Jo Zanders

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jo Zanders (Venlo, 10 maart 1908 – aldaar, 12 februari 1999) was burgemeester van de Nederlandse gemeente Venlo tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Burgemeesterschap[bewerken | brontekst bewerken]

Zanders was sedert 19 juni 1935 raadslid en vanaf 14 juni 1939 wethouder en locoburgemeester namens de Roomsch-Katholieke Staatspartij. Hij werd in 1941 benoemd, nadat mr. B.M. Berger als burgemeester van Venlo was afgetreden. Berger trad af toen op last van de Duitse bezetter de gemeenteraden werden opgeheven. Zanders werd na de Tweede Wereldoorlog krachtens het Zuiveringsbesluit 1945 ontslagen als burgemeester met het vervallen van zijn rechten op pensioen.[1]

Verdenking samenwerking met Duitsers[bewerken | brontekst bewerken]

Zanders' handelen is na afloop van de oorlog onderzocht door een zuiveringscommissie. Hij werd verdacht van collaboratie met de Duitsers. In deze periode ontsnapte hij uit het gevangenkamp te Steyl, zo meldde het Limburgsch Dagblad in februari 1946 maar meldde zichzelf later weer bij de politieke opsporingsdienst in Roermond. Vervolgens werd hij ingesloten in het huis van bewaring.[2] Twee rechercheurs van de Politieke Recherche Afdeling voor Midden-Limburg gaven in het kader van het strafrechtelijk onderzoek op 15 februari 1946 in een rapport hun mening over het onderzoek van de zuiveringscommissie.[3] Zij spraken als hun oordeel uit: "dat Zanders mogelijk fouten heeft gemaakt, maar dat diens beleid zeker niet als "fout" kan worden beschouwd" en verder "dat het  beleid van Zanders geheel was ingesteld op het welzijn van Venlo" en "dat Zanders in het geheel geen slecht figuur zou slaan als zijn beleid zou worden vergeleken met dat van de burgemeesters, die in de oorlogsjaren zijn afgetreden".

Ook werd in het rapport vastgesteld dat aanhouding en vervolging van Zanders mede was gebaseerd op een belastende verklaring van een getuige die aan de rechercheurs had verklaard dat die verklaring door hem nooit is afgelegd en dat de feiten overigens ook niet juist waren. Verder gaven ze als hun mening te kennen, dat uit de conclusies van de Zuiveringscommissie weinig objectiviteit bleek en dat deze op enige punten in strijd waren met de waarheid.

Zanders werd bij besluit van 4 oktober 1946 (LWL 2555) van de procureur-fiscaal van het Bijzonder Gerechtshof te ‘s Hertogenbosch onvoorwaardelijk buiten vervolging gesteld.

Evacuatie[bewerken | brontekst bewerken]

Venlo was als een van de weinige Nederlandse steden frontstad, omdat het Engelse leger het aan de westzijde van de Maas gelegen stadsgedeelte Blerick al had bevrijd. Ter verdediging van de Duitse linies moest daarom het bezette oostelijke stadsgedeelte worden geëvacueerd via Duitsland naar het noorden van Nederland. Vanwege de winter en het gebrek aan voedsel zou dat een onmenselijke uittocht worden. Mede op verzoek van de Venlose artsen heeft Zanders vanaf begin oktober 1944 maandenlange pogingen ondernomen om met hulp van Zweden (de Zweedse ambassadeur in Berlijn) als de diplomatiek vertegenwoordiger van Nederland tijdens de oorlog, het Rode Kruis, de bisschop in Roermond, het Ministerie van Binnenlandse zaken en in overleg met de bezetter die evacuatie af te stellen of in het uiterste geval te laten plaatsvinden naar de al bevrijde Blerickse kant van Venlo door een oversteek van de Maas. Dat is uiteindelijk door de weerstand van de Duitsers niet gelukt. [4]

Voorganger:
B.M. Berger
Burgemeester van Venlo
1941-1945
Opvolger:
B.M. Berger