Joseph Muscat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Joseph Muscat
Joseph Muscat, Leader, Partit Laburista, Malta.jpg
Geboren 22 januari 1974
te Pietà (Malta)
Politieke partij Malta Labour Party
Beroep Politicus
Premier van Malta
Aangetreden 11 maart 2013
Einde termijn 13 januari 2020
President Marie-Louise Coleiro Preca
Voorganger Lawrence Gonzi
Opvolger Robert Abela
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Joseph Muscat (Pietà, 22 januari 1974) is een Maltees politicus voor de sociaaldemocratische arbeiderspartij Malta Labour Party (MLP)/Partit Laburista (PL). Van 11 maart 2013 tot 13 januari 2020 was Muscat de premier van Malta, als opvolger van Lawrence Gonzi. Eerder was Muscat oppositieleider en van 2004 tot 2008 lid van het Europees Parlement.

Panama Papers[bewerken | brontekst bewerken]

In 2016 waren twee naaste medewerkers van Muscat met twee bedrijven betrokken bij het Panama Papers-schandaal: minister Konrad Mizzi en de stafchef van de premier Keith Schembri. In 2017 beweerde journalist/blogger Daphne Caruana Galizia dat Muscats echtgenote Michelle een derde bedrijf in Panama had, genaamd Egrant. Oppositieleider Simon Busuttil uitte aantijgingen ten aanzien van overboekingen van aanzienlijke geldbedragen naar Egrant. Muscat en zijn vrouw ontkenden de claims en Muscat verzocht om een onafhankelijk onderzoek, waarbij de aantijgingen “de grootste politieke leugen in de politieke geschiedenis van Malta” werden genoemd. Muscat benadrukte dat hij de waarheid aan zijn zijde had en dat hij Malta wilde beschermen tegen onzekerheid en riep een verkiezingen uit. Corruptiebestrijding werd de strijdkreet van de Nationalistische Partij bij de verkiezingscampagne. Het houden van een onverwachte verkiezing in de laatste maanden van het roulerende voorzitterschap van Malta in de EU-Raad werd in Brussel met scepsis bekeken.

Het onafhankelijke onderzoek onder leiding van magistraat Aaron Bugeja interviewde 477 getuigen. Internationale forensische experts doorzochten duizenden documenten en digitale documenten uit meerdere bronnen. Het onderzoek vereiste de samenwerking van vijf landen (inclusief Panama en Duitsland) en omvatte meer dan 15 maanden. De resultaten van het onderzoek zijn op 22 juli 2018 openbaar gemaakt (hoewel het eindrapport van het onderzoek nooit openbare is gepubliceerd). Het onderzoek vond vervalste handtekeningen, van elkaar afwijkende getuigenissen, en geen bewijs dat de premier, zijn vrouw of hun familie een band hadden met het bedrijf Egrant. Het onderzoek heeft geen bewijs gevonden om de premier en zijn vrouw aan het bedrijf in Panama koppelen. Joseph Muscat definieerde de Egrant-beschuldigingen als een "onbetwiste en doorwrochte” poging tot een politiek frame.

Aftreden[bewerken | brontekst bewerken]

Na de moord op journaliste Daphne Caruana Galizia en daarop volgende protesten op Malta, gaf Muscat in december 2019 aan af te zullen aftreden zodat zijn partij voor die tijd een opvolger kon kiezen.[1] Op 13 januari trad hij af. Zijn opvolger is Robert Abela.[2]

Onderzoeken[bewerken | brontekst bewerken]

De Permanente Commissie tegen Corruptie onderzoekt Muscat vanwege geschenken die hij had gekregen van zakenman Yorgen Fenech, die ervan wordt beschuldigd het brein te zijn achter de moord op journalist Daphne Caruana Galizia.[3]

De Partit Nazzjonalista (PN)/Nationalist Party (NP) en de Democratische Partij hebben in januari 2020 de commissaris George Hyzler onderzoek gevraagd te doen naar zijn ethisch handelen ten aanzien van de vele privévliegreizen die hij en zijn vrouw en tweelingdochters maakten.[4]