Hendrik Jan Wolter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hendrik Jan Wolter (1925)

Hendrik Jan Wolter (Amsterdam, 15 juli 1873[1] – Amersfoort, 29 oktober 1952) was een Nederlands schilder. Hij is vooral bekend geworden met zijn luministische schilderijen waarin de invloed van Franse Impressionisten is terug te zien.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Wolter werd in Amsterdam geboren en groeide er op in de binnenstad waar zijn vader een drijfriemenfabriek had en later verwarmingstoestellen ging aanleggen.

In 1885 verhuisde het gezin Wolter naar Amersfoort. Daar ontdekte Wolter zijn liefde voor de beeldende kunst. Zijn leraar Duits, W.N.Coenen, had eerder schilderlessen gevolgd aan de Rijksacademie in Amsterdam. Hij gaf Wolter zijn eerste lessen tekenen en schilderen. Na het eindexamen HBS begon Wolter op aandringen van zijn vader aan een militaire opleiding bij de infanterie in Haarlem. In brieven aan zijn moeder uitte hij zijn onvrede over deze keuze en vroeg hij toestemming voor het volgen van een kunstopleiding. Uiteindelijk zwichtte zijn vader en in 1895 startte Wolter aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen.

Na afronding van zijn studie in 1899 keerde hij terug naar Nederland en vestigde zich in Leusden.

Zijn vroegst bekende werken zijn overwegend naturalistisch van stijl, waarbij alledaagse taferelen van eenvoudige arbeiders, maar ook boereninterieurs van moeders met kinderen centraal staan.In die tijd kwam hij regelmatig in Amersfoort en schilderde er verschillende stadsgezichten. Voorbeelden hangen in museum Flehite in Amersfoort.

In 1901 nam Wolter voor het eerst deel aan een ledententoonstelling van Arti et Amicitiae. Enige jaren later, in 1904, ontving hij de Willink van Collenprijs, een aanmoedigingsprijs voor jonge kunstenaars die voor het eerst in 1880 werd toegekend.

In datzelfde jaar trouwde hij met Popkolina (Koosje) van Hoorn. Samen vestigden zij zich in het schilderdorp Laren (NH). Daar schilderde hij voor het eerst zijn kenmerkende landschappen en stadsgezichten in heldere, voor die tijd moderne kleuren.

Het Gooi werd, mede door de schilderkunst van Ferdinand Hart Nibbrig, Jan Sluijters, Co Breman en Wolter wel gezien als centrum van het plein-air schilderen, dat in de 19e eeuw al door hun voorgangers ,de Franse impressionisten, was geïntroduceerd.

Wolter reisde in 1909 voor het eerst naar Zuid-Engeland. Hij zou er vaak terugkeren en bezocht en schilderde er kust- en vissersplaatsen als Polperro, Lynmouth en St.Ives in Devon en Cornwall. Hij haalde veel inspiratie uit zijn tijd in Engeland en zou er veelvuldig naar terugkeren.

In 1914 verhuisde Wolter naar de Amsteldijk 47 in Amsterdam. Het atelier op de 3e verdieping keek uit op de Amstel en de Hoge Sluis. Hier schilderde hij een reeks Amstelgezichten die tot zijn bekendste werk gerekend worden.Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog maakte reizen naar het buitenland onmogelijk. Gedurende die oorlogsjaren schilderde Wolter in Nederland havens, rivieren, steden en dorpsgezichten onder andere in Zeeland (Veere,Tholen, Zierikzee, maar ook in Amsterdam en Rotterdam, Enkhuizen Dordrecht, Rhenen.

Eind 1924 volgde Wolter Nicolaas van der Waay op als professor aan de Rijksakademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam.

Als lid en later voorzitter van het Comité voor Nederlandsche Kunsttentoonstellingen in het Buitenland reisde Wolter tussen 1926 en 1938 geregeld naar onder andere Italië, Spanje, Engeland en Frankrijk, waar vooral de kustplaatsen hem inspireerden.

Vaak schilderde hij deze plaatsen meerdere keren. Met zijn kenmerkende losse toets legde hij onder andere de havens van Camogli, Douarnenez en Honfleur vast, maar ook Venetië, Rome, Nice,Albi ,Parijs en de Londens Pall Mall.

In 1938 verhuisde Wolter met zijn vrouw naar Rome, waar hij verschillende onderwerpen schilderde, onder meer een serie met paardenrennen in het park bij villa Borghese.

Het verblijf was echter van korte duur. Vanwege het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog keerde het echtpaar terug naar Nederland en ging weer in Laren wonen Zijn laatste grote reis naar het buitenland ging naar New York en omgeving, waar hij zijn zoon Henk opzocht en zijn laatste stadsgezichten schilderde, onder andere Brooklyn en Manhattan.

De laatste jaren woonden hij en zijn vrouw in het door hem ontworpen "Veilige Haven" aan de Oud Blaricummerweg.

Op 29 oktober 1952 overleed Wolter. Hij werd begraven op de begraafplaats van Laren.

Nalatenschap[bewerken | brontekst bewerken]

Zeven jaar na zijn dood, in 1959, kreeg hij zijn eerste buitenlandse tentoonstelling bij Galerie Bernheim-Jeune in Parijs, getiteld Wolter, le maître hollandais 1873-1952.

In 2018 publiceerden Justine Rinnooy Kan en Nelleke de Vries in samenwerking met de RKD en de Stichting Vrienden van de schilder H.J.Wolter een monografie met als titel: Hendrik Jan Wolter (1873-1952): het geschilderde oeuvre.

Bronvermelding[bewerken | brontekst bewerken]