Jan Middendorp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jan Middendorp
Middendorp (2019)
Algemene informatie
Geboren 26 december 1975
Geboorteplaats Amsterdam
Partij PvdA (rond 2000)
VVD (sinds 2006)
Politieke functies
2017-2021 Lid Tweede Kamer
Biografie op Parlement.com
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Jan Middendorp (Amsterdam, 26 december 1975) is een Nederlands politicus namens de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD). Van 23 maart 2017 tot 31 maart 2021 was hij lid van de Tweede Kamer.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Middendorp groeide op in Amsterdam en Oost-Groningen. Hij studeerde Geologie aan de Vrije Universiteit en daarna ook Economie aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn vader was voorzitter van studentenvereniging ASVA tijdens de bezetting van het Maagdenhuis in 1969[1].

Na zijn studie werkte Middendorp 15 jaar als bankier bij o.a. Rothschild en ABN AMRO waarvan zeven jaar in India en Engeland[2].

Vanaf 23 maart 2017 was Middendorp lid van de Tweede Kamer namens de VVD. Middendorp voerde als lid van de Vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties[3] onder andere het woord over Digitalisering en Overheid & informatiesamenleving. Daarnaast was hij ondervoorzitter van de Vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat[4] en lid van de Tijdelijke commissie Digitale toekomst.

Als Kamerlid lanceerde Middendorp in 2018 het "5 Puntenplan voor een Digitale Overheid die Werkt" en in 2019 de initiatiefnota "Menselijke Grip op Algoritme". Ook lanceerde hij een plan om 17 miljoen Nederlandse online een identiteit te geven[5]. Tevens publiceerde Middendorp als Kamerlid over de balans tussen overheid, markt en algoritmen[6], de digitale weerbaarheid van de Nederlandse verkiezingen[7] en andere onderwerpen met betrekking tot digitalisering en innovatie.

Middendorp was in het verleden betrokken bij de PvdA-beweging Niet Nix.

Middendorp werd in januari 2021 verkozen tot IT Politicus van het jaar 2020[8].

Op 30 maart 2021 nam hij afscheid van de Tweede Kamer.[9]

Bronnen[bewerken | brontekst bewerken]