Jacinda Ardern

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jacinda Ardern
Jacinda Ardern, 2011 (cropped).jpg
Geboren 26 juli 1980
Hamilton
Politieke partij Labour Party
Premier van Nieuw-Zeeland
Huidige functie
Aangetreden 26 oktober 2017
Voorganger Bill English
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Jacinda Kate Laurell Ardern (Hamilton, 26 juli 1980) is een Nieuw-Zeelandse politica voor de Labour-partij en sinds 26 oktober 2017 de premier van het land. Ze spreekt Maori en Engels.

Politieke carrière[bewerken]

Ardern werd op haar zeventiende lid van de Labour-partij. Ze werkte onder andere als politiek adviseur van de voormalige Britse premier Tony Blair. In 2008 werd ze voor de Labour-partij in het Nieuw-Zeelandse parlement gekozen. Tijdens het premierschap van Helen Clark werkte Ardern als een van haar stafmedewerkers.

Op 1 augustus 2017 werd Ardern gekozen als de Labour-partijleider. Bij de parlementsverkiezingen in september 2017 werd Labour op afstand verslagen door de Conservatieven, die echter geen meerderheid behaalden. Twee kleinere partijen, de Groenen en de populistische partij New Zealand First, gaven de voorkeur aan een coalitie met de Sociaaldemocraten. Zo werd ze toch premier op 26 oktober 2017 en daarmee ook het jongste staatshoofd in de geschiedenis van Nieuw-Zeeland.

Ardern maakte in januari 2018 bekend zwanger te zijn. Ze beviel op 21 juni van een dochter, Neve Te Aroha. Daarmee was zij na de Pakistaanse premier Benazir Bhutto de tweede premier die in functie beviel van een kind.[1] Na de bevalling nam vice-premier Winston Peters zes weken lang Arderns taken waar. Op 2 augustus 2018 hervatte Ardern haar werkzaamheden als premier.[2]

Na de aanslagen in Christchurch waar in maart 2019 een rechts-extremist vijftig moslims doodschoot, viel Adern op met haar oproep de naam van de dader nooit te noemen. "Dat is waarom je mij zijn naam nooit meer hoort uitspreken. Hij is een terrorist, een crimineel en een extremist. Maar hij zal, wanneer ik spreek, naamloos zijn. (...) Hij zocht naar bekendheid. Maar hier in Nieuw-Zeeland geven wij hem niets - zelfs zijn naam niet."[3]

Een paar maanden na de aanslagen kondigde de regering van Ardern een begroting aan waarin 2,5 miljard dollar extra werd geinvesteerd in het welzijn en geluk van de bevolking. Zo werd er 823 miljoen dollar gereserveerd voor de geestelijke gezondheidszorg om het grote aantal zelfmoorden tegen te gaan. Naar het bestrijden van kinderarmoede gaat een miljard dollar. [4]