Hanske Evenhuis-van Essen
| Hanske Evenhuis-van Essen | ||||
|---|---|---|---|---|
Hanske Evenhuis-van Essen (1973) | ||||
| Algemeen | ||||
| Volledige naam | Catrine Hanske van Essen | |||
| Geboortedatum | 30 oktober 1921 | |||
| Geboorteplaats | Amsterdam | |||
| Overlijdensdatum | 3 juni 2019 | |||
| Overlijdensplaats | Den Haag | |||
| Partij | CHU (1958-1980), CDA (vanaf 1980) | |||
| Functies | ||||
| 1977-1986 | Lid Tweede Kamer | |||
| ||||
Hanske Evenhuis-van Essen (Amsterdam, 30 oktober 1921 - Den Haag, 3 juni 2019) was een Nederlands politica namens het CDA.[1]
Achtergrond
[bewerken | brontekst bewerken]Ze was dochter van pensionhoudster Carolina Johanna Vinckers en zeekapitein Johannes van Essen. Zelf was ze tussen 1942 en 1973 getrouwd met Jakob Klaas Evenhuis; na de echtscheiding trouwde ze vrij snel met diens (al enige tijd inwonende neef Wilte Izak Cornelis Evenhuis.[2] Dochter Carien Evenhuis was juriste lid van de Emancipatieraad, voorzittter van Commissie Gelijke Behandeling en Bureau Leeftijd. Ze stond minstens tweemaal op de lijst bij Tweede Kamerverkiezingen voor D66.
Ze groeide op in het (toen) alternatieve pension Pomona. Het had een vegetarisch restaurant en er werd geen alcohol geschonken. Het was een verzamelplaats van kunstenaars, wetenschapper etc. Moeder was actief in de vrouwenbeweging. Het vegetarisme van haar moeder nam ze mee in de opvoedding van haar eigen kinderen.[3] Dochter kon haar zangschool niet afmaken, ze moest meehelpen in het pension.
Loopbaan
[bewerken | brontekst bewerken]Evenhuis-van Essen werd in 1958 lid van de CHU en was binnen deze partij onder andere lid van de Unieraad. Ze was begin jaren 50 tevens voorzitter van de Nederlandse Christen Vrouwenbond, afdeling Amsterdam-Zuid.
Toen de KVP, ARP en CHU bij de verkiezingen van 1977 voor het eerst met een gezamenlijke CDA-lijst meededen, werd Evenhuis-van Essen gekozen als lid van de Tweede Kamer. Ze was in de Tweede Kamer vooral actief op het gebied van vrouwenemancipatie, vreemdelingen, drugsverslaafden, kunst en cultuur. Ze leidde als eerste het Kamerbreed Vrouwenoverleg. Ze bleef tot 3 juni 1986 lid van de Tweede Kamer.
In 1976 was ze VN vrouwenvertegenwoordiger en ging ze naar de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties om daar een speech te geven. Tussen 1971 en 1977 was ze voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Vrouwenbelangen. In 1973 ontvingen ze de Wilhelmina Druckerprijs van Libelle. Na afscheid van de kamer bleef ze actief in Commissie Evenhuis (deeltijdwerk vrouwen), bij het Verzetsmuseum en de Vereniging van Oud-Parlemantariërs Nestor. Vlak voor haar overlijden sprak ze nog bij een demonstratie ter herdenking van 100 jaar vrouwenkiesrecht.[4]
Evenhuis-van Essen werd op 29 april 1987 benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau.
- De informatie op deze pagina, of een eerdere versie daarvan, is geheel of gedeeltelijk afkomstig van www.parlement.com. Overname was tot 1 februari 2016 toegestaan met bronvermelding.
- ↑ Hanske Evenhuis-Van Essen (1921-2019): vrouwenvoorvechter die niet zonder man kon, de Volkskrant (5 juli 2019). Gearchiveerd op 24 mei 2022.
- ↑ Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaart Van Essen
- ↑ Peter de Waard, Hanske Evenhuis-Van Essen: Vrouwenvoorvechter die niet zonder man kon leven. de Volkskrant (5 juli 2019). Geraadpleegd op 9 maart 2026.
- ↑ Mensenlinq met Catrine Hanske Evenhuis-van Essen (geraadpleegd 9 maart 2026)