Harlem Renaissance

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Belangrijkste vertegenwoordigers van de Harlem Renaissance.

De Harlem Renaissance was een literaire stroming onder zwarte Amerikaanse schrijvers in de jaren twintig van de twintigste eeuw. De aanduiding is een naam, waarvoor dan ook geen Nederlandse vertaling bestaat. Belangrijke vertegenwoordigers en grondleggers hiervan waren onder andere Alain Locke[1] en Zora Neale Hurston.

Voorspel[bewerken]

De literatuur over en van zwarten had in de eerste stadia een verdedigend karakter gedragen. Zij keerde zich op enigerlei wijze tegen de slavernij, en werd vaak door blanken geschreven. Het bekendste voorbeeld is uiteraard De negerhut van Oom Tom van Harriet Beecher Stowe. Maar ook zwarten zelf beschreven hun lot, soms in teksten van een hoger literair gehalte dan Oom Tom. Zo'n tekst legde veelal de nadruk op het feit dat ook de zwarte een mens was, die zich bovendien wist aan te passen aan de witte leefwijze.

De Amerikaanse Burgeroorlog (1860-1865) leek verbetering te brengen in het lot der zwarten, maar die vooruitgang bleef uit. Zij woonden immers goeddeels in het Zuiden, de verliezer van het conflict, een regio die na de burgeroorlog economisch en cultureel achterbleef.

Verbetering[bewerken]

Aan het begin van de twintigste eeuw bewerkstelligde een aantal factoren een verbetering in de positie van de zwarten. In Amerika zelf kregen blanken belangstelling voor hun leefwijze, en ook voor de jazz; in Europa was de etnische kunst in de mode gekomen. Vanuit Jamaica kwam een nieuw zwart zelfbewustzijn overgewaaid.

Maar wellicht de belangrijkste factor was een demografische: voor en na de Eerste Wereldoorlog migreerden vele zwarten naar de steden, aanvankelijk vooral om te gaan werken in de oorlogsindustrie of om militair te worden. Wat tevoren een plattelandscultuur was geweest, werd er een van de stad.

Literaire opleving[bewerken]

Deze Great Migration ("Grote Migratie") bracht een culturele opleving onder de zwarten teweeg, die gepaard ging met een toenemend zelfbewustzijn. Zij die als militair in het buitenland hadden gediend, hadden daar kunnen constateren dat mensen elders minder afwijzend tegenover hen stonden dan in eigen land. Groter zelfbewustzijn werd, paradoxaal genoeg, ook gestimuleerd door het zo zichtbaar afwijkend zijn in een nieuwe, nog steeds vijandige grotestadsomgeving.

De Great Migration zelf was het tafereel van Jean Toomers roman Cane (1923); maar daarna wendde Toomer zich af van de beweging én van de literatuur. Langston Hughes' eerste gedichten, The Weary Blues, verschenen in 1926.

De romans van de Harlem Renaissance kunnen in drie groepen worden onderverdeeld, overeenkomstig hun houding ten opzichte van de verhoudingen tussen wit en zwart: aanpassing, voorzichtige zelfbevestiging, en de eigen traditie.

Aanpassing[bewerken]

In de roman van de aanpassing lijkt de zwarte zo veel mogelijk op een blanke. Hij heeft een respectabel beroep (arts, advocaat), en zelfs zijn huid is licht van tint. Een voorbeeld is There Is Confusion (1924) van Jesse Fauset, zelf lerares Frans en later literair redacteur, en dus een voorbeeld van de gearriveerde zwarte. Haar werk behandelt echter wel de zelfhaat die inherent was aan het leven te midden van vooroordelen.
Passing (1929) van Nella Larsen heeft de aanpassing zelfs als titel: passing betekent "overgaan", "je aanpassen". Larsen was zelf een "lichte zwarte" — haar moeder was Deens — en in haar werk komen lichtgekleurde of raciaal gemengde vrouwen voor.

Voorzichtige zelfbevestiging[bewerken]

Bij de romans van de voorzichtige zelfbevestiging wordt gekozen voor de eigen zwarte achtergrond, zij het dat die achtergrond beperkingen met zich meebrengt, en gedefinieerd wordt door de dominante witte cultuur. De dichter en romancier Claude McKay verwierf zich grote populariteit met zijn Home to Harlem (1928), het verhaal van een zwarte deserteur die terugkeert naar een Harlem waar een rassenrel aan de gang is en dat bruist van het leven.
Veel van deze romans spelen in Harlem, maar dat geldt niet voor God Sends Sundays (1931) van de romanschrijver en dichter Arna Bontemps, die zijn roman in New Orleans situeert.

Eigen traditie[bewerken]

Een centraal stellen van de eigen zwarte leefwereld, niet als tweedeplan-bestaan, maar als primair tafereel van het beschrevene, vindt men al in het eerder genoemde Cane. Toomer schreef daarmee een experimenteel boek, dat naast proza ook gedichten en toneel bevat. Stof is de ervaring van het zwart zijn.
De stereotypering van respectabele zwarte personages wordt ook nadrukkelijk verlaten door een van de belangrijkste figuren van de Harlem Renaissance, de antropologe en folkloriste Zora Neale Hurston. Haar werk heeft het Zuiden als setting; Jonah's Gourd Vine (1934) werd gevolgd door haar belangrijkste werk, Their Eyes Were Watching God (1937). In deze roman is het taalgebruik, met name door de dialogen in streektaal, zeer beeldend en lyrisch. Centraal staat een vrouw die erin slaagt haar eigen leven vorm te geven, zonder zich daarvoor nog te verontschuldigen.

Einde[bewerken]

De romans van Hurston verschenen in de jaren dertig, toen de Harlem Renaissance als stroming al had opgehouden te bestaan. De depressie had er een einde aan gemaakt. Een alternatieve opvatting is dan ook dat God Sends Sundays in 1931 al het laatste boek van de periode was geweest; dit doet echter onvoldoende recht aan de positie van Hurston.
Een geheel andere factor waardoor de Harlem Renaissance tot het verleden was gaan behoren, was de komst van een groot nieuw literair talent: met Native Son (1940) sloeg Richard Wright een nieuwe richting in.

De Harlem Renaissance heeft niettemin een belangrijke nawerking gekend. Langston Hughes publiceerde nog tot in de jaren zestig (hij overleed in 1967), en de invloed van Zora Neale Hurston op een belangrijk auteur als Toni Morrison is onmiskenbaar.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. The New Zealand Journal of History (University of Auckland) 17-19: 172. 1983. Bezocht op 15/02/2012.