Heterozygoot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Een organisme is heterozygoot voor een bepaalde eigenschap, als het twee verschillende vormen (allelen) van een gen heeft. Dit betekent dat het voor een bepaalde eigenschap die zich op een bepaalde plaats (locus) op de chromosomen bevindt, twee verschillende kopieën heeft.

Kruisingen[bewerken]

Hieronder gaat het om heterozygoten met een dominant (A) en een recessief (a, a1 of a2) gen.

Tussen heterozygoten[bewerken]

  • Ouders fenotypisch en genotypisch gelijk: Aa x Aa
  • Geslachtscellen: A/a x A/a
  • Nageslacht: 25% AA, 50% Aa, 25% aa
Vierkant van Punnett
Ouders: Aa2
mogelijke
gameten
A a2
Aa1 A AA Aa1
a2 Aa2 a1a2

Als twee heterozygote organismen zich samen voortplanten, geven één van de twee allelen apart door zodat er verschillende combinaties voor hun nageslacht mogelijk zijn: er ontstaan dan zowel homozygote als heterozygote nakomelingen.

Als de ouders fenotypisch gelijke zijn, maar genotypisch ongelijk en heterozygoot:

  • Ouders: Aa1 x Aa2
  • Geslachtscellen: A/a1 x A/a2
  • Nageslacht: 25% AA, 25% Aa1, 25% Aa2, 25% a1a2

Tussen homozygoot en heterozygoot[bewerken]

  • Ouders: AA x Aa
  • Geslachtscellen: A/A x A/a
  • Nageslacht: 50% AA en 50% Aa

De heterozygote ouder geeft via zijn gameten in gelijke mate telkens één van de twee allelen door. Daardoor ontstaan er evenveel homozygote als heterozygote nakomelingen.

Zie ook[bewerken]