Warmtegetal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het warmtegetal is een maat voor de warmte in het tijdvak van 1 april tot en met 31 oktober. Het wordt onder andere door het Nederlandse KNMI gebruikt om de zomers beter met elkaar te kunnen vergelijken. Het is in alles het spiegelbeeld van het koudegetal dat de periode november tot en met maart beslaat. Het warmtegetal zegt alleen iets over de temperatuur en niets over regen en zonneschijn, die mede de kwaliteit van de zomer bepalen.

Het warmtegetal wordt berekend door het aantal graden dat de gemiddelde etmaaltemperatuur van elke dag boven de 18,0 graden ligt, op te tellen. Een dag met gemiddeld over 24 uur een temperatuur van 20,2 graden draagt dus 2,2 bij aan het warmtegetal. Zo komt men dus uiteindelijk tot een totale som die het mogelijk maakt de warmte in het jaar te classificeren. Deze methode is meer representatief voor de warmteproductie van een zomer dan de gemiddelde temperatuur, aangezien een zeer koele periode een zeer warme niet kan compenseren.

Historie in Nederland[bewerken]

In Nederland zijn de warmtegetallen door het KNMI vastgesteld vanaf 1901. Onderstaande cijfers gelden voor De Bilt.

Bij het KNMI in De Bilt staat aan top de zomer van 2006 met een warmtegetal van 201,3. Dieptepunt was de zomer van 1962 met een warmtegetal van slechts 4,8.

Top tien[bewerken]

De top tien tot en met 2015 is:

Rang Jaar Warmtegetal
1. 2006 201,3
2. 1995 169,7
3. 1976 163,8
4. 1947 159,2
5. 1994 147,9
6. 1983 133,9
7. 2003 133,4
8. 1997 115,4
9. 1982 112,7
10. 1975 109,9

Externe link[bewerken]