Kantstenen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kantstenen waarmee kaneel wordt gemalen


Kantstenen zijn maalstenen die op hun kant malen.

De kantstenen in een molen rollen over de ligger. De ligger kan een platte steen of ijzeren plaat zijn. De ligger ligt op het doodbed, dat bestaat uit een gemetselde, ronde tafel met vaak een brede houten rand, de kuip. In een oliefabriek heet de bak waarin de stenen draaien kollergang.

Soms wordt een kantsteen gebruikt maar vaak twee en het kunnen er ook meer zijn. Kantstenen heten zo omdat ze malen met de zijkant. Bij een maalkoppel draaien de stenen horizontaal met de vlakke kant over elkaar. Pelstenen in een pelmolen pellen ook met de zijkant. Kantstenen kunnen een doorsnede hebben van 150 tot 225 cm en zijn 40 tot 60 cm breed. Ze kunnen 3000 kg per stuk wegen. Het gewicht van de kantstenen is niet de voornaamste oorzaak van het malen; doordat de stenen in een kleine cirkel draaien schuiven ze meer dan dat ze rollen en daardoor wordt het maalgoed fijngewreven. Kantstenen zijn gemakkelijk te herkennen, ook wanneer ze los staan of liggen; in kantstenen zitten vierkante gaten terwijl in molenstenen ronde gaten zitten. Ook de afgeschuinde zijkanten en de gladde platte kanten zijn typische kenmerken van kantstenen.

De kantstenen zitten in een houten steenraam en zijn gelagerd in houten steenoren waarin ze iets op en neer kunnen bewegen als ze over het maalgoed lopen. Het steenraam zit vast aan de steenspil, waarop het steenwiel zit. Het steenwiel wordt aangedreven door de onderschijfloop op de koningsspil. Meestal kan het steenwiel met een wervel in of uit het werk worden gezet, bij draaiende molen.

Kantsteen, aanstrijker en afloopschuif van d'Admiraal

Kantstenen lopen niet in hetzelfde spoor. Door de koningstrijker die langs de koning, waarop de steenspil staat, strijkt wordt het maalgoed van binnen naar buiten onder de buitenste kantsteen gestreken en door de aanstrijker van buiten naar binnen onder de binnenste kantsteen. Aan de aanstrijker kan een buitenstrijker, de jongen, zitten, voorzien van een stoffer of oude haar, die de kuip of houten rand schoon veegt. In de kuip zit een opening die tijdens het malen afgesloten is door de afloopschuif. Door het verlengde deel van de koningsstrijker, de afloper, neer te laten belandt het maalgoed in de afloopbak en valt, als de afloopschuif geopend wordt, in de meelbak.

Kantstenen zijn zeer geschikt voor het malen van specerijen en het persen van olie in een oliemolen. Ze zijn toepasbaar in windmolens, watermolens en rosmolens. Kantstenen waren in de Romeinse tijd al bekend.

Zie ook[bewerken]

Het te malen materiaal wordt tijdens het malen voor de kantstenen geschoven
De kantstenen op het doodbed tijdens het malen van dakpannen
Steenwiel
Kollergang
Kantstenen en ijzeren ligger
Kantstenen met koningstrijker van d'Admiraal
Kantstenen van De Passiebloem
Houten kantstenen in specerijenmolen De Huisman