Hooggebergte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een hooggebergte is een gebergte met een gemiddelde topografische hoogte vanaf 1500 meter. Een belangrijk kenmerk zijn de spitse, nog niet door erosie afgesleten, toppen.

Bekende hooggebergtes zijn de Alpen, de Pyreneeën, de Kaukasus, de Himalaya en de Andes.

Geologie[bewerken]

Geologisch gezien zijn hooggebergten vaak relatief jong. Doordat sinds de orogenese nog weinig erosie heeft plaatsgevonden, is het gebergte nog niet afgesleten tot een middel- of laaggebergte zoals de Appalachen of de Ardennen. De huidige hooggebergten behoren tot de Alpiene orogenese (Alpen, Kaukasus, Himalaya) of zijn het resultaat van actieve subductie (Andes en Rocky Mountains).

Zie ook[bewerken]