Jit Narain

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Jit Narain.jpg

Jit Narain (Livorno, Suriname, 7 augustus 1948), pseudoniem van Djietnarainsingh Baldewsingh[1], is een Surinaams arts, voordrachtskunstenaar, dichter en Sarnami-activist.

Leven en werk[bewerken]

Baldewsingh studeerde medicijnen in Leiden, waartoe hij in 1969 naar Nederland ging. Hij is een fel voorvechter van de emancipatie van het Sarnami, de taal van de Surinaamse hindoestanen. Samen met Theo Damsteegt schreef hij een leerboek-Sarnami. In zijn poëzie bezingt Narain de voorouders die van India kwamen en zich als landbouwende klasse uit de modder omhoog wisten te werken; vergelijk de titel van zijn debuutbundel Dal Bhat Chatni [Gele erwten, rijst, chutney] (1977). Voorts is de tweede emigratie (naar Nederland) en het gevoel van ontworteling dat daaruit ontsproot een constante in zijn poëzie: Jatne ujjar joti otone gahra jhalka/ Hoe blanker het licht hoe dieper de blaren (1981). Narain is befaamd om zijn ruzies met pandits en stelt zich strijdbaar op: Hinsa-parsad/ Geweld loont (1980). Orthodoxe en traditionalistische gelovigen streek hij met zijn opvattingen over geloofskwesties tegen de haren in. Zijn rijpste werk onttrekt zich meer en meer aan het anekdotische, maar blijft dankzij de metafora sterk beeldend: Wie wil wonen op de oever/ Waarom koerst hij naar de zee// Mange ghat pe jiwan jhele/ Kahen naw samundar khewe (1984), Waar Ben Je Daar/ Bate huwan tu kahan (1987), Agni ke yad, yad ke rakhi/ Ter herinnering aan Agni, de as van de herinnering (1991) en Tussen de woorden is het stil (1995). In 1988 verscheen zijn verzamelde poëzie in het Devanagari in lndia. In 2004 volgde, ook in India, Dosti ke cáh/Wat vriendschap verlangt/What friendship desires.

Jit Narain is een goed voordrachtskunstenaar en bracht ook een grammofoonplaat uit. In 1987 kreeg hij voor zijn verdiensten voor het Sarnami de eerste Rahmān Khān-prijs. Sarnami is ook de naam van het blad dat hij van 1982 tot 1986 uitgaf en grotendeels alleen volschreef. Zijn beperkt aantal prozaschetsen is veelal poëtisch van aard ('Aja' in Verhalen van Surinaamse schrijvers, 1989).

In 1991 ging Jit Narain definitief terug naar zijn geboorteland, waar hij in het district Saramacca een polikliniek opende. Op 8 april 2006 werd achter die kliniek een gebouw geopend dat een bibliotheek, een filmzaal, een cybercafé en logeerruimten herbergt. Ernaast is een zwembad in aanbouw. Beide werden grotendeels door Narain bekostigd.

In 2004 maakte John Albert Jansen over Narain het televisieportret De as van de herinnering.

Over Jit Narain[bewerken]

  • Michiel van Kempen: Jit Narain. In: Kritisch Lexicon van de Moderne Nederlandstalige Literatuur, afl. 86, augustus 2002. 16 pp. (Biografie, beschouwing, primaire en secundaire bibliografie)
  • Michiel van Kempen & John Albert Jansen, 'Jit Narain en het verdriet van de voorouders: "Hindostanen zijn geen blije mensen, en daar kom ik uit voort, ja." ' In: Poëziekrant, 26 (2002), nr. 1, januari-februari, pp. 57–63.
  • Michiel van Kempen: Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. Breda: De Geus, 2003, deel II, pp. 1153–1159.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]