Klinisch chemicus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een klinisch chemicus is een laboratoriumspecialist die werkzaam is in een ziekenhuislaboratorium en verantwoordelijk is voor de analyse van bloed of ander lichaamsvocht.

In elk ziekenhuis zijn één of meer klinisch chemici werkzaam. Vanaf het moment dat bloed of ander lichaamsvocht wordt afgenomen tot dat de uitslag van het onderzoek bij de arts arriveert, valt dit materiaal onder de verantwoordelijkheid van de klinisch chemicus. Deze geeft leiding aan de laboratoriumorganisatie in een ziekenhuis, is verantwoordelijk voor de kwaliteitsbewaking, verricht wetenschappelijk onderzoek en adviseert in voorkomende gevallen ook de aanvragend arts over de interpretatie van uitslagen en/of over de juiste laboratoriumaanvraag bij een ziektebeeld.

Veel routinematig laboratoriumonderzoek gebeurt tegenwoordig geheel geautomatiseerd, maar er zijn ook onderzoeken waar zeer specialistische kennis voor vereist is, bijvoorbeeld als het gaat om DNA en transplantatie. Daarom werken er in de grotere laboratoria vaak meerdere klinisch chemici die zich in een bepaald gedeelte van het vakgebied hebben gespecialiseerd.

Opleiding[bewerken]

Voordat iemand zich klinisch chemicus mag noemen, heeft hij of zij een lange weg gevolgd. Na een natuurwetenschappelijke doctoraalstudie (chemie, biochemie, medische biologie, gezondheidswetenschappen, geneeskunde, farmacie) moet iemand eerst twee jaar post-doctoraal onderzoek hebben gedaan dat gerelateerd is aan de klinische chemie. Dan volgt een vierjarige opleiding onder leiding van een ervaren klinisch chemicus in een erkend opleidingsinstituut.

Zowel het opleidingsinstituut als de klinisch chemicus in opleiding staan onder controle van de Registratie Commissie van de NVKC en worden regelmatig bezocht door Visitatie Commissie. Als de opleiding met succes is afgerond kan de kandidaat worden ingeschreven in het register. Die inschrijving geldt voor een periode van vijf jaar. In die vijf jaar moet de klinisch chemicus zijn of haar vakkennis op peil houden door bij- en nascholing. Als hij of zij kan aantonen dit in voldoende mate te hebben gedaan, dan volgt een herregistratie, wederom voor een periode van 5 jaar.

Externe links[bewerken]