John Cale

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
John Cale in Turnhout, 2006

John Cale (Garnant, Wales, 9 maart 1942) is een Brits muzikant, songschrijver en producer. Zijn werk valt grotendeels onder de noemer (alternatieve) rock, hoewel hij een klassieke vorming genoot. Hij was een van de leden van The Velvet Underground eind jaren ’60.

Jeugd en klassieke vooropleiding[bewerken]

Cale werd in 1942 geboren in Garnant, een industriestadje in Wales. Hij studeerde piano en altviool vanaf zijn zevende. Met een duw in de rug van componist Aaron Copland kreeg hij een beurs om compositie te studeren, in een zomercursus in Massachusetts. Daar ontmoette Cale Yannis Xenakis en Morton Feldman. In 1963 stak Cale door naar New York. Daar ontmoette hij de Amerikaanse componist La Monte Young, die erg experimentele muziek bracht (The Dream Syndicate). Cale kwam aanvankelijk op afstand, en later sporadisch ook persoonlijk, in contact met componist John Cage die op hem onuitwisbare indruk maakte door de vernieuwing die hij in zijn muziek legde. Ook in deze periode vond een legendarische uitvoering plaats van het stuk Vexations van Erik Satie. Volgens de partituur diende het pianostukje 840 maal na elkaar gespeeld te worden en deze performance bracht Cage met een groep van pianisten op 9 september 1963 gedurende ongeveer 18 uur.

The Velvet Underground[bewerken]

Toen Cale in 1965 Lou Reed ontmoette, konden de verschillen nauwelijks groter zijn. Cale een Europese experimentele klassieke muzikant en Reed, songwriter bij een platenfirma, een Amerikaan met simpele rock en ruige vertellende teksten. Het recept voor een van de meest invloedrijke rockgroepen was geschreven, The Velvet Underground, met verder gitarist Sterling Morrison en drumster Maureen Tucker. John Cale speelde er basgitaar, viool, piano en orgel. The Velvet kende een korte, maar krachtige carrière. Popartkunstenaar Andy Warhol lijfde de groep in als huisorkest bij The Factory, een kunstenaarscollectief annex gebouw, plaatste ook fotomodel Nico voor de microfoon en nam de groep op tournee. Deze periode was erg intensief voor alle leden en dit op alle vlakken. De spanningen tussen de ego's van Cale en Reed liepen te hoog op, en Cale verliet de Velvet Underground in 1968 na amper twee platen, The Velvet Underground & Nico (1967), met de beroemde hoes van Andy Warhol met de banaan en White Light/White Heat (1968). Na het vertrek van Cale was het geluid van de Velvets niet meer hetzelfde en zijn invloed op de twee albums die de rockgeschiedenis veranderden werd duidelijk: minimalisme (aanhoudende monotone altviool zoals in Heroin), spanning tot zelfs dreiging en vernieuwing. Cale zelf benadrukte steeds dat The Velvet Underground gedurende een korte periode een echte groep was en dus de rol van Tucker en Morrison steeds werden onderschat. Tussen Cale en Reed zou het nooit meer echt goed komen. In latere interviews zouden ze nog steeds aldoor met modder naar elkaar blijven smijten.

Solocarrière[bewerken]

John Cale (2010)

In zijn eerste solowerk leerde Cale het vak van frontman. Het album Paris 1919 uit 1973 wordt als een eerste hoogtepunt uit zijn oeuvre beschouwd. Het is een mengeling van orkest en pop in een erg ingetogen en elegante stijl: een complete stijlbreuk met zijn Velvet verleden. Hierna volgen de zogenaamde Island-years, waarin Cale in Engeland met een min of meer vaste band (met Chris Spedding) drie erg sterke duistere rockplaten afleverde: Fear, Slow dazzle en Helen of Troy. Een serie grote namen werkte met hem in deze periode: Phil Manzanera, Robert Wyatt, Mike Oldfield, Chris Thomas, Phil Collins. Nummers zoals Fear is a man’s best friend, Guts en Pablo Picasso typeren deze periode van midden de jaren zeventig, waar veel werk uit improvisatie in de studio ontstond. In de loop van de jaren zeventig produceerde Cale ook debuutplaten van Patti Smith, The Stooges and Jonathan Richman and his Modern Lovers. Met de persoonlijke problemen eind jaren zeventig volgt ook artistieke instabiliteit. Tot Cale begin jaren tachtig opnieuw sterk werk neerzette met het trio Honi Soit (rauwe rock met de bijna-hit Dead or Alive), het in wanhoop badende en muzikaal gedeconstrueerde Music for a New Society (met een nieuwe versie van het nummer Close Watch) en Caribbean Sunset. In deze periode toerde Cale opnieuw met een vaste band wat werd vastgelegd en afgesloten in het gedeeltelijk live album Comes Alive.

In 1989 kwam Cale weer met "something completely different": op het album Words for the dying brengt Cale The Falkland Suite, een vertaling van gedichten van Dylan Thomas naar muziek begeleid door piano, orkest, kinderkoor en enkele stoorzenders zoals een pedal-steel-gitar. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig trad Cale regelmatig solo op, en begeleidde zichzelf op piano en gitaar. Hij bracht heel wat filmmuziek uit en zette enkele samenwerkingen op met Brian Eno, Wrong Way Up en met Bob Neuwirth, Last Day on Earth. In 1990 was er een korte samenwerking met Lou Reed naar aanleiding van het overlijden van gemeenschappelijke goeroe Andy Warhol, Songs for Drella. Nadien volgde zelfs een heuse Velvet reünie, maar voor nieuw werk of een Amerikaanse tournee aan de orde kwamen werd de samenwerking tussen Cale en Reed alweer beëindigd. Recent[bron?] schijnt Cale een nieuwe adem gevonden te hebben met nieuw werk bij EMI: een ep 5 Tracks en HoboSapiens uit 2003 en blackAcetate (EMI) oktober 2005. Opnieuw wordt er met een band getoerd en zijn de kritieken erg lovend.[bron?] Cale werd in 2000 in Antwerpen met een Eredoctoraat beloond omwille van “zijn invloedrijk en grensverleggend werk in de eigentijdse muziek, de ballet- en filmmuziek en om zijn eminente bijdragen tot de ontwikkeling van de hedendaagse kunst”.

Discografie[bewerken]

New York in de jaren zestig, nadien uitgebracht[bewerken]

  • Sun Blindness Music (Table of the Elements) 2001
  • Dream Interpretation: Inside The Dream Syndicate Vol. II (Table of the Elements) 2001
  • Stainless Gamelan: Inside The Dream Syndicate Vol. III (Table of the Elements) 2001

Met The Velvet Underground[bewerken]

  • The Velvet Underground and Nico (Verve) 1967
  • White Light/White Heat (Verve) 1968
  • Live MCMXCIII (Sire) 1993

Solo[bewerken]

  • Vintage Violence (Columbia) 1970
  • The Academy In Peril (Reprise) 1972
  • Paris 1919 (Reprise) 1973
  • Fear (Island) 1974
  • Slow Dazzle (Island) 1975
  • Helen of Troy (Island) 1975
  • Guts (compilation) (Island) 1977
  • Sabotage/Live (IRS) 1979
  • Honi Soit 1981
  • Music for a New Society (Ze) 1982
  • Caribbean Sunset (Ze) 1983
  • John Cale Comes Alive (Ze) 1984
  • Artificial Intelligence (Beggars Banquet) 1985
  • Words for the Dying (All Saints) 1989
  • Even Cowgirls Get The Blues (live) (ROIR) 1991
  • Paris S'eveille, Suivi d'Autres Compositions (OST) (Crepuscule) 1991
  • Fragments of a Rainy Season (live) (Hannibal) 1992
  • 23 Solo Pieces pour La Naissance de L'Amour (Crepuscule) 1993
  • N'Oublie Pas Que Tu Vas Mourir (Crepuscule) 1994
  • Seducing Down The Door (compilation) (Rhino) 1994
  • Antartida (OST) (Crepuscule) 1995
  • Walking on Locusts (Hannibal) 1996
  • Eat/Kiss: Music for the Films of Andy Warhol (Hannibal) 1997
  • Somewhere In The City (OST) 1998
  • The Unknown (OST) (Crepuscule) 1999
  • Le Vent De La Nuit (OST) (Crepuscule) 1999
  • Close Watch: An Introduction to John Cale (compilation) - 1999
  • 5 Tracks (EP) (EMI) 2003
  • HoboSapiens (EMI) 2003
  • Process (OST) (Syntax) 2005
  • blackAcetate (EMI) 2005
  • Live Circus (EMI) 2007
  • Extra Playful (EP) (Double Six Records) 2011
  • Shifty Adventures in Nookie Wood (2012)

In samenwerkingsverband[bewerken]

  • Church of Anthrax (met Terry Riley) (Columbia) april 1971
  • June 1, 1974 (met Kevin Ayers, Brian Eno, Nico) (Island) 1974
  • Songs for Drella (met Lou Reed) (WEA) april 1990
  • Wrong Way Up (met Brian Eno) (All Saints) October 1990
  • Last Day on Earth (OST, met Bob Neuwirth) (MCA) May 1994

Bibliografie[bewerken]

  • Victor Bockris & John Cale, “What’s Welsh for Zen”, 1999
  • Tim Mitchell, Sedition and alchemy (A Biography of John Cale), 2003

Externe links[bewerken]