Heer (priester)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het woord heer werd in het verleden gebruikt om een priester aan te spreken.

Ook werd deze titel meegenomen in de naamgeving; als een priester een buitenechtelijk kind had verwekt, en dat kind gebruikte een patroniem achter zijn voornaam, dan werd het woord heer daarin meegenomen. Wanneer, hypothetisch, heer Jan Verhaegen een buitenechtelijke zoon Peter had verwekt, dan werd die zoon aangesproken als Peter heer Jan Verhaegen.

Later kwam binnen katholieke families ook het gebruik in zwang mannelijke familieleden met een kloosterachtergrond, aan te spreken met hun familierelatie, aangevuld met "heer". Zo wordt een oom die in het klooster getreden is, een heeroom genoemd, en, alhoewel veel ongebruikelijker, kwam ook de term heerbroer voor.