Heerweg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De bekendste heirbaan is de Via Appia, hier nabij Rome
Animatie over de heirbanen

Een heerweg, heirbaan of heerstraat was een verharde lange-afstandsweg in het Romeinse Rijk. Het Romeinse wegennet was van cruciaal belang, omdat het troepenbewegingen, koerierdiensten en bevoorrading drastisch sneller maakte. Daarnaast bevorderde het wegennet de handel. Het spreekwoord "Alle wegen leiden naar Rome" verwijst naar de eeuwenlange faam van de Romeinse wegen.

Historici maken een onderscheid tussen een via publica (hoofdweg) en een deverticulum (zijtak). De term "heirbaan" is een overkoepelende benaming voor (Romeinse en) middeleeuwse hoofdwegen. In Nederland en Vlaanderen bestaan nog straatnamen zoals "Heirbaan" (Rekem), "Heerstraat" (Boxmeer), 'Heerbaan' (Breda), "Hereweg" (Nieuwenhagen), "Herreweg" (Ruien) en "Hertogstraat" (Nijmegen). Een deel van zulke straatnamen gaat terug tot Romeinse heirbanen.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

De heirbanen waren de eerste verharde wegen. Vermoedelijk volgden ze meestal oudere Keltische paden. De planning en het onderhoud was een verantwoordelijkheid van de regionale prefect. Daarvoor deed deze vaak een beroep op legereenheden. De arbeiders moesten eerst een bedding uitgraven. Daarin stortte men een fundering van grote stenen. Hierop kwamen twee lagen: een basislaag van leem of zand en het wegdek uit grind. Zo ontstond een bolvormig weglichaam, de agger. De agger was minimum 5 m breed, met links en rechts een onverharde strook voor vee.[1]

In de steden waren de hoofdwegen vaak geplaveid, met kasseien of platte stenen. Buiten de steden werd dit zelden toegepast, omdat het niet comfortabel was op lange reizen.[2] Daar ging men enkel over tot plaveien indien een gedeelte moeilijk begaanbaar was, bijvoorbeeld wegens een onstabiele ondergrond. Enkele heirbanen in Italië vormen hierop een uitzondering, zoals de Via Appia die geplaveid is over haar volledige lengte.

De Romeinse ingenieurs hielden zich zoveel mogelijk op hoge gronden. Moest men toch door vochtig terrein, dan waren grachten voorzien voor een vlotte afwatering. Van de limesweg is bekend dat hij op sommige plaatsen aangelegd werd als knuppelpad en dat hij over vele kilometers een houten bekisting kreeg.[3] Kleine waterlopen werden meestal gekruist ter hoogte van een voorde, soms ook door middel van een vonder. Bij diepere rivieren lag doorgaans een pont of een brug.

Romeinse tijd[bewerken | brontekst bewerken]

We kennen het bestaan van de Romeinse hoofdwegen uit kopies van Romeinse documenten, met name de Peutingerkaart en het Wegenboek van Antoninus. Geregeld worden ook overblijfselen van Romeinse wegen blootgelegd bij opgravingen. Op knooppunten stond een wegwijzer, een zuil met vermelding van steden en afstanden. Langs de meeste hoofdwegen stonden houten of stenen Romeinse mijlpalen, met een interval van een Romeinse mijl (1,5 km) of een Gallische mijl (2,2 km).

De heirbanen bevorderden de romanisering in de veroverde provincies. Tongeren en Doornik groeiden uit tot Romeinse steden dankzij hun ligging aan belangrijke wegen. Ook grensforten zoals Utrecht, Nijmegen en Keulen waren aangesloten op het wegennet. Verder ontstonden er talrijke wegdorpen (vici), landhuizen (villae), grafvelden en grafheuvels (tumuli). Op regelmatige afstand richtte men pleisterplaatsen op: de mutationes waar verse paarden klaarstonden, de stationes waar de koeriers halt hielden, en de mansiones waar reizigers konden overnachten.

Vroegmoderne tijd[bewerken | brontekst bewerken]

Met de Val van het West-Romeinse Rijk verdwenen ook de instanties rond het onderhoud en de planning van wegen. Wegenwerken werden een verantwoordelijkheid van lokale overheden. Naarmate het grindpakket wegsleet of bedolven raakte onder humus, vervielen de heirbanen tot veldwegen en boswegen. Desondanks bleven ze nog eeuwenlang fungeren als hoofdroutes voor handelaars, reizigers, posterijen en troepen. Dit was te danken aan hun doelgerichte tracé: vrij recht, vlak, veilig voor overstromingen, met een goede afwatering. Pas vanaf ±1700 werd er opnieuw begonnen aan bovenregionale verbindingswegen. Eerst toen verloren de heirbanen hun functie als doorgaande weg.

Door het langdurige gebruik is het tracé van heirbanen nog goed te volgen. Anno 2020 zijn diverse wegen opgenomen in wandel- en fietsroutes, onder andere tussen Katwijk en Nijmegen,[4] tussen Maastricht en Simpelveld[5] en tussen Bavay en Velzeke[6].

Naamgeving[bewerken | brontekst bewerken]

Ook na de Romeinse tijd bleven veel heirbanen in gebruik als doorgaande wegen. Nog eeuwenlang werden ze gebruikt telkens wanneer legers door de streek trokken. Ze werden daarom vaak aangeduid als "de weg van de heirs". Heir of "heer" is een Indo-Europees woord. Afgeleide woorden bestaan nog in het Duits (Heer), Frans (la guerre en l'armée) en Engels (army). Oorspronkelijk betekende het "een menigte", waarna de betekenis verschoof naar "een groep soldaten".[7]

In de middeleeuwen werd "heirbaan/-straat/-weg" een algemene benaming voor doorgaande wegen. Hierdoor kregen veel hoofdwegen de benaming "heirbaan", ook als ze niet van Romeinse oorsprong waren. Zo is er bijvoorbeeld sprake van heirbanen in 12e/13e-eeuwse wetten in Friesland, hoewel Friesland geen deel had uitgemaakt van het Romeinse Rijk. Op diverse plaatsen in Nederland en Vlaanderen zijn straatnamen met "heir-/heer-/here-" bewaard gebleven tot op de dag van vandaag.

In Wallonië en Noord-Frankrijk heten veel middeleeuwse hoofdwegen chaussée Brunehaut. Sommige chausées Brunehaut bestonden al in de Romeinse tijd, en danken hun naam aan koningin Brunhilde der Visigoten die de heirbanen liet herstellen. Ook hier geldt echter dat chausée Brunehaut later een algemene benaming voor "doorgaande weg" werd.

Voormalige Romeinse wegen hebben soms straatnamen zoals:

  • Heirbaan, -straat of -weg
  • Heerbaan, -straat of -weg
  • Here(n)baan, -straat of -weg
  • Hoge Baan of Hoogstraat
  • Romeinse Baan of Romeinse Kassei
  • Oude Baan
  • Steenstraat of Steenpad
  • Chaussée Brunehaut

Overzicht van gekende heirbanen[bewerken | brontekst bewerken]

Benelux[bewerken | brontekst bewerken]

De belangrijkste weg in het noorden van het Romeinse Rijk was de Via Belgica, die het Kanaal met de Rijn verbond. Tongeren (de administratieve hoofdplaats van de Civitas Tungrorum) en Bavay (de administratieve hoofdplaats van de Civitas Nerviorum) fungeerden als belangrijke knooppunten, vanwaar secundaire wegen in alle richtingen vertrokken.

De Peutingerkaart en het Wegenboek van Antoninus melden zes hoofdwegen:

Daarnaast veronderstellen Gallo-Romeinse sites diverse secundaire wegen:[8]

In de vroege middeleeuwen waren er andere bovenlokale wegen die mogelijk al bestonden aan het einde van de Romeinse tijd:

Brittannië[bewerken | brontekst bewerken]

Hoofdwegen in het huidige Groot-Brittannië

Drie hoofdassen:

Tussenverbindingen en aftakkingen:

Frankrijk[bewerken | brontekst bewerken]

Belangrijkste wegen in het huidige Frankrijk

Spanje en Portugal[bewerken | brontekst bewerken]

De Peutingerkaart geeft onder andere weer:[9]

Italië[bewerken | brontekst bewerken]

Belangrijkste wegen in het huidige Italië
  • Diverse regionale wegen in Latium

Balkan[bewerken | brontekst bewerken]

Midden-Oosten[bewerken | brontekst bewerken]

Mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Roman Road op Wikimedia Commons.