Groepsimmuniteit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Kudde-immuniteit)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het bovenste vak toont een uitbraak in een gemeenschap waarin een paar mensen besmet zijn (weergegeven in rood) en de rest gezond maar niet geïmmuniseerd is (weergegeven in blauw); de ziekte verspreidt zich vrij door de bevolking.
Het middelste vak toont een populatie waar een klein aantal is geïmmuniseerd (in geel weergegeven); degenen die niet geïmmuniseerd zijn, worden geïnfecteerd, terwijl degenen die geïmmuniseerd zijn dat niet worden.
In het onderste vak is een groot deel van de bevolking geïmmuniseerd; dit voorkomt dat de ziekte zich aanzienlijk verspreidt, ook bij niet-geïmmuniseerde mensen. In de eerste twee voorbeelden raken de meeste gezonde niet-geïmmuniseerde mensen besmet, terwijl in het onderste voorbeeld slechts een kwart van de gezonde niet-geïmmuniseerde mensen besmet raakt: er is dan sprake van "groepsimmuniteit".

Groepsimmuniteit, kudde-immuniteit of collectieve immuniteit is een vorm van indirecte bescherming tegen infectieziektes die wordt bereikt doordat een groot deel van een populatie immuun is voor een infectie en deze zich niet of moeilijk kan verspreiden.[1] Tussen een besmet individu en nog niet immune personen bevindt zich als het ware een buffer van individuen die de infectie niet kunnen overdragen.[2]

Methoden[bewerken | brontekst bewerken]

Groepsimmuniteit kan ontstaan door vaccinatie of doordat een groot deel van de populatie geïnfecteerd is geweest en zo antilichamen heeft opgebouwd. Groepsimmuniteit is zeer lastig bereiken zonder vaccinatie vanwege reassortment.

Vaccinatie[bewerken | brontekst bewerken]

Doel van een vaccinatieprogramma is het bereiken van een reproductiegetal dat kleiner is dan 1 (R0 < 1). Om de volledige populatie te beschermen, hoeven niet alle individuen gevaccineerd te zijn.[3] Vanaf een bepaalde vaccinatiegraad kan een ziekteverwekker zich niet gemakkelijk vanuit een besmettingsbron verspreiden in een populatie. Vaccinatie werpt dus een dam op tegen de verspreiding van een ziekte.[1] Bij ziekte-uitbraken van bijvoorbeeld varkenspest of mond-en-klauwzeer kan men lokaal overgaan tot ringvaccinatie, ook een vorm van het opwerpen van een dam.

Drempel (minimale graad)[bewerken | brontekst bewerken]

Het aandeel van de immune individuen in een populatie waarboven een ziekte niet lang kan blijven bestaan is de groepsimmuniteitsdrempel. De waarde hiervan varieert met de virulentie van de ziekte, de werkzaamheid van het vaccin en de mate waarin individuen binnen een populatie onderlinge contacten hebben. Quarantainemaatregelen kunnen op het laatste een grote invloed hebben.

Geen vaccin biedt volledige bescherming, maar de verspreiding van de ziekte van mens op mens is veel groter bij diegenen die niet gevaccineerd blijven. Bij de volksgezondheid betrokkenen proberen groepsimmuniteit te bereiken in de meeste populaties. Dit wordt bemoeilijkt wanneer grootschalige vaccinatie niet mogelijk is of wordt afgewezen door een deel van de bevolking. In Nederland is groepsimmuniteit in sommige gebieden mogelijk onvoldoende voor sommige besmettelijke ziekten, waaronder kinkhoest, mazelen en bof, deels doordat ouders vaccinatie weigeren.

Geschatte groepsimmuniteitsdrempel voor vaccinabele ziekten
Ziekte Overdracht R0 drempel
Difterie Speeksel 6-7 85%
Mazelen Lucht 12-18 83 - 94%
Bof Druppeltjes 4-7 75 - 86%
Kinkhoest Druppeltjes 12-17 92 - 94%
Poliomyelitis Fecaal-oraal 5-7 80 - 86%
Rodehond Druppeltjes 5-7 80 - 85%
Waterpokken Sociaal contact 6-7 83 - 85%