Het Vierde Gesticht (Veenhuizen)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het vierde gesticht
Begraafplaats van de gestichten in Veenhuizen
Begraafplaats van de gestichten in Veenhuizen
Plaats Veenhuizen
Ligging 53° 2′ NB, 6° 24′ OL
Monumentale status Rijksmonument
Monumentnummer  526786
Detailkaart
Het Vierde Gesticht (Veenhuizen) (Drenthe)
Het Vierde Gesticht (Veenhuizen)
Graven van Belgische vluchtelingen
Graven van Belgische vluchtelingen
Portaal  Portaalicoon   Mens & maatschappij

Het vierde gesticht is de naam die werd gegeven aan de begraafplaats van de drie gestichten van de Maatschappij van Weldadigheid in Veenhuizen. Deze begraafplaats bevindt zich ongeveer zeven kilometer buiten Veenhuizen op een wat hoger gelegen terrein, omdat op de oorspronkelijke begraafplaatsen bij de protestantse en katholieke kerken het grondwater al op circa 50 tot 80 centimeter diepte bereikt werd. Maatregelen om deze terreintjes te irrigeren werden te kostbaar gevonden.[1] Ook de begraafplaats van Norg was niet berekend op het grote aantal sterfgevallen in de gestichten van Veenhuizen. Besloten werd om de hoger gelegen esgrond even ten oosten van het tweede gesticht te gaan gebruiken als begraafplaats.[1]

De drie gestichten in Veenhuizen waren bestemd voor de opvang van bedelaars, wezen en armen uit alle delen van Nederland. Iedereen die in deze gestichten overleed eindigde uiteindelijk in wat in de volksmond genoemd werd het vierde en laatste gesticht. In het begin werden de doden in naamloze graven begraven. Later kwam hier verandering in en werden er ook bordjes bij de graven geplaatst.

Verschillende vakken[bewerken]

Op de begraafplaats zijn verschillende vakken met overledenen te vinden. De verpleegden, zoals de gestichtsbewoners werden genoemd, werden apart begaven, gescheiden van de ambtenaren. Ook protestanten en rooms-katholieken werden apart van elkaar begraven. Ook werd er een vak ingericht voor gestorven Belgische vluchtelingen die naar Nederland kwamen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Voor hen diende Veenhuizen als opvangcentrum. Ook werden er afzonderlijke vakken ingericht voor katholieken die niet in gewijde grond begraven mochten worden en voor bejaarden. Joodse 'verpleegden" en Joodse werknemers werden hier niet begraven. Voor hen was een afzonderlijke begraafplaats ingericht.

In totaal liggen er in het vierde gesticht zo’n 16.000 mensen begraven. De schattingen lopen echter uiteen van 15.000 tot 20.000, waarvan zo'n 1500 wezen, vondelingen en verlaten kinderen.[1]