Koudegetal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het koudegetal, ook wel aangeduid als het hellmanngetal (H) van een bepaald jaar is een eenheid om de totale hoeveelheid koude in het tijdvak vanaf 1 november van het voorgaande jaar tot en met 31 maart van het betreffende jaar te bepalen. Het is genoemd naar de Duitse meteoroloog Gustav Hellmann. De tegenhanger is het warmtegetal om de hoeveelheid zomerwarmte weer te geven.

Achtergrond[bewerken | brontekst bewerken]

Het hellmanngetal wordt verkregen door over dit tijdvak alle etmaalgemiddelde temperaturen beneden het vriespunt te sommeren met weglating van het minteken. De gemiddelde etmaaltemperatuur wordt berekend uit het gemiddelde van alle 10 minuten waarnemingen. Bij gebrek aan deze waarnemingen wordt soms het gemiddelde van de maximum- en minimumtemperatuur gebruikt om aan de etmaalgemiddelde temperatuur te komen, of uit meerdere waarnemingen op één dag. Hieruit kan een indicatie van het hellmanngetal worden gemaakt.

Het voordeel van deze methode om de strengheid van een winter te bepalen is, boven enkel de gemiddelde temperatuur te nemen, dat een zeer zachte periode een zeer koude periode niet kan compenseren. Een eenmaal verkregen koudegetal is immers onherroepelijk. Als bijvoorbeeld de eerste helft van de winter zeer koud verloopt en de tweede helft juist zeer zacht (of andersom), zal het eindresultaat voor de winter als geheel een gemiddelde temperatuur rond de normale waarde zijn, terwijl de hellmannscore hoog blijft.

Er kleven ook nadelen aan deze methode: zo zal bijvoorbeeld een winter met veel nachtvorst, waarbij de temperatuur desondanks overdag steeds (ruim) boven het vriespunt uitkomt, toch een laag hellmanngetal hebben, ondanks de niet onaanzienlijke hoeveelheid vorst in totaal. Ook zal een winter met een gemiddeld hoge temperatuur maar desondanks enkele ijsdagen al snel een vrij hoge hellmannscore kennen. Er zijn daarom nog diverse alternatieve methoden in omloop om de strengheid van een winter te bepalen, zoals het vorstgetal.[1]

Classificatie[bewerken | brontekst bewerken]

Classificatie in Nederland:

Koudegetal Hellmann (H) Classificatie
H > 300 Streng
H > 160 Zeer koud
H > 100 Koud
H < 100 Normaal
H < 40 Zacht
H < 20 Zeer zacht
H < 10 Buitengewoon zacht

Classificatie in Duitsland:

Koudegetal Hellmann (H) Classificatie
H > 400 Zeer streng
H > 301 Streng
H > 201 Matig streng
H > 100 Normaal
H < 100 Zeer zacht

Historie in Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

In Nederland zijn de koudegetallen door het KNMI vastgesteld vanaf 1901. Onderstaande cijfers gelden voor De Bilt. In het verleden zijn er nog strengere winters geweest; de winter van 1789 scoorde achteraf teruggerekend circa 354,1 punten in Zwanenburg.[2] Meteorologische metingen van voor 1901 zijn van mindere kwaliteit en zijn niet één op één te vergelijken met de huidige metingen en meetplaatsen. De winter van 2014 was de eerste winter sinds het begin van de officiële metingen die 0,0 punten scoorde.

Top tien[bewerken | brontekst bewerken]

De top tien van de periode 1901 tot en met 2020 is:[3]

Hoogste koudegetallen Laagste koudegetallen
Rang Jaar Koudegetal
1. 1947 348,3
2. 1963 337,2
3. 1942 333,5
4. 1940 294,0
5. 1929 225,2
6. 1956 222,9
7. 1979 205,7
8. 1985 193,6
9. 1917 163,2
10. 1941 154,8
Rang Jaar Koudegetal
1. 2014 0,0
2. 2020 0,1
3. 1989 1,9
4. 1975 3,2
5. 2000 3,6
6. 2007 4,8
7. 2015 7,8
8. 1990 8,4
9. 2016 9,6
10. 1910 10,0