Joodse begraafplaats (Gouda)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Joodse begraafplaats (Gouda)
Oorspronkelijke ligging van de begraafplaats op een kadasterkaart uit 1832 (bij de rode pijl)
Oorspronkelijke ligging van de begraafplaats op een kadasterkaart uit 1832 (bij de rode pijl)
Huidige straat Raoul Wallenbergplantsoen (poortje als monument)
Huidige eigenaar NIK
Jaar van stichting 1815
Aantal grafstenen 0, alleen gedenkteken
Portaal  Portaalicoon   Jodendom

De joodse begraafplaats in de Nederlandse stad Gouda is omstreeks 1815 in gebruik genomen en heeft tot 1930 dienstgedaan als begraafplaats. Voor 1815 werden de Joden in Rotterdam begraven. Op 29 november 1815 passeerde de acte bij notaris Johan David Schiffer waarbij de klerenbleker Wijnand Naats een ooft- en moestuin met huis verkocht aan het Begrafenis Fonds der Hoogduitsche Israëlitische gemeente van Gouda. Het terrein, gelegen buiten de Kleiwegspoort, was cica 0,7 hectare groot. Dit terrein aan de Boelekade werd ingericht als begraafplaats en voorzien van een metaheerhuisje, waar overledenen ritueel werden gewassen. In 1846 werd een aangrenzend perceel gekocht, waarop een nieuw metaheerhuisje werd gebouwd. In 1930 werd de nieuwe begraafplaats aan de Bloemendaalseweg in gebruik genomen.

De joodse begraafplaats aan de Boelekade moest in 1976 geruimd worden vanwege de hoge waterstand. De stoffelijke resten zijn onder rabbinaal toezicht overgebracht naar Wageningen. De toegangspoort en een deel van de muur werden in 1980 verplaatst naar het Raoul Wallenbergplantsoen.

Het poortje is thans een monument ter nagedachtenis van de in de Tweede Wereldoorlog vermoorde Goudse Joden. Naar aanleiding van de plannen van het gemeentebestuur om op deze plek nieuwbouw[1] te ontwikkelen, schreef de in Gouda geboren dichter Leo Vroman een gedicht, waaruit het volgende fragment afkomstig is:[2]

"Zo staat ook het Joodse Poortje open
naar een verbasterde afwezigheid.
Sol er maar niet meer mee rond.
Laat het in de nieuwe wereld staan
als een vermoeide toegang naar ons lot,"

In Gouda bevindt zich nog een metaheerhuis op het achtererf van het gebouw De Haven aan de Oosthaven 31. De Haven heeft van 1894 tot 1943 dienstgedaan als bejaardentehuis van de Vereniging Centraal Israëlitisch Oude Mannen- en Vrouwenhuis.

Zie ook[bewerken]