Jaap Romijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Jacob Pieter (Jaap) Romijn (Utrecht, 29 maart 1912 - Ellewoutsdijk, 22 mei 1986) was een Nederlands letterkundige, uitgever (van uitgeverij Bruna), journalist. muziekcriticus en museumdirecteur. Hij was tijdens de oorlogsjaren 1941-1944 een van de ongeveer veertig medewerkers aan het legendarische surrealistische tijdschrift De Schone Zakdoek. Hij schreef aanvankelijk poëzie, maar later meest korte verhalen en - een enkele keer in samenwerking met Anton Roothaert - detectiveromans. Hij heeft ook gepubliceerd onder de pseudoniemen W. Indenhaeck en Willem Enklaar.

Levensloop[bewerken]

Toen Jaap Romijn acht jaar was overleed zijn vader. Hij volgde de kweekschool en werd onderwijzer. Hij werd al gauw journalist en trad in dienst bij het Utrechts Nieuwsblad als redacteur. Hij was verbonden aan de Christelijke Auteurskring en werd redacteur van Opwaartsche Wegen. In de oorlog werkte hij voor de uitgever W. de Haan te Hilversum en dreef hij een clandestien uitgeverijtje. Hij was geregelde gast op de maandagavondbijeenkomsten ten huize van Gertrude Pape waar hij meewerkte en meeschreef aan het surrealistische maandblad in één exemplaar, getiteld De Schone Zakdoek. Hij trad in 1944 in dienst bij Bruna. Hij werd daar directeur. In 1960 stopte hij met het directeurschap en werd hij directeur van het porseleinmuseum, later het keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden, een museum dat hij wist op te bouwen tot een internationaal bekend museum op dat gebied.

Clandestiene uitgaven in de oorlogsjaren[bewerken]

Nadat de Kultuurkamer was opgericht, was Jaap Romijn de eerste in Nederland die een clandestiene uitgeverij begon. De meeste uitgaven verschenen in De Schildpadreeks. Daarnaast publiceerde hij clandestien het literaire tijdschrift Ad interim (dat na de oorlog zou opgaan in De Gids) en een serie uitgaven in de Handpalmreeks.

Geraadpleegde literatuur[bewerken]