Hun Sen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hun Sen
Hun Sen in 2016
Hun Sen in 2016
Geboren 4 april 1951
Lobito
Politieke partij Cambodjaanse Volkspartij
(voorheen: Kampucheaanse
Revolutionaire Volkspartij
)
Partner Bun Rany
Handtekening Handtekening
Premier van Cambodja
Huidige functie
Aangetreden 14 januari 1985
Monarch Norodom Sihanouk
Norodom Sihamoni
Voorganger Chan Sy
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Samdech (prins) Hun Sen (Peam Koh Sna, 4 april 1951) is een Cambodjaans politicus. Sinds 14 januari 1985 is hij premier van Cambodja.

Biografie[bewerken]

Aan het einde van de jaren zestig sloot hij zich aan bij de Kampucheaanse Revolutionaire Volkspartij en bij haar militaire vleugel, de Rode Khmer. Sinds 1970 was hij tevens een geheim agent van koning Norodom Sihanouk om de pro-Amerikaanse regering van Lon Nol te bevechten. Hij klom op tot brigadier in de Rode Khmer. In 1975 nam de Rode Khmer de macht over. Nadat de Rode Khmer begon aan haar massaslachtingen, ging Hun Sen naar Vietnam. In 1979 viel Vietnam Cambodja aan om het te bevrijden van de Rode Khmer. Hun Sen keerde in het kielzog van de Vietnamezen naar Cambodja terug en werd minister van Buitenlandse Zaken (1979-1986; 1987-1990) en vicepremier.

Premier[bewerken]

In 1985 werd hij premier. In april 1989 kondigde hij de terugtrekking van het Vietnamese leger aan. Na de vier jaar durende onderhandelingen tussen de Cambodjaanse regering en de regering in ballingschap van prins Norodom Sihanouk, mocht de laatste in 1991 naar Cambodja terugkeren en werd Sihanouk staatshoofd. Hun Sen bleef premier. Hoewel hij niet voldoende stemmen vergaarde bij de verkiezingen van 1993, weigerde hij af te treden. De impasse werd doorbroken en er werd een co-premierschap ingesteld: Hun Sen bleef premier, maar kreeg een co-premier, prins Norodom Ranariddh - de zoon van Norodom Sihanouk. Na een conflict tussen Hun Sen en Ranariddh, trad de laatste af en werd als co-premier vervangen door Ung Huot. Deze laatste trad echter spoedig af (1998). Hun Sen werd nu alleen premier. In 1998 werd hij door (inmiddels) koning Norodom Sihanouk in de adel verheven met de titel Samdech (prins).

Zijn beleid wordt niet in dank afgenomen. Veel Cambodjanen zijn klaar met de corruptie en die onvrede leidde tot een stormachtige groei van de oppositiebeweging CNRP (Cambodia National Rescue Party). Bij de verkiezingen van 2013 bemachtigde de CNRP, onder leiding van Sam Rainsy, ruim 44% van de stemmen en 55 zetels in het parlement. De Cambodjaanse Volkspartij verloor dat jaar 22 zetels en kwam uit op 68 zetels.[1]

Na deze verkiezingen is het bewind van Hun Sen autocratischer geworden.[2] In november 2017 ontbond het Hooggerechtshof de CNRP, de belangrijkste oppositiepartij.[2] De CNRP werd beschuldigd van een poging tot een staatsgreep in samenwerking met een buitenlandse partij. Ruim 100 kaderleden van de partij werd het verboden om de komende vijf jaar politiek actief te zijn.[2] Met deze uitspraak gaat Hun Sen zonder enige noemenswaardige oppositie de verkiezingen van 2018 in. Diverse partijen hebben kritiek op de uitspraak, Human Rights Watch noemde het zelfs de dood van de democratie in het land.[2]

In 2017 werd de Confuciusprijs voor de Vrede aan hem toegekend.

Zijn drie zonen hebben ook belangrijke functies. In juni 2018 benoemde hij zijn oudste zoon, Hun Manet, als hoofd van de krijgsmacht. Hij blijft verder leiding geven aan de anti-terrorisme eenheid en de persoonlijke lijfwacht van zijn vader. Brigadegeneraal Hun Manit, zijn tweede zoon, is hoofd van de militaire veiligheidsdienst en de jongste zoon, Hun Many, is parlementariër en stuurt de jeugdorganisatie van de partij aan.[3]

Voorafgaande aan de verkiezingen van 30 juli 2018 is de de oppositie hardhandig uitgeschakeld, maar ook kritische media de mond gesnoerd.[1] De oppositie heeft de bevolking opgeroepen de verkiezingen te boycotten. Stemmers konden kiezen uit de partij van Hun Sen en 19 andere partijen die geleid worden door meelopers en handlangers van de premier.[1] De Verenigde Naties en mensenrechtenorganisaties noemen de verkiezingen een "farce" en Australië stuurde zelfs geen diplomatieke waarnemers. Alleen waarnemers uit bevriende landen, zoals de Volksrepubliek China en Oezbekistan, waren aanwezig om het verkiezingsproces te controleren. Hun Sen beschouwt mensen die niet stemmen als "verraders", zij zijn duidelijk herkenbaar door het ontbreken van een vinger met onuitwisbare blauwe inkt die de stemmers wel hebben. Volgens de kiescommissie was de opkomst 82,7%.[1] Zijn partij heeft alle 125 zetels in het parlement gekregen.[4] De Verenigde Staten en de Europese Unie overwegen strafmaatregelen,[4] maar China stuurde zijn hartelijke felicitaties, naar zijn vriend en buurland, met de succesvolle verkiezingsoverwinning.[5]

Zie ook[bewerken]