Hepatocyt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Microscopische opname van een stukje lever. De meest voorkomende roze stipjes zijn hepatocyten. Rechtsboven een driehoekje van Kiernan.

De hepatocyt is het kenmerkende celtype van de lever. Deze cellen vormen het grootste deel van het leverweefsel en hebben een groot aantal metabole functies.

Hepatocyten worden in het embryonale stadium gevormd uit het endoderm. Zoals alle epitheelcellen heeft een hepatocyt een gepolariseerde structuur en functie. Ze hebben een basolateraal (aan de basis en aan de zijkant liggend) en een apicaal (aan een kanaal grenzend) membraan, maar geen basaal membraan.

Functies[bewerken | bron bewerken]

Hepatocyten zijn betrokken bij veel stofwisselingsprocessen en hebben de volgende belangrijke functies:

Etymologie[bewerken | bron bewerken]

Het woord hepatocyt is een vrije samenstelling van twee Griekse woorden: het eerste is ἡπαρ (hèpar, tweede naamval hèpatos) en betekent lever, het tweede is κυτός (kutos), een woord dat duidt op een holte, iets omvattends, in dit geval een cel.