Hendrick Danielsz Slatius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slatius (in 1623) door Claes Jansz Visscher
Claes Jansz. Visscher Het vinden van het in het geheim begraven lijk van Slatius, prentenkabinet Museum Boijmans Van Beuningen

Hendrick Danielsz Slatius (Oosterland, 1585[1]Den Haag, 5 mei 1623; ook bekend als: Hendrik Slaet, Henricus Slatius) was een Nederlands remonstrants predikant en medepleger van een aanslag op het leven van prins Maurits.

Slatius was remonstrants predikant te Bleiswijk. Het remonstrantse geluid liet hij luid en duidelijk horen. De terechtstelling van Oldenbarneveldt was hem een doorn in het oog. Samen met de broers Willem en Reinier van Oldenbarnevelt, zonen van de op instigatie van Maurits in 1619 ter dood veroordeelde Johan van Oldenbarnevelt, beraamde hij een aanslag op het leven van Maurits. In 1623 zorgde Slatius voor de wapens die bij de aanslag gebruikt zouden worden.[2]

De moordaanslag werd verijdeld en Slatius wist te vluchten. Hij vermomde zich in boerenkledij en vluchtte via Amsterdam, Leeuwarden en Groningen naar Drenthe. Vandaar wilde hij naar Duitsland ontsnappen. In een herberg in Rolde liep hij echter tegen de lamp. Ongerust geworden door de aanwezigheid van soldaten rekende hij zijn vertering af, maar liet de volle kan bier onaangeroerd staan. Dit wekte argwaan bij de soldaten, die hem achterna gingen en arresteerden. Hoewel hij met uitvluchten het vege lijf probeerde te redden ontdekte men toch dat hij de gezochte Slatius was, op wiens hoofd vierduizend gulden was gezet. Via Coevorden, Zwolle en Amsterdam werd Slatius naar Den Haag gebracht. Slatius trachtte tijdens zijn gevangenschap alsnog de doodstraf te ontlopen door afstand te nemen van zijn remonstrantse opvattingen. Toen dit ijdele hoop bleek herriep hij deze verklaring weer.[3] Hij werd toch ter dood veroordeeld. In zijn afscheidsbrief aan zijn vrouw schreef hij:[4] Mijn ziel heeft een gruwel van de calvinisten. Ook draagt hij haar op de kinderen een christelijke opvoeding te geven, maar hen wel te laten zien hoe boosaardig de calvinisten zijn, zodat ze daar een afkeer van zullen krijgen. Tot het voltrekken van de doodstraf werd hij gevangen gehouden in de Gevangenpoort te Den Haag.

Van de gevangen predikant Slatius, gekleed in boerenkledij en met handboeien om, werd een ets gemaakt (zie: afbeelding) door Claes Jansz Visscher (1587–1652), niet alleen een vaardig tekenaar en etser, maar ook een streng calvinist.[5]

"Myn Godt en Heer,
Tot u roep ick met rouwen,
Dat ick mijn Leer
Voor mannen ende vrouwen
Hebbe gheleert
Tis voor my een afgrijsen
Ick heb berou,
Wilt my ghenaed' bewijsen
Dat ick hebbe gheleert
Van Gods ghenaed' ghekeert
Tis voor my een vals wanen
Daerom blijft altijt vast
Op Gods ghenade past,
Ghelooft geen Arminianen."
  • (fragment van een lied van Slatius, waarin hij afstand neemt van zijn Armiaanse (remonstrantse) opvattingen)[3]