Halliburton

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Halliburton Company
Beurs NYSE: HAL
Oprichting Dallas, Texas, 1919
Sleutelfiguren David Lesar, Chairman, President & CEO
Hoofdkantoor Houston, Texas
Producten petrochemische dienstverlening
Omzet $29,2 miljard (2013)
Winst $2,1 miljard (2013)
Website www.halliburton.com
Portaal  Portaalicoon   Economie
Gebouw van Halliburton in New Orleans

Halliburton is een bedrijf, gespecialiseerd in dienstverlening en toelevering aan de gas- en olie-industrie, opgericht in 1919. Het is wereldwijd actief in meer dan 80 landen met ruim 80.000 medewerkers.

Onderdelen[bewerken]

Halliburton is een multinational met de hoofdzetel in Houston en levert technische producten en diensten voor olie- en gaswinning. Het is vooral actief bij het boren naar olie en gas. Noord Amerika is het belangrijkste werkgebied en hier wordt meer dan de helft van de omzet gerealiseerd.

KBR[bewerken]

In 1998 kocht Halliburton Dresses Industries en voegde dit bedrijf samen met het bestaande activiteiten van Brown & Root onder de nieuwe naam Kellogg, Brown and Root (KBR).[1] KBR was tot 2007 een onderdeel van Halliburton. KBR is een constructiefirma voor raffinaderijen, olievelden, pijplijnen en chemische fabrieken en richt zich op drie markten:

  • gas- en oliewinning
  • olieraffinage
  • militaire en civiele dienstverlening aan overheden. Zo traint KBR bijvoorbeeld de nieuwe Iraakse politieagenten. KBR levert alles wat nodig is voor militaire operaties, en daaropvolgend de wederopbouw van een land.

In november 2006 verkocht Halliburton zo’n 17% van de aandelen in KBR op de aandelenbeurs.[1] David Lesar, de opvolger van Dick Cheney als CEO van Halliburton, vond de activiteiten van KBR niet aantrekkelijk.[1] In april 2007 stootte Halliburton de laatste aandelen in KBR af.

Fusiepoging met Baker Hughes[bewerken]

In november 2014 werd een fusie bekendgemaakt van Halliburton en Baker Hughes.[2] De transactie heeft een aandelenwaarde van $ 35 miljard en ook worden de schulden overgenomen van $ 38 miljard.[2] De nieuwe onderneming krijgt een omzet van ruim $ 50 miljard en wordt hiermee na marktleider Schlumberger de grootste dienstverlener aan de oliesector. De overname wordt betaald in contanten en aandelen en is de fusie een feit dan hebben de oud-aandeelhouders van Baker Hughes ongeveer 36% van het nieuwe bedrijf in handen.[2] Om bezwaren van toezichthouders te vermijden is Halliburton bereid om voor $ 7,5 miljard aan bedrijfsonderdelen af te stoten.[2] Eind maart 2015 keurden de aandeelhouders de transactie goed.[3] Begin april 2016 maakte het Amerikaanse ministerie van Justitie bekend de overname te willen blokkeren.[4] Door het samengaan verwacht het ministerie hogere prijzen en minder innovaties en start daarom een rechtszaak om de fusie tegen te gaan. Op 2 mei maakten partijen bekend dat de geplande fusie niet door zal gaan na bezwaren van Amerikaanse en Europese toezichthouders.[5] Halliburton zal aan Baker Hughes een schadevergoeding (breakup fee) betalen van 3,5 miljard dollar.[5]

Controverses[bewerken]

Het bedrijf is omstreden omdat het grote overheidscontracten binnenhaalde (tot 18 miljard dollar) tijdens en na de tweede Golfoorlog in Irak, waaronder een contract van 7 miljard dollar zonder enige aanbesteding of concurrentie.[6] Dick Cheney, de Amerikaanse vicepresident onder George W. Bush, was CEO van Halliburton van 1995 tot 2000, en heeft nog steeds financiële belangen in het concern.

Op 26 juli 2013 werd bekend dat het bedrijf schuld bekent en toegeeft dat het bewijsmateriaal heeft vernietigd dat verband hield met de olieramp in de Golf van Mexico 2010. Halliburton heeft toegezegd de maximale boete van 200.000 dollar te zullen betalen. Daarnaast doneert Halliburton vrijwillig $ 55 miljoen (41,7 miljoen euro) aan de National Fish and Wildlife Foundation.[7]

Verder was het bedrijf verwikkeld in omkoopschandalen, en opereert het in Iran.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]