Naar inhoud springen

Hanske Evenhuis-van Essen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Hanske Evenhuis-van Essen
Hanske Evenhuis-van Essen (1973)
Hanske Evenhuis-van Essen (1973)
Algemeen
Volledige naam Catrine Hanske van Essen
Geboortedatum 30 oktober 1921
Geboorteplaats Amsterdam
Overlijdensdatum 3 juni 2019
Overlijdensplaats Den Haag
Partij CHU (1958-1980), CDA (vanaf 1980)
Functies
1977-1986 Lid Tweede Kamer
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Hanske Evenhuis-van Essen (Amsterdam, 30 oktober 1921 - Den Haag, 3 juni 2019) was een Nederlands politica namens het CDA.[1]

Ze was dochter van pensionhoudster Carolina Johanna Vinckers en zeekapitein Johannes van Essen. Zelf was ze tussen 1942 en 1973 getrouwd met Jakob Klaas Evenhuis; na de echtscheiding trouwde ze vrij snel met diens (al enige tijd inwonende neef Wilte Izak Cornelis Evenhuis.[2] Dochter Carien Evenhuis was juriste lid van de Emancipatieraad, voorzittter van Commissie Gelijke Behandeling en Bureau Leeftijd. Ze stond minstens tweemaal op de lijst bij Tweede Kamerverkiezingen voor D66.

Ze groeide op in het (toen) alternatieve pension Pomona. Het had een vegetarisch restaurant en er werd geen alcohol geschonken. Het was een verzamelplaats van kunstenaars, wetenschapper etc. Moeder was actief in de vrouwenbeweging. Het vegetarisme van haar moeder nam ze mee in de opvoedding van haar eigen kinderen.[3] Dochter kon haar zangschool niet afmaken, ze moest meehelpen in het pension.

Evenhuis-van Essen werd in 1958 lid van de CHU en was binnen deze partij onder andere lid van de Unieraad. Ze was begin jaren 50 tevens voorzitter van de Nederlandse Christen Vrouwenbond, afdeling Amsterdam-Zuid.

Toen de KVP, ARP en CHU bij de verkiezingen van 1977 voor het eerst met een gezamenlijke CDA-lijst meededen, werd Evenhuis-van Essen gekozen als lid van de Tweede Kamer. Ze was in de Tweede Kamer vooral actief op het gebied van vrouwenemancipatie, vreemdelingen, drugsverslaafden, kunst en cultuur. Ze leidde als eerste het Kamerbreed Vrouwenoverleg. Ze bleef tot 3 juni 1986 lid van de Tweede Kamer.

In 1976 was ze VN vrouwenvertegenwoordiger en ging ze naar de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties om daar een speech te geven. Tussen 1971 en 1977 was ze voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Vrouwenbelangen. In 1973 ontvingen ze de Wilhelmina Druckerprijs van Libelle. Na afscheid van de kamer bleef ze actief in Commissie Evenhuis (deeltijdwerk vrouwen), bij het Verzetsmuseum en de Vereniging van Oud-Parlemantariërs Nestor. Vlak voor haar overlijden sprak ze nog bij een demonstratie ter herdenking van 100 jaar vrouwenkiesrecht.[4]

Evenhuis-van Essen werd op 29 april 1987 benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau.