Jan Kleinpenning

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Johan Martin Gerard Kleinpenning (Den Haag, 2 januari 1936) is een Nederlandse sociaal-geograaf, en emeritus hoogleraar Sociale geografie met als bijzonder aandachtsgebied de 'Sociale Geografie van de Ontwikkelingslanden' aan de Katholieke (later Radboud) Universiteit Nijmegen. Hij heeft vooral gepubliceerd over Latijns-Amerika en over de ontwikkelingsproblematiek.

Levensloop[bewerken]

Jan Kleinpenning behaalde in 1953 het diploma HBS-A aan het Sint-Aloysiuscollege te Den Haag en studeerde daarna sociale geografie aan de Rijksuniversiteit Utrecht. In 1959 deed hij het doctoraal examen sociale geografie (met lof). In 1962 promoveerde hij op het proefschrift "La Región Pinariega. Estudio Geográfico del noroeste de Soria y sudeste de Burgos (España)".

Na een kort assistentschap werd hij in 1960 wetenschappelijk ambtenaar bij het Geografisch Instituut van de Rijksuniversiteit Utrecht. Na zijn promotie werd hij benoemd tot wetenschappelijk ambtenaar 1e klas. Na 1 september 1965 werkte hij aanvankelijk als wetenschappelijk hoofdambtenaar, later als lector bij het Geografisch Instituut van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Op 1 januari 1975 werd hij benoemd tot gewoon hoogleraar met als leeropdracht 'Sociale geografie' en als bijzonder aandachtsgebied de 'Sociale Geografie van de Ontwikkelingslanden'. Begin 1997 maakte hij gebruik van de toen bestaande VUT-regeling, en ging op 1 februari 2001 met pensioen.

Jan Kleinpenning bekleedde talloze bestuursfuncties, met name in het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG), de Stichting voor Wetenschappelijk Onderzoek van de Tropen (WOTRO), het Interuniversitair Centrum voor Studie en Documentatie van Latijns-Amerika (CEDLA) te Amsterdam, het NICCOS (Nijmeegs Instituut voor Comparatieve Cultuur- en Ontwikkelingsstudies), de International Geographical Union (IGU), het 28e Internationaal Geografisch Congres in Amsterdam in 1996 en het 46e Internationaal Amerikanisten Congres te Amsterdam in 1988.

In 1997 werd Jan Kleinpenning toegelaten tot de Arbeitsgemeinschaft Deutsche Lateinamerika Forschung (ADLAF). In 1998 werd hij benoemd tot erelid van de Werkgemeenschap Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied. Het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap reikte hem in 2006 voor zijn verdiensten de Plancius-medaille uit.

In maart 2010 werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Werk[bewerken]

Kleinpenning begon zijn wetenschappelijke werk geheel in de traditie van de Utrechtse regionale geografie, waarvan zijn proefschrift getuigt. Na zijn aanstelling in Nijmegen werd hij geconfronteerd met de strijd tussen de regionale en thematische benadering van het vak. Dit kwam ook tot uiting in zijn leeropdrachten. Voor zijn lectoraat in 1971 luidde die nog “sociale geografie, met bijzondere aandacht voor de Spaans- en Portugeessprekende gebieden”.

Bij de benoeming tot hoogleraar in 1975 werd het simpelweg “sociale geografie” met de bedoeling het onderzoek mede naar het terrein van de ontwikkelingslanden te verleggen. Kleinpenning zette zijn werk in Zuid-Amerika overigens gewoon voort, daarbij het accent vooral leggend op de toegang tot land en het kolonisatieproces. Daarnaast toonde hij aan dat het thema “onderontwikkeling” een regionale benadering behoeft om te ontkomen aan de heersende neiging het verschijnsel monocausaal als gevolg van westers kapitalistische penetratie te verklaren. Hierbij sloot hij aan bij de ideeën van de Oostenrijkse geograaf Bobek en de Franse geograaf Yves Lacoste. Mede door zijn grote aantal promovendi kon hij het overzicht over de regionale differentiatie van de onderontwikkeling vergroten

Publicaties[bewerken]

Kleinpenning heeft een omvangrijk oeuvre tot stand gebracht. Hij heeft meer dan 160 publicaties op zijn naam staan. Daarmee is hij één van de meest productieve geografen van Nederland. Ongeveer twee derde van zijn werk betreft Latijns-Amerika; ± 14% handelt over ontwikkelingsproblematiek. Een groot deel verscheen in het Frans, Duits, Engels of Spaans. Daarnaast ontstonden 36 proefschriften onder zijn leiding.

Ontwikkelingsproblematiek algemeen
  • Profiel van de Derde Wereld. Een inleiding tot de geografie van de onderontwikkeling. Assen: van Gorcum 1978. 346 pp. Serie Mens en Ruimte, 4.
  • Drie Maal Derde Wereld. Een inleiding tot de verscheidenheid van de ontwikkelingslanden. Assen: van Gorcum 1980. 272 pp. Serie Mens en Ruimte, 11.
  • Profiel van de Derde Wereld. Assen: van Gorcum 1981. 378 pp. Serie Mens en Ruimte, 4 (herziene en uitgebreide uitgave van de publicatie uit 1978).
  • The Third World in Perspective. Met H.A. Reitsma. Assen/Maastricht: van Gorcum 1985. 420 pp. Serie Mens en Ruimte, 18. Amerikaanse editie bij Rowman & Allanheld.
  • Migration, Regional Inequality and Development in the Third World. Special Issue Tijdschrift voor Economische en Sociale Geografie, 77e jrg, 1986, nr. 1, pp. 2-67. (Redactie, met A. Gilbert)
  • The Third World in Perspective. Met H.A. Reitsma. Assen/Maastricht: van Gorcum 1989. 435 pp. Serie Mens en Ruimte, 18. (tweede herziene editie van de publicatie uit 1985).
Milieuproblemen in ontwikkelingslanden
  • Redactie van: Milieuproblemen in de Derde Wereld, een sociaal-geografische inleiding. Assen: van Gorcum 1980. 179 pp. Serie Mens en Ruimte, 10.
  • Milieuproblemen in ontwikkelingslanden. Een sociaal-geografische inleiding. Assen: van Gorcum 1993. 156 pp. (Tweede, geheel herziene druk van de publicatie uit 1980).(Redactie)
Latijns-Amerika algemeen en grotere delen
  • Competition for Rural and Urban Space in Latin America and its Consequences for Low Income Groups. Contributions to a Symposium Organized at the 45th International Congress of Americanists, Bogotá, 1-7 July 1985. 174 pp. Amsterdam/Nijmegen: Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap/Geografisch en Planologisch Instituut, Katholieke Universiteit Nijmegen 1986. Nederlandse Geografische Studies, 25. (Editor)
  • Special Issue. American Studies in the Netherlands, 1970-1987. Boletín de Estudios Latinoamericanos y del Caribe, 44, junio de 1988. 66 pp. (Editor)
  • The Incorporative Drive. Examples from Latin America. Saarbrücken/Fort Lauderdale: Verlag Breitenbach Publishers 1991. 293 pp. Nijmegen Studies in Development and Cultural Change, 8. (Editor)
Brazilië
  • Brazilië. Roermond: Romen 1973. 188 pp. Panorama van de Wereld.
  • The Integration and Colonisation of the Brazilian Por­tion of the Amazon Basin. Nijmegen:Geografisch en Plano­logisch Insti­tuut, Katholieke Universiteit Nijmegen 1975. 177 pp. Nij­meegse Geogra­fische Cahiers, 4.
  • Brazilië als ontwikkelingsland. Amsterdam: Meulenhoff Educatief 1978. 80 pp. Cahier De Geo Geordend. (Tweede sterk herziene uitgave van de publicatie uit 1971-73).
  • Brazilië als ontwikkelingsland. Amsterdam: Meulenhoff Educatief 1983. 58 pp. Cahier De Geo Geordend. (Derde herziene uitgave van de publicatie uit 1971 en 1978).
  • Brazilië. Landendocumentatie, Koninklijk Instituut voor de Tropen, afl. 1987, 4. 's-Gravenhage: Staatsuitgeverij 1987. 69 pp.
Paraguay
  • The Integration and Colonisation of the Paraguayan Chaco. Nijmegen: Geografisch en Planologisch Instituut, Katholieke Universiteit Nijmegen 1984. 94 pp. Nijmeegse Geografische Cahiers, 24.
  • Paraguay. Zutphen: Uitgeverij Terra 1984. 74 pp. Landendocumentatie Koninklijk Instituut voor de Tropen, 1984, afl. 5.
  • Man and Land in Paraguay. Dordrecht/Providence R.I.: Foris Publications Holland 1987. 267 pp. Latin America Studies, nr. 41, Centre for Latin American Research and Documentation (CEDLA).
  • Rural Paraguay, 1870-1932. Amsterdam: CEDLA 1992. 545 pp. CEDLA Latin America Studies, 66.
  • Paraguay 1515-1870. A Thematic Geography of its Development. Bibliotheca Ibero-Americana, Publicaciones del Institito Ibero-Americano, Vol. 92/1 + 92/2. Frankfurt am Main: Vervuert. 1820 pp.
  • Rural Paraguay, 1870-1963. A Geography of Progress, Plunder and Poverty. 2 vols. Madrid / Frankfurt, 2009, Iberoamericana / Vervuert, 1406 p. Bibliotheca Ibero-Americana, 127
Uruguay
  • Peopling the Purple Land. A Historical Geography of Rural Uruguay, 1500-1915. Amsterdam: CEDLA 1995. 355 pp. CEDLA Latin America Studies 73.
Europa
  • La Región Pinariega. Estudio geográfico del noroeste de Soria y sudeste de Burgos (España). Groningen 1962. 208 pp. (Proefschrift).
  • Cuevas del Almanzora. Problèmes agraires actuels d'une commune dans le Sud-Est espagnol semi-aride. Utrecht: Geogra­fisch Instituut der Rijksuniversi­teit Utrecht 1965. 97 pp. Bulletin 3, afdeling Sociale Geografie, Geo­grafisch Instituut der Rijksuni­versi­teit Utrecht.
  • Spanje-Portugal. Roermond: Romen 1970. 186 pp. Panorama van de Wereld.
  • Spanje-Portugal. Bussum: Romen 1975. 182 pp. Panorama van de Wereld (tweede geheel herziene uitgave van de publicatie uit 1970).
  • Der Hunsrück. Der Wandel der Agrarstruktur seit 1950 unter dem Einfluss der erweiterten nichtlandwirtschaftlichen Arbeitsmöglichkeiten. Utrecht: Geografisch Instituut der Rijksuniversiteit Utrecht 1964. 85 pp. Bulletin 2, afdeling Sociale Geografie, Geografisch Instituut der Rijksuniversiteit Utrecht.
Thematische Geografie algemeen
  • Geografie van de Landbouw. Utrecht: Het Spectrum 1968. 364 pp. Aula nr. 373.

Voor een volledig overzicht van publicaties tot 2003: zie J.M.G. Kleinpenning. Een halve eeuw Sociaal-Geograaf. Balans van activiteiten. Nijmegen, (2003).