Kruis (muziek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kruis
Dubbelkruis

Een kruis (meervoud: kruizen of kruisen) is in de muziek het teken ♯ dat op de notenbalk geplaatst kan worden om aan te geven dat de stamtoon waarvoor het kruis geplaatst is, chromatisch met een halve toonafstand verhoogd wordt. Voor eenvoud van de notatie wordt het kruis als voorteken voor aan de notenbalk geplaatst, als alle volgende stamtonen verhoogd moeten worden. Voor verlagen van een halve toon wordt de mol (♭) gebruikt.

Het verhogen of verlagen met een hele toon wordt met respectievelijk een dubbelkruis (×) of dubbelmol (♭♭) aangegeven. Het ongedaan maken van een eerder in de maat of in de toonsoort voorkomend kruis geeft men aan met een herstellingsteken (♮).

Geldigheid[bewerken]

De geldigheid van een kruis of mol is vastgelegd volgens onderstaande regels:

  1. aan het begin van de notenbalk, vlak na de sleutel en voor de maataanduiding: de kruis of mol geldt dan verder voor de hele balk en alle octaven.
  2. voor een individuele noot, ergens in een maat: geldt enkel voor die maat vanaf de plaats waar het kruis geplaatst is, niet meer in de volgende. Deze incidentele verhoging of verlaging geldt alleen in het octaaf waarin hij genoteerd staat.

Om een toonsoort aan te geven plaatst men een aantal kruisen of mollen direct na de sleutel en voor de maataanduiding in de vorm van een voorteken. In het tweede geval spreekt men van een toevallig voorteken.

Benaming[bewerken]

Nederlands[bewerken]

De Nederlandse benaming van een verhoogde toon eindigt op -is. Zo ontstaan de volgende verhogingen:

  • c > cis
  • d > dis
  • e > eïs (spreek uit: "ee-ies")
  • f > fis
  • g > gis
  • a > aïs (spreek uit: "aa-ies")
  • b > bis

Een dubbelkruis lijkt op een x. De Nederlandse benaming van de dubbele verhoging eindigt op -isis (cisis, disis, enz.).

In Nederlandstalig België gebruikt men de woorden "kruis" en "dubbelkruis" achter de notennaam do t/m si. Zo wordt cis bijvoorbeeld "do kruis" en fisis wordt "fa dubbelkruis".

Duits[bewerken]

De Duitse benamingen wijken iets af van de Nederlandse. "Onze" stamtoon b heet in de Duitse muziektheorie h, en "onze" toon bes heet in de Duitse muziek b. Hierdoor is onze bis in het Duits his; onze beses wordt in het Duits niet bes genoemd, maar heses.

Engels[bewerken]

In het Engels worden voor de ongewijzigde notennamen dezelfde letters gebruikt als in het Nederlands; chromatische verhogingen en verlagingen worden aangegeven met sharp (kruis) en flat (mol), bijvoorbeeld: F-sharp, D-flat etc.

Spaans[bewerken]

In het Spaans wordt de term sostenido gebruikt voor kruis. Voor mol wordt 'gewoon' bemol gebruikt.

Andere benamingen[bewerken]

In België, Frankrijk, Turkije en vele andere landen, spreekt men van dièse (kruis) en bémol (mol). Deze termen worden gecombineerd met de namen do t/m si voor de tonen c t/m b. Zo heten bijvoorbeeld gis: sol dièse, en bes: si bémol.

Geschiedenis[bewerken]

Zowel het kruis als het herstellingsteken stammen af van de aanduiding van b quadratum in het hexachordenstelsel dat teruggaat op Guido van Arezzo. Oorspronkelijk was het een letter "b" die hoekig in plaats van afgerond geschreven werd. Het teken duidde aan dat een noot als mi gelezen moest worden en er dus een halve toonsafstand bestond met de noot erboven.[1] Oorspronkelijk was dit een C, maar allengs werd het teken ook voor andere noten gebruikt.