Kodasjiem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Seder Kodasjiem (Hebreeuws: קדשים) is de vijfde van de zes Ordes (Sedariem) van de Misjna (en ook van de Tosefta en de Talmoed). De letterlijke Nederlandse vertaling is "Orde van de Heilige zaken." Het is qua omvang de derde langste Seder. De Seder handelt over offerwetten en al wat met de dienst in de Tempel in verband staat[1]."

De Seder Kodasjiem telt 11 tractaten (Masechtot):

  • Zevachiem (זבחים, Offers) - dit tractaat handelt over de rituelen omtrent dier- en vogeloffers. 13 hoofdstukken.
  • Menachot (מנחות, Spijsoffers) - over de meel en broodoffers die in de Tempel moeten worden gebracht. Dit tractaat telt 13 hoofdstukken.
  • Choelien (חולין, Ongewijde zaken) - dit tractaat handelt over het rituele slachten, de ziekten en gebreken, die het dier voor het gebruik ongeoorloofd maken en andere spijswetten[2]. 12 hoofdstukken.
  • Bechorot (בכורות, Eerstgeboren) - handelt over de lossing van eerstgeboren dieren en mannen (Ex. 13:2, 12vv.; Lev. 27:26vv.). Dit tractaat telt 9 hoofdstukken.
  • Arachien (ערכין, Schattingen) - dit tractaat handelt over een persoon die zijn waarde aan de Tempel schenkt (Lev. 27). 9 hoofdstukken.
  • Temoera (תמורה, Verwisseling) - over de verwisseling van offerdieren (Lev. 27:10, 33) en andere voorschriften omtrent offers[2]. Dit tractaat telt 7 hoofdstukken.
  • Kereetot (כריתות, Uitroeiing) - dit tractaat handelt over de 36 gevallen waarin de wet met de straf van "geestelijk uitsluiting" dreigt, en over het zoenoffers die daarna moeten worden gebracht[2]. 6 hoofdstukken.
  • Me'iela (מעילה, Vergrijp aan het gewijde) - handelt over de schuldoffers die gebracht moesten worden na het ontwijden van de Heer of wat de Heer toebehoort (Lev. 5:15vv.; Num. 5:5-8). 6 hoofdstukken.
  • Tamied (תמיד, Tamid) - over de dagelijks te brengen offers (Ex. 29:38vv.; Num. 28:3vv.). Dit tractaat telt 7 hoofdstukken.
  • Midot (מידות, Maten) - handelt over de afmetingen en inrichting van de Tempel. 5 hoofdstukken.
  • Kiniem (קנים, Nesten) - dit tractaat handelt over de vogeloffers die in verschillende gevallen gebracht moesten worden (Lev. 1:14vv.; 5:1vv.; 12:8). 3 hoofdstukken.

De Babylonische Talmoed kent alleen bij de eerste acht tractaten en drie hoofdstukken van Tamid Rabbijns commentaar (Gemara). De Jeruzalemse Talmoed kent geen Gemara op de Orde Kodasjiem, hoewel Maimonides spreekt over het bestaan van Palestijnse Gemara op de Orde Kodasjiem.[3].

Literatuur[bewerken]

  • Dr. Herbert Danby: The Mishnah. Translated from the Hebrew with introduction and brief explanatory notes, Oxford University Press, 1964 8e druk, p. 468-602

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Juda Lion Palache: Inleiding in de Talmoed, Haarlem 1954, p. 53
  2. a b c Palache, p. 54
  3. http://www.come-and-hear.com/talmud/kodashim.html "Maimonides, however, speaks of the existence of a Palestine Gemara to Kodashim" (zie noot 7)