Kleine rode weekschild

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Kleine rode weekschildkever)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kleine rode weekschild
Kleine rode weekschild
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse:Insecta (Insecten)
Onderklasse:Pterygota (Gevleugelde insecten)
Superorde:Endopterygota of Coleopteria
Orde:Coleoptera (Kevers)
Familie:Cantharidae (Soldaatjes)
Geslacht:Rhagonycha
Soort
Rhagonycha fulva
(Scopoli, 1763)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Kleine rode weekschild op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De kleine rode weekschild, ook wel soldaatje of rode weekschild of kleine rode weekschildkever (Rhagonycha fulva), is een kever uit de familie van de soldaatjes (Cantharidae). Er zijn verschillende soorten uit het geslacht Rhagonycha die nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn, de kleine rode weekschildkever is een van de meest algemene soorten.

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

dorsale en ventrale zijde

De kleine rode weekschildkever heeft net als alle soldaatjes zachte dekschilden en een langwerpig lichaam, sprieterige poten en lange, duidelijk gesegmenteerde antennes. De lichaamslengte is 7 tot 11 millimeter, de kleur is geheel oranjerood, de achterste punten van de dekschilden zijn donkerder tot zwart gekleurd. Ook de laatste segmenten van de poten (de tarsen) en de antennes en ogen zijn donkerbruin tot zwart gekleurd. De kleine rode weekschildkever is van het rood soldaatje (Cantharis rufa) te onderscheiden door het donkere einde van de dekschilden.

Voorkomen[bewerken | brontekst bewerken]

De dieren zijn wijdverbreid en komen veel voor in Europa, behalve in het hoge noorden, tot aan Siberië en lage berggebieden. Ze leven in velden, weiden en tuinen, vooral op schermbloemen. Ze vliegen van mei en vooral van juli tot augustus.

Levenswijze[bewerken | brontekst bewerken]

Het rood soldaatje is in de zomermaanden niet zelden al parend in grote aantallen te vinden op diverse soorten schermbloemigen, waar ze van nectar snoepen en ook bloembezoekende insecten grijpen, die een belangrijk deel van het menu uitmaken. Ook de larven zijn actieve jagers die op de bodem leven van prooien als slakken en insectenlarven. De larven hebben een langwerpig lichaam en een zijde-achtige beharing, soms komen ze 's winters als er sneeuw ligt massaal boven de grond waardoor het lijkt alsof het "wormen heeft geregend".

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]