Framing

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Framing of denkraam is een Engelse term die begin 21e eeuw in het Nederlands terechtgekomen is en verwijst naar een overtuigingstechniek in communicatie. De techniek bestaat eruit woorden en beelden zo te kiezen, dat daarbij impliciet een aantal aspecten van het beschrevene wordt uitgelicht. Deze uitgelichte aspecten helpen om een bepaalde lezing van het beschrevene of een mening daarover te propageren. Onder meer in de politiek, de journalistiek en de reclame wordt van framing bewust (en onbewust) gebruikgemaakt.

Wie een frame gebruikt, probeert via woorden, en de beelden en gevoelens die ze oproepen, de manier waarop anderen naar de werkelijkheid kijken te beïnvloeden. Het frame wordt een bril waardoor we bepaalde informatie wel zien en andere juist niet[1].

Bij framing als overtuigingstechniek wordt gekozen voor woorden en beelden die die aspecten naar voren halen waarvoor de beoogde ontvangers het vatbaarst zijn. Zo kiest een fabrikant van vruchtensappen, die begrippen als gezond, natuurlijk, ambachtelijk, vers en oprecht met zijn merk wil associëren, voor een verpakking met dergelijke vermeldingen die met opzet vaag zijn, om een overdreven positief beeld te geven van het sap.

Verdachtmakingen zijn ook 'framing', bijvoorbeeld door tegen een verdachte, eerder begane misstappen op te voeren die niet te maken hebben met dezelfde rechtszaak. De schijn wordt gewekt dat de verdachte al vaker soortgelijke misdaden gepleegd heeft, maar dit is oneerlijk. De bedoeling van de aanklager is: 'Iemand die..', daar kun je deze misdaad van verwachten.

Geen enkele communicatie is volstrekt objectief, en dus kent iedere uitspraak wel een zeker frame (denkraam) van veronderstellingen die eronder verborgen zitten. Anders dan bij het gebruik van argumenten als overtuigingsmiddel, gaat het bij framing vooral om de associaties bij het beeld.

Scheufele beargumenteert dat framing een concept is dat zowel op macro- als microniveau aanwezig is. Binnen het macroniveau verwijst framing naar de manier waarop onder andere journalisten informatie presenteren. Dit wordt gedaan op een manier die samenvalt met de interpretatieve schema’s van het publiek. Het doel van de journalisten is niet zozeer om het publiek te misleiden, maar om de complexiteit van een bepaald probleem te verminderen. Frames zijn daarom belangrijk voor het begrijpen van complexe vraagstukken. Ze spelen in op de bestaande interpretatieve schema’s van het publiek om informatie toegankelijk te presenteren voor leken. Binnen het microniveau beschrijft framing hoe mensen informatie gebruiken om een impressie te krijgen met betrekking tot een bepaalde kwestie.[2]

Herkomst[bewerken | brontekst bewerken]

De oorsprong van framing valt te herleiden uit zowel de psychologie als de sociologie. De psychologische basis van framing ligt in het werk van Kahneman en Tversky. Zij onderzochten hoe verschillende presentaties van soortgelijke besluitvormingsuitkomsten de keuzes van mensen beïnvloeden.De sociologische oorsprong van Framing ligt bij Goffman. Hij stelde dat individuen niet in staat zijn de wereld volledig te begrijpen, waardoor individuen interpretatieve schema’s toepassen om nieuwe informatie op een efficiënte manier te begrijpen.[2]

Politiek[bewerken | brontekst bewerken]

Framing is een belangrijk instrument voor politici om een boodschap aan de massa over te brengen. Framing kan ervoor zorgen dat de massa de wereld vanuit een bepaald perspectief bekijkt. Een voorbeeld van het gebruik van framing is het presenteren van bepaalde argumenten rondom een politieke kwestie die om een oplossing vraagt. De oplossingen die worden gegeven door politici die gebruikmaken van framing lijken het meest geschikt in vergelijking met die van de oppositie. Dit argument komt van George Lakoff, die stelt dat wij allemaal onbewust metaforen gebruiken om onze gedachten te structureren. Sommige politici zorgen met bepaald taalgebruik dat men zich gaat beroepen op deze onbewuste denkpatronen.[3]

De term 'framing' is in de politiek sterk in de belangstelling gekomen tijdens de presidentsverkiezingen van 2004 in de Verenigde Staten, waar de Republikeinen de Democraten op dit gebied aftroefden.[4] Een voorbeeld daarvan is het gebruik van de term "Tax relief" (belastingverlichting) door de Republikeinen. Het woord "relief" is een impliciete beschuldiging aan het adres van degenen die de belastingen hebben laten oplopen, de Democraten. Door het overnemen van dit woord in de pers en in onderlinge gesprekken, vond ook de beschuldiging een breed publiek. De Democraten werden in het defensief gedrongen, wat het beeld nog versterkte.[5] Veel politici proberen het publiek dus met bepaald taalgebruik beïnvloeden.

Een voorbeeld in Nederland wordt geleverd door de Socialistische Partij. Die noemde de hypotheekrenteaftrek sinds de landelijke verkiezingen in 2010 steevast 'villasubsidie'.[6] Waar 'hypotheekrenteaftrek' een mild positieve bijklank heeft, heeft 'villasubsidie' een negatieve connotatie van verspilling en decadentie.

Robert Entman stelt dat, omdat framing de perceptie van het publiek over een onderwerp kan veranderen, politici de strijd aangaan om te bepalen hoe kwesties worden ingekaderd. De manier waarop deze kwesties in de media worden weergegeven, bepaalt wie de strijd wint binnen het politieke spel.[7]

Effectiviteit[bewerken | brontekst bewerken]

Pogingen om te framen slagen soms wel, soms niet. Zo vond in Nederland de politiek geïnspireerde term 'aanrechtsubsidie' (waarmee een bepaald gebruik van de algemene heffingskorting wordt aangeduid[8]) zijn weg naar het reguliere taalgebruik.[9] Minder geslaagd was het gebruik van de term VOC-mentaliteit, door minister-president Jan Peter Balkenende, bij de Algemene beschouwingen van 2006. Hij wilde daarmee de economische groei van toen plaatsen in het kader van Nederlands zelfbewustzijn dat verder keek dan de eigen landsgrenzen. Onbedoeld zat aan dit frame ook de kant van onderdrukking en uitbuiting, wat onder meer door GroenLinks-fractievoorzitter Femke Halsema werd benadrukt.[10] Het door de premier bedoelde beeld werd daarmee ontkracht.

Reframing[bewerken | brontekst bewerken]

Een element uit een frame een andere betekenis geven heet reframing. Met behulp van reframing is het mogelijk om een (voor jou) schadelijk frame te neutraliseren. Reframing wordt regelmatig gebruikt in de politiek, maar niet alleen maar daar. Een voorbeeld is aangeven dat je iets met grote zorgvuldigheid behandelt als je commentaar krijgt dat je ergens lang over doet. Het negatieve element 'langzaam' wordt zo omgebogen naar iets positiefs, namelijk 'zorgvuldig'. Een voorbeeld uit het maatschappelijk debat is te vinden in de Verenigde Staten, waar de tegenstanders van abortus zich vaak ‘pro life’ noemden waarna de voorstanders zich ‘pro choice’ gingen noemen.

Bij overduidelijke frames is het beter om het frame direct te ontmaskeren. Bijvoorbeeld wanneer iemand zegt "Waarom vind je die collega irritant?", waarbij je bijna gedwongen wordt om met "Omdat..." te antwoorden en daarmee het frame te onderbouwen. Men kan dan beter zeggen "Mijn collega is helemaal niet irritant. We verschillen alleen van mening over één onderwerp". Op die manier valt juist de bedenker van het frame door de mand.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]