Hertogdom Saksen-Gotha (1640-1680)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Herzogtum Sachsen-Gotha (de)
Land in het Heilige Roomse Rijk Wapen Heilige Roomse Rijk
 Hertogdom Saksen-Weimar (1603-1640)
 Vorstendom Saksen-Eisenach (1640-1644)
 Hertogdom Saksen-Altenburg (1603-1672)
1640 – 1680
Algemene gegevens
Hoofdstad Gotha
Talen Duitse dialecten
Religie Lutheranisme
Politieke gegevens
Regeringsvorm Wereldlijk Rijksvorstendom
Staatshoofd Hertog
Dynastie Huis Wettin (Ernestijnse linie)
Kreits Opper-Saksische Kreits
Voorgaande en opvolgende staten
Hertogdom Saksen-Weimar (1603-1640) Saksen-Weimar
Vorstendom Saksen-Eisenach (1640-1644) Saksen-Eisenach
Hertogdom Saksen-Weimar (1603-1640) Saksen-Altenburg
Hertogdom Saksen-Gotha-Altenburg Saksen-Gotha-Altenburg
Hertogdom Saksen-Coburg (1680-1699) Saksen-Coburg
Hertogdom Saksen-Gotha-Altenburg Saksen-Meiningen
Hertogdom Saksen-Gotha-Altenburg Saksen-Römhild
Hertogdom Saksen-Gotha-Altenburg Saksen-Eisenberg
Hertogdom Saksen-Gotha-Altenburg Saksen-Hildburghausen
Hertogdom Saksen-Gotha-Altenburg Saksen-Saalfeld

Het Hertogdom Saksen-Gotha was een van de Ernestijnse hertogdommen in de huidige Duitse deelstaat Thüringen.

Geschiedenis[bewerken]

Het hertogdom Saksen-Gotha werd in 1640 onder Willem IV van Saksen-Weimar van Saksen-Weimar afgescheiden ten gunste van zijn broer Ernst I de Vrome, die Gotha als residentie koos.

De staat werd na het uitsterven van de linie Saksen-Eisenach in 1644 uitgebreid met de helft van die staat, na het uitsterven van de linie Saksen-Altenburg in 1672 met driekwart van die staat inclusief Coburg en in 1660 met delen van het vorstelijk graafschap Henneberg.

Na Ernsts dood (1675) werd Saksen-Gotha in 1680 verdeeld onder zijn zeven zoons, die aanvankelijk hadden getracht gezamenlijk te regeren:

  1. Frederik I (1646-1691) verkreeg Saksen-Gotha-Altenburg
  2. Albrecht (1648-1699) verkreeg Saksen-Coburg
  3. Bernhard I (1649-1706) verkreeg Saksen-Meiningen
  4. Hendrik (1650-1710) verkreeg Saksen-Römhild
  5. Christiaan (1653-1707) verkreeg Saksen-Eisenberg
  6. Ernst II (1655-1715) verkreeg Saksen-Hildburghausen
  7. Johan Ernst (1658-1729) verkreeg Saksen-Saalfeld

Saksen-Gotha maakte nu deel uit van het hertogdom Saksen-Gotha-Altenburg. Als zodanig trad het in 1806 toe tot de Rijnbond en in 1815 tot de Duitse Bond. Bij de herindeling van de Ernestijnse hertogdommen door Frederik August I van Saksen in 1826 werd Saksen-Gotha in personele unie verenigd met Saksen-Coburg tot het dubbelhertogdom Saksen-Coburg en Gotha.

Saksen-Gotha was binnen Saksen-Coburg en Gotha formeel een zelfstandige staat met een eigen landdag en eigen financiën. In 1871 trad het toe tot het Duitse Keizerrijk. In de Bondsraad daarvan moesten beide hertogdommen echter één stem delen. Na de val van de monarchie in de Novemberrevolutie van 1918 viel Saksen-Coburg en Gotha uiteen. Saksen-Gotha werd nu tot de republikeinse Vrijstaat Gotha, die na een referendum op 1 mei 1920 in de Vrijstaat Thüringen opging.

Hertogen[bewerken]