hen, Gundobad, werd effectief koning en nam zijn verblijf in Lyon over, terwijl Godegisel in Genève woonde. Er wordt aangenomen dat overige broers Godomar en Chilperic II waren overleden in 476/77[16]